Terug naar vorige pagina 

Twentsche Courant Tubantia, 12 november 2011
Bron: Twentsche Courant Tubantia

Dialoog
Door Leo van Raaij

Ik kan het me moeilijk voorstellen, maar Turken en Armeniërs kunnen elkaar honderd jaar na dato nog steeds naar het leven staan over wat de Armeense genocide wordt genoemd. Of de "Armeense kwestie", afhankelijk van het kamp waarin men zich bevindt.

In die zin is het moedig van het Almelose raadslid van Turkse afkomst Ugur Çete dat hij namens de Almelose Atatürk Vereniging zegt een dialoog te willen beginnen met de Armenen over dit onderwerp. Dat wil hij door een conferentie te houden waarvoor, behalve tal van Twentse bestuurders, ook de Armeniërs worden uitgenodigd. Maar het is wel een dialoog met een valse start.

Over iets meer dan drie jaar is het honderd jaar geleden dat honderdduizenden Armeniërs stierven, al dan niet door een bewuste volkenmoord. Bewust, zeggen de Armeniërs en tal van westerse historici. De Turken spreken vaak van deportatie en massamoord, maar niet van een bewuste politiek om een volk om zeep te brengen.

Je kunt inderdaad wel stellen dat het na honderd jaar tijd wordt voor een dialoog tussen "slachtoffer" en "dader". Het aardige van een dialoog is echter dat daar twee partijen bij betrokken zijn. Op de conferentie van de Atatürk Vereniging spreken weliswaar twee personen, maar slechts één partij: twee hoogleraren met een Turkse achtergrond.

Een Armeense deskundige uitnodigen voor zijn visie is volgens Çete nog te vroeg. Dus krijgt de Almelose Armeense Vereniging Yerevan, net als de Armeense kerk, alleen een persoonlijke uitnodiging van de Atatürk Vereniging. Ze zijn ook niet bij de organisatie van de conferentie betrokken geweest.

"Het lijkt op propaganda", zei iemand tegen mij toen ik hem de kwestie voorlegde.

Aan Çete merk ik dat hij ook op eieren loopt. Hij is dan ook in Almelo opgegroeid. Een Turk met Tukkerse tongval. Ik denk te weten dat wat hem betreft die Armeense visie best uitgedragen zou mogen worden op die conferentie. Maar hij heeft natuurlijk ook te maken met zijn achterban. Overigens, Almelose Armeniërs en Turken praten best me elkaar. Alleen niet dáárover. En trouwen? Daarvoor heeft Çete een oer-Hollandse uitdrukking paraat over een geloof en een kussen...