Terug naar vorige pagina 

Trouw, 10 maart 2005
Bron: Trouw

G-woord maakt Turken nog altijd boos
Door Erdal Balci

Europa doet zijn invloed gelden in Turkije. Historicus Berktay mocht in een grote krant een boekje opendoen over de officieel ontkende genocide op de Armeniërs.

"Het zijn niet meer de jaren negentig. We kunnen makkelijker over bepaalde zaken praten in Turkije", zegt Halil Berktay, docent geschiedenis op de Sabanci Universiteit in Istanbul. Toch was hij verbaasd dat een journalist hem wilde interviewen over de "kwestie-Armenië".

De historicus is zo overtuigd van de betere tijden die door de invloed van de Europese Unie zijn aangebroken dat hij geen blad voor de mond nam. "De toenmalige Turkse regering heeft genocide gepleegd op de Armeniërs. Het wordt tijd dat Turkije dit gegeven accepteert", liet hij in de krant Milliyet weten.

Turkije zit vreselijk met de kwestie in de maag. Premier Erdogan zoekt een weg de Turken te verzoenen met hun verleden. Hij moet wel; vanuit de EU wordt druk op hem uitgeoefend. Erdogan sprak dinsdag met de oppositie af de Verenigde Naties te vragen een "objectief relaas" samen te stellen over de gebeurtenisen in 1915.

Op het interview met Berktay is woedend gereageerd. Zelfs een columnist van Milliyet maakte zich er kwaad over. Hij eiste een "wetenschappelijk verantwoord verhaal". Daarin moest op zijn minst rekening worden gehouden met (verzachtende) omstandigheden van toen.

Berktay is scheldkanonnades wel gewend. Hij kreeg vijf jaar geleden ook iedereen over zich heen toen hij in een kleine krant over de kwestie-Armenië sprak.

Over wat er is gebeurd in 1915, is de wetenschapper duidelijk: "De Armeniërs waren doelwit van de toenmalige junta van het Ottomaanse Rijk, alleen maar omdat ze christelijk en Armeens waren. Het ging nergens anders om. We schatten dat er 1,1 miljoen Armeniërs in het land woonden, waarvan 700.000 in het oosten. De Armeense minderheid in Istanbul en Izmir werd met rust gelaten, omdat daar ambassades zijn en ook buitenlandse journalisten aanwezig waren. De rest van hen is gedeporteerd naar Libanon, Syrië en Irak. Slechts een paar duizend van deze mensen wist deze tocht te overleven. De telegrammen uit Istanbul tonen dat het regime bevel gaf tot uitroeien."

Hoewel het Ottomaanse Rijk begin jaren twintig plaatsmaakte voor de Turkse Republiek van Atatürk, willen de Turken geen genocide als erfenis van hun voorouders. Ook al doet men zeer laatdunkend over de laatste periode van de Ottomanen en wordt met schande gesproken over de junta.

Berktay vergelijkt deze houding met dat van een kind dat geen schuld wil bekennen hoewel de bewijzen op tafel liggen. "De Turken zijn in de jaren veertig begonnen met ontkennen, en dat is in de loop der jaren onderdeel geworden van de staatsideologie. In het vorige decennium bereikte dat een stadium dat het bloed van Turken begon te koken als deze kwestie ter sprake kwam." De historicus constateert dat het besef groeit dat er iets moet veranderen. "Wij moeten er openlijk over kunnen spreken. Dat is de eerste stap. Daarna kan de rest volgen. De Turken zijn namelijk absoluut onwetend over deze kwestie. De staat heeft alle informatie buiten de deur gehouden. En uiteindelijk rest dan niets anders dan de genocide toegeven."