Terug naar vorige pagina
Staatscourant, 25 Januari 2005
Bron: Staatscourant
Armeens Auschwitz
Door René Diekstra
"Deze God, waartoe jij bidden wilt, bestaat niet. Waar was hij, toen de joden in Polen hun eigen graven moesten graven? Waar was hij toen de Nazi's met de schedels van joodse kinderen speelden? Als hij bestaat en hij heeft gezwegen, is hij net als Hitler een moordenaar." De woorden zijn van Joseph Shapiro, hoofdfiguur uit Isaac Bashevis Singers roman De Boetedoener. Het zijn in wezen ook de woorden van Richard Rubinstein in zijn boek getiteld Na Auschwitz: "Auschwitz heeft God gedood".
Deze week is het 60 jaar geleden dat het concentratiekamp Auschwitz werd bevrijd. Is Auschwitz inderdaad dat keerpunt in de geestelijke geschiedenis van de mensheid geweest waar Joseph Shapiro en Richard Rubinstein over spreken? Het moment waarop het geloof in God, en daarmee het bestaan van God, niet langer verdedigbaar was? Hoe gek het ook klinkt, ik zou willen dat het waar was. Ik zou willen dat er geen eerdere verschrikkingen van het niveau van Auschwitz hadden plaatsgevonden, waardoor God of een ander mensverenigend universeel geloof voorgoed zijn geloofwaardigheid zou verliezen. Maar zo eenvoudig is het
niet.
Dit jaar is ook het "jubileumjaar" van een andere verschrikking. Deze vond niet alleen bijna 30 jaar voor Auschwitz plaats, maar stond er ook model voor. Het was Hitler himself die in 1939, kort voor de bloedige aanval op de Polen, zijn legerbevelhebbers duidelijk maakte dat Duitsland van de wereldopinie niets te vrezen had. Want, zo zei hij, "Wer redet heute noch von der Vernichtung der Armenier?". Hoe is het mogelijk dat, anders dan Auschwitz, de massamoord op de Armeniërs, die onder aanvoering en verantwoordelijkheid van de Turkse regering in de periode 191517 werd begaan, nog altijd door de dader kan worden ontkend en dat die er internationaal nog mee wegkomt ook? Op 24 april 1915 werden in enkele grote Turkse steden duizenden Armeense politici, geestelijken en intellectuelen opgepakt, voor een deel direct vermoord en voor een deel gedeporteerd. Het was het startsein voor de deportatie en vervolgens uitroeiing van het grootste deel van de Armeense bevolking in het Turkse rijk.
Van de twee miljoen daar levende Armeniërs hebben er volgens vooraanstaande historici zeker 1.200.000 in concentratiekampen, door slachtpartijen of door uithongering de dood gevonden. Bij dat proces waren Duitse diplomaten en adviseurs - Turkije had in de Eerste Wereldoorlog de kant van Duitsland gekozen - actief betrokken.
De voor het Armeense Auschwitz direct verantwoordelijke Turkse minister, Talaat Pasha, maakte van de onderneming ook bepaald geen geheim. Zo vroeg hij aan toenmalige Amerikaanse ambassadeur Henry Morgenthau een keer het volgende: "Ik wil graag dat u de Amerikaanse levensverzekeringsmaatschappijen er toe beweegt om ons een complete lijst te sturen van al hun Armeense polishouders. Ze zijn praktisch allemaal dood nu en er zijn geen erfgenamen meer om het geld te innen. Het vervalt daarom allemaal aan de staat. De regering is nu de begunstigde. Wilt u dat doen?" Het verzoek is niet ingewilligd. Maar feit blijft dat tot op de dag van vandaag in tal van Turkse steden straten en pleinen naar Talaat Pasha genoemd zijn. Feit is ook dat de EU met Turkije over toetreding praat zonder vooral de erkenning van haar Auschwitz te hebben geëist. Als Europeaan schaam ik me diep.