Terug naar vorige pagina 

Staatscourant, 2 februari 2005
Bron: Staatscourant

Kamerleden veroordelen de Armeense genocide
Door André Rouvoet

In de Staatscourant van 25 januari schreef René Diekstra onder de kop "Armeens Auschwitz" over de verschrikkingen van de Armeense genocide. Hij concludeert terecht dat de EU met Turkije over toetreding gaat praten zonder vooraf de erkenning van haar Auschwitz te hebben geëist. Daar schaamt Diekstra zich als Europeaan diep voor.

Ik kan mij zijn gevoel van schaamte goed voorstellen. Evenals Diekstra waren veel fracties in de Tweede Kamer zeer teleurgesteld over het ontbreken van de eis tot erkenning van deze genocide door Turkije in de conclusies van de Europese Raad van december 2004. Voorafgaande aan die top hadden veel fracties daar wel toe opgeroepen.

Bij het debat over de conclusies van de Europese Top, waarbij veel aandacht werd besteed aan de bereikte overeenstemming ten aanzien van de start van de onderhandelingen met Turkije, heb ik daarom een motie ingediend waarin de regering werd verzocht om in het kader van de intensieve politieke en culturele dialoog die parallel aan de toetredingsonderhandelingen met Turkije zal worden gevoerd, voortdurend en nadrukkelijk de erkenning van de Armeense genocide aan de orde te stellen. Van een (nieuwe) Europese lidstaat moet toch een eerlijke omgang met de eigen geschiedenis worden geëist. Deze motie werd door minister Bot verwelkomd en is unaniem door de Kamer aanvaard.

Het is helaas waar dat de Tweede Kamer niet bij motie de eis tot erkenning kan toevoegen aan de conclusies van de Europese Raad. Maar deze Kameruitspraak is intussen wel van grote en principiële betekenis. Het is namelijk de eerste keer dat de Nederlandse Tweede Kamer expliciet spreekt van "de Armeense genocide". Waar het Europese Parlement dit al eerder deed, werd in het Nederlandse parlement de term "genocide" tot nog toe steeds vermeden. Dat de Kamer zich nu unaniem achter een motie heeft geschaard waarin de gebeurtenissen van 1915 tot 1917 met zoveel woorden als genocide worden bestempeld én dat de Nederlandse regering deze motie ook nog eens heeft verwelkomd, is van geweldige betekenis voor de wereldwijde Armeense gemeenschap.

Overigens is in het debat door verschillende woordvoerders ook verwezen naar de Assyrische volkerenmoord. Hoewel de motie hier niet over rept, heeft de minister van Buitenlandse Zaken mij desgevraagd verzekerd de motie zo te willen verstaan dat daarin ook de Assyriërs worden begrepen. In de gesprekken met Turkije zullen derhalve beide verschrikkingen aan de orde worden gesteld.

Met Diekstra ben ik van mening dat aan de héle geschiedenis recht moet worden gedaan. De aanvaarding van mijn motie heeft de kans dat dit de komende tijd daadwerkelijk zal gebeuren in elk geval weer een stukje dichterbij gebracht.

De auteur is fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Tweede Kamer.