Terug naar vorige pagina
Trouw, 12 oktober 1998
Bron: Trouw
Gemarineerde vertellingen
Door Hanny van der Horst
Zjamangin gar oe tsjegar: lang geleden was er en was er niet. Een sprookjesachtige zin, waarmee de grootmoeder van de jonge Peter Balakian altijd haar verhalen over "het oude land" begon. Pas vele jaren na haar dood zou hij ontdekken welke nachtmerrie er schuilging achter die zangerige vertellingen vol raadsels.
Ze waren welgestelde, maatschappelijk geslaagde Amerikanen en toch anders, de Balakians en de Aroosians. Want ze waren ook Armeens. Goed, ze gingen niet naar kerkbazaars of Armeense bijeenkomsten, thuis werd er niet over Armenië gepraat en Peter sprak niet eens de taal. Maar toch. Alleen al de eindeloze maaltijden, waar de zusters van zijn vader en zijn grootmoeder van moeders zijde als vanzelfsprekend aan deelnamen, onderscheidden hen van de buren. Bij hun geen hotdogs, hamburgers of diepvrieseten, maar een tafel die bijkans bezweek onder een keur aan zelfgemaakte baksels, braadsels en stoofpotten. Bereid met uitsluitend verse ingrediënten, natuurlijk en stevig gekruid.
In zijn autobiografie "Black dog of fate" (vertaald als "Het land van mijn grootmoeder") gaat Peter Balakian met beeldende wellustigheid in op de bereidingswijze en de smaak van de diverse gerechten. Want eten was voor zijn familie een feestelijke aangelegenheid, een viering van samenzijn. Hoe belangrijk dat voor hen was, drong pas in volle hevigheid tot hem door, toen hij als jonge volwassene voor het eerst las over de genocide van 1915, de massale, op vernietiging gerichte deportatie van de Armeense inwoners van Turkije. Met achterlating van al hun bezittingen werden in de lente en zomer van dat jaar 1,2 miljoen Armeniërs zonder eten of drinken de Syrische woestijn ingejaagd. De weinigen die niet aan de ontberingen bezweken, haalden de eindbestemming mishandeld en verkracht.
Was de ontdekking van deze bij hem thuis verzwegen geschiedenis al een schok, ronduit verpletterend was de daaropvolgende onthulling door een van zijn tantes dat zijn eigen grootmoeder de slachting ternauwernood had overleefd. De dame met de mantelpakjes en parels, de vrouw die hem, haar oudste kleinkind, tot vertrouweling had gemaakt en in verwarring gebracht met haar onnavolgbare dromen en verhalen over vroeger – zij had haar eerste man tijdens de dodenmars verloren, wist daarna in Syrië als naaister zichzelf en haar twee dochtertjes in leven te houden en emigreerde uiteindelijk naar Amerika. In haar nieuwe vaderland begon zij een tweede leven met een tweede gezin en deed zij het verleden op slot - behalve wanneer zij haar kleinzoon verhalen vertelde. Nu pas, schrijft de volwassen geworden Balakian, besefte hij dat zijn grootmoeders verhalen in hem marineerden tot hij in staat was ze volledig te begrijpen.
Het relaas van zijn grootmoeders lijdensweg dat hij meer dan tien jaar na haar dood hoorde, schokte hem wakker: "Ik moest mentaal rigoureus een paar knoppen omdraaien. Alles wat ik in mijn jeugd over Armenië flardsgewijs had opgepikt, viel toen op z'n plek." Bij voorbeeld het zinnetje "Denk aan de hongerende Armeniërs", waarmee Amerikaanse ouders hun kinderen aanspoorden hun bord leeg te eten: niemand had hem ooit verteld, dat dit oorspronkelijk de slogan was waarmee Amerika de bevolking in 1915 wees op de dramatische mensenrechtenkwestie aan het andere eind van de aardbol.
Vanaf dat moment van ontdekking heeft Peter Balakian zich als dichter en hoogleraar hartstochtelijk bezig gehouden met Armenië en haar geschiedenis en met de tot op de dag van vandaag volgehouden ontkenning door Turkije dat er sprake was van genocide. Aan de Colgate-universiteit geeft hij, naast Amerikaanse literatuur en "creative writing", een cursus over de Armeense genocide en de holocaust; ook is hij directeur van het universiteitscentrum voor "The Study of Ethics and World Societies". En voor zijn gedichten vormt het verleden van zijn familie, gebed in de context van de Armeense geschiedenis, "een rijke bron van psychische energie", zegt hij. Een roerend voorbeeld in zijn boek is de beschrijving van de wijze waarop een van zijn vroegste gedichten tot stand kwam. "Woorden voor mijn grootmoeder", geschreven op de tiende jaardag van haar sterfdag, kwam als een stroom van opgekropte gevoelens op het papier terecht. Voor hemzelf was het een volslagen verrassing,
"uit mijn hoofd kwamen dingen waarvan ik niet wist dat ik ze me herinnerde.' Het was "de eerste keer dat ik dichterlijke taal gebruikte om de geschiedenis te verkennen, de eerste keer dat een gedicht een daad van herdenking werd."
De eerste tekenen dat de jongen die op de middelbare school alles opzij zette voor football, uiteindelijk zou kiezen voor de dichtkunst, openbaarden zich op de universiteit. Maar zo gek was die ommezwaai misschien ook weer niet voor iemand die opgroeide in een uitgesproken intellectueel milieu; met een vader die arts, wetenschapper en uitvinder van de elektrolytische sportdrank Sportade was; maar vooral met alom aanwezige tantes die als hoogleraar Frans en literair redacteur van The New York Times Book Review hun brood verdienden en literaire salons bestierden, waar grootheden als Anais Nin en Kurt Vonnegut vertrouwde verschijningen waren.
Zijn woede over Turkije's bewering dat verhalen over de Armeense genocide berusten op vervalste feiten, kan Balakian kwijt in zijn wetenschappelijk werk, lezingen en conferenties. En in bijeenkomsten zoals die op Times Square in New York, waar hij de microfoon greep voor een bijtende toespraak, toen Turkse demonstranten pamfletten uitdeelden die de gruwelen van 1915 als verzinsel afdeden.
De dromen en verhalen van zijn grootmoeder heeft hij verankerd in zijn gedichten. Het elegante, verbeeldingsrijke taalgebruik is niet onopgemerkt gebleven; zijn vier dichtbundels kregen een warme ontvangst. Daarnaast werd zijn vorig jaar in Amerika uitgebrachte autobiografie door de Amerikaanse schrijversbond bekroond met de prijs voor beste memoires.
Balakians dochter, destijds twaalf, las zijn boek een dag na verschijning in één ruk uit. Ze is nu veertien en "very intense" over alles wat met Armenië, vroeger en nu, te maken heeft. Anders dan haar vader, die de taal nog steeds niet volledig onder de knie heeft, spreekt en schrijft zij Armeens. Zijn zoontje van tien houdt zich er nog niet mee bezig, maar wie weet raakt ook hij op een zeker moment betrokken bij de geschiedenis van "het oude land". "Ik dring het ze niet op. Dat lijkt me onverstandig én onnodig. Want alleen al door mijn werk horen ze er elke dag over."
Maar zo nu en dan komt er ook een hotdog op tafel.