Terug naar vorige pagina 

Reformatorisch Dagblad, 24 oktober 2007
Bron: Reformatorisch Dagblad

Geplande volkerenmoord
Door René Zeeman

Keer op keer raken de gemoederen in Turkije oververhit als ergens in het buitenland de moord op de Armeniërs in de jaren 1915-1916 aan de kaak wordt gesteld. Dat gebeurde in 2003 toen de Franse Nationale Vergadering de moord op de Armeniërs als genocide omschreef. Dat was vorig jaar aan de orde bij de Nederlandse parlementsverkiezingen. Deze maand was het opnieuw raak toen een Amerikaanse commissie een voorstel aanvaardde om de massamoord op de Armeniërs te bestempelen tot genocide.

Wie een antwoord zoekt op de vraag waar de overgevoeligheid van de Turken uit voortkomt, vindt dat in het boek "De Armeense genocide. Een reconstructie" van Taner Akçam. De historicus Akçam is geboren in Turkije, kwam vanwege zijn linkse ideeën in aanraking met de autoriteiten, vluchtte naar Duitsland, waar hij politiek asiel kreeg, en woont momenteel in de Verenigde Staten, waar hij doceert aan de universiteit van Minnesota. In verband met de presentatie van zijn boek eerder dit jaar zou hij naar Nederland komen, maar uit angst voor represailles van Turkse nationalisten zegde hij zijn bezoek op het laatste moment af.

De conclusie van Taner Akçams boek is bijzonder pijnlijk voor Turkije: de moord op de Armeniërs was gepland en kwam voort uit het brein van de leiders van de Partij voor Eenheid en Vooruitgang (PEV). Dat waren jonge Turkse officieren die de restanten van het Ottomaanse Rijk wilden redden door de vestiging van een etnisch homogene staat. Begin 1915 nam de PEV-leiding in het geheim het besluit de Armeense bevolking uit de oostelijke provincies van Anatolië weg te voeren en te vermoorden. Naar schatting 1 miljoen Armeniërs lieten hierbij het leven. Dit was niet minder dan een genocide.

Teloorgang
De genocide kan niet los worden gezien van de teloorgang van het Ottomaanse Rijk. Sinds het einde van de zeventiende eeuw verloor het grote stukken gebied in Zuidoost-Europa. De Turken die zich daar in de loop van de jaren hadden gevestigd, werden met geweld verdreven.

De westerse mogendheden dwongen het rijk tot verschillende hervormingen, die meestal autonomie voor de christelijke bevolkingsgroepen tot doel hadden. Dat werd door de Ottomanen terecht gezien als inmenging in de binnenlandse aangelegenheden. Pijnlijk was de Russisch-Turkse oorlog van 1877-1878, waarbij heel Bulgarije verloren ging. De Turkse bevolking werd voor een belangrijk deel uitgemoord of verjaagd. Dat gebeurde overigens niet alleen op de Balkan maar ook in de Kaukasus, waar de Russen huis hielden onder de Turken.

In de Balkanoorlog van 1912 verloren de Ottomanen uiteindelijk bijna al hun gebied in Europa aan Griekenland, Servië en Bulgarije. Het hartland van het Ottomaanse Rijk, het huidige Turkije, werd overspoeld door slachtoffers van etnische zuiveringen.

Nog meer territoriumverlies dreigde voor de Ottomanen. Het Ottomaanse Rijk gold als de zieke man van Europa. De verwachting was dat de christelijke Europese naties het Ottomaanse Rijk onder elkaar zouden verdelen. Het was niet zozeer een kwestie of, maar eerder wanneer dat zou gebeuren.

Een aantal Ottomanen liet dit niet over zijn kant gaan. De PEV-leiders hadden twee ideeën om het Ottomaanse Rijk te redden. De eerste was een panislamitische uitbreiding naar het oosten, om de verliezen in Europa te compenseren. De tweede bestond uit de gedachte het hart van het rijk, Anatolië, te behouden en daar een etnisch homogene staat te vestigen. In beide gevallen zaten de christelijke Armeniërs, vooral verspreid over het oosten, in de weg.

Deportatie
De Armeniërs deden het financieel gezien niet slecht in het Ottomaanse Rijk. De christenen golden als tweederangsburger, maar toch hadden velen zich weten op te werken en hadden ze zich geïntegreerd. Het was met de rust gedaan toen eind negentiende eeuw nationalistische bewegingen op de Balkan de kop op staken. Dat inspireerde Armeense nationalisten eveneens tot rebellie tegen het Ottomaanse gezag. Bloedige botsingen waren het gevolg.

Het tsaristische Rusland, dat al eerder het noorden van Armenië had ingenomen, greep de incidenten in 1895 aan om de protectie over de Armeniërs in het Ottomaanse Rijk op te eisen. Dat wezen de Turken van de hand.

In de Eerste Wereldoorlog koos het Ottomaanse Rijk de zijde van Duitsland en kwam het in het oosten tegenover Rusland te staan. De Ottomanen leden verschillende nederlagen. Die schreef men op het conto van de Armeniërs, die met de Russen zouden samenwerken. Die collaboratie greep men aan om de Armeniërs uit de weg ruimen. De homogene Turkse staat was per slot van rekening het doel.

Het startschot voor de moord op de Armeniërs werd gegeven. En masse deporteerde men de Armeniërs naar de Syrische woestijn. Veel Armeniërs stierven onderweg door ontbering of werden gedood door ingehuurde Koerden of door Turken van de Balkan die nu wraak konden nemen. Degenen die wel de Syrische woestijn haalden, waren niet beter af. Tussen de 600.000 en de 1.500.000 Armeniërs vonden de dood.

Verdeling
Aanvankelijk heerste er alom verontwaardiging over wat de Armeniërs was aangedaan, zelfs bij de Turken. De bevolking eiste dat de schuldigen werden terechtgesteld. Ook de grote mogendheden wilden de mensen achter de genocide voor de rechter dagen. De stemming sloeg om toen bleek dat Groot-Brittannië en de andere mogendheden Turkije onder zich wilden verdelen.

De sultan in Istanbul wilde de grote mogendheden nog wel tegemoetkomen, maar de alternatieve nationalistische regering onder leiding van Kemal Atatürk in Ankara wilde daar absoluut niet van weten. Het nationalistische verzet tegen de imperialistische plannen van de grote mogendheden leidde ertoe dat ook de processen waar de mogendheden eveneens op aandrongen, als een ontoelaatbare vernedering werden beschouwd.

Akçam: "De wens van de geallieerden om Anatolië op te delen en hun wens om de misdadigers in naam van de menselijkheid te straffen waren dusdanig met elkaar verweven dat de Turkse Nationalistische Beweging de bestraffing van de daders als een klap voor de nationale onafhankelijkheid ervoer."

En: "De mening kon postvatten dat al die beschuldigingen van "Armeense slachtpartijen" alleen maar vijgenbladeren waren, verzonnen "misdaden" en "misdadigers" die door de Britten werden aangewend om hun koloniale ambities te verwezenlijken en de Turkse natie te knechten."

Toen de Armeniërs na de Eerste Wereldoorlog probeerden een eigen staat te stichten, werd de genocide steeds minder als een verwerpelijke onderneming gezien. Uiteindelijk werden slechts enkele kopstukken veroordeeld. Naderhand werden ze in het kemalistische Turkije zelfs als helden vereerd.

Het buitenland mag nog altijd geen kwaad woord zeggen over deze zwarte bladzij in de geschiedenis van Turkije. Wie "De Armeense genocide" heeft gelezen, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat het tijd wordt dat Turkije de in het verleden begane fouten toegeeft.