Terug naar vorige pagina 

Twentsche Courant Tubantia, 10 april 2010
Bron: Twentsche Courant Tubantia

De genocide 1915: een kwestie van erkenning
Door Febroniya Atto

Het Zweedse parlement nam donderdag 11 maart een resolutie aan waarin de genocide op de Suryoye, de Armeniërs en Pontische Grieken officieel wordt erkend. Een historische dag voor de Suryoye gemeenschap wereldwijd. Ook voor die in Twente.

Na precies 95 jaar is Zweden het eerste land dat de genocide op de Suryoye in 1915 in het Ottomaanse Rijk – in het Aramees aangeduid met Seyfo ("het jaar van het Zwaard") – officieel heeft erkend.

Naar schatting zijn in de Seyfo een half miljoen Suryoye vermoord. Tegenover de positieve geluiden vanuit de Suryoye en Armeense gemeenschappen wereldwijd staat de hevig afwijzende houding van Turkije zelf.

Deze laatste is inmiddels "klassiek" te noemen: de Turkse ambassadrice in Stockholm werd vanuit Ankara onmiddellijk teruggeroepen, de Turkse premier Erdogan dreigde met het uitzetten van Armeniërs in Turkije en de Turkse pers begon een lastercampagne tegen een aantal parlementariërs van de Sociaal Democratische Partij in Zweden die voor de resolutie hadden gestemd.

De afgelopen weken, waarin ik een hele stortvloed aan informatie over de nasleep van de erkenning van de Seyfo over me heen kreeg, bevond ik mij in de regio Tur Abdin in het zuidoosten van Turkije. Tur Abdin ("Berg van de Dienaren (Gods)" in het Aramees) is de regio die het thuisland vormt van het Syrische christendom. Tot op de dag van vandaag zijn in deze regio honderden Syrisch Orthodoxe kerken en kloosters te vinden die dateren uit de eerste eeuwen van het christendom.

Opvallend bij het bezoeken van elke kerk, elk klooster en elk dorp in Tur Abdin is dat het gesprek met de plaatselijke priester of inwoners vrijwel standaard binnen enkele minuten gaat over de Seyfo. Men spreekt je aan over familieleden die zijn omgebracht en over de enkelingen die wel hebben weten te overleven. Kerken en kloosters blijken soms als toevluchtsoord voor Suryoye te hebben kunnen dienen, kogelgaten in kerkmuren blijken uit de tijd van de Seyfo te dateren en waterputten die nu water bevatten, werden in 1915 gebruikt om de lichamen van vermoorde christenen in te laten verdwijnen.

Ik heb me de afgelopen dagen regelmatig afgevraagd hoe lang Turkije haar nationalistische ontkenningspolitiek nog wil volhouden.

Wat betreft de Armeniërs wordt door de Turken vaak als standpunt ingenomen dat zij hoogverraad tegen de staat zouden hebben gepleegd en dat er geen sprake was van stelselmatig en opzettelijk doden. Als dit al een legitiem argument zou zijn – hetgeen ik overigens betwist – dan nog kan ten aanzien van de Suryoye-christenen dit standpunt niet worden ingenomen omdat de Suryoye geen nationale aspiraties hadden en niet gemilitariseerd waren.

De anti-Armeense vervolging liep uiteindelijk uit op een genocide gericht op alle christenen in het gebied. Onbetwistbaar is dat onder het internationale volkerenrecht de Seyfo als genocide wordt gekwalificeerd. Elk genocide-instituut heeft het ook als zodanig erkend. Het is dan ook moeilijk te bevatten dat Turkije de Seyfo nog steeds ontkent en dat het erkennen ervan in Turkije zelfs strafbaar is.

Dit in tegenstelling tot Duitsland waar het ontkennen van de Holocaust juist strafbaar is. In Turkije zijn hele straten en wijken vernoemd naar de "architect van de genocide" Talat Pasha, in Duitsland zou iets dergelijk ondenkbaar zijn.

De geschiedenis van de Suryoye is onlosmakelijk verbonden met de Seyfo. Zij heeft de identiteit van de Suryoye gemeenschap in grote mate getekend. Het ontkennen van de genocide is daarmee een directe aanval op de ziel van de gemeenschap – het is in zekere zin een ontkennen van de gemeenschap.

Naast de afschuwelijke daad zelf, is juist deze ontkenning een continue herhaling van de daad. Het erkennen van de Seyfo zou het erkennen van de Suryoye gemeenschap en haar identiteit betekenen.

Naast het stellen van een historische daad zou een erkenning van de Seyfo door Turkije een deur openen voor de verwerking van dit trauma. Ook een land als Nederland, waar een grote Suryoye gemeenschap woonachtig is (vijfentwintigduizend waarvan twintigduizend in Twente), zou het overigens betamen om de Seyfo officieel te erkennen en in te stemmen met de plaatsing van een Seyfo monument.

Het zou een belangrijk signaal zijn voor de Suryoye gemeenschap in Nederland en tegelijkertijd duidelijk maken dat ook onaangename historische feiten onder ogen moeten worden gezien.

De recente uitspraak van een burgemeester uit de regio Twente dat hij "best met de plaatsing van een Seyfo-monument zou willen instemmen maar dat hij de Turkse inwoners van de stad niet voor het hoofd wil stoten" zou toch eigenlijk – evenals de ontkenningspolitiek van Turkije – tot een ver verleden moeten behoren.

De auteur is jurist en afkomstig uit Tur Abdin, thans woonachtig in Enschede.