Terug naar vorige pagina 

Reformatorisch Dagblad, 24 januari 2007
Bron: Reformatorisch Dagblad

Nationalisme is het probleem van Turkije
Door Paul Lieben

De moord op de Turks-Armeense journalist Dink komt niet zomaar uit de lucht vallen. Nationalistische spasmen zijn geworteld in de Turkse wet en worden onderwezen op school, stelt Paul Lieben.

Premier Erdogan kan krokodillentranen huilen, maar het is natuurlijk niet zo dat de moord op de Turks-Armeense journalist Dink zomaar uit de lucht komt vallen. Dink is meerdere malen bedreigd. Elke journalist of schrijver die kanttekeningen plaatst bij de Turkse staat of bij de premier zelf – hoe genuanceerd of terecht ook – is vogelvrij. Nationalistische spasmen zijn geworteld in de Turkse wet en worden onderwezen op school.

Het was ronduit lachwekkend dat vorig jaar studenten van Turkse afkomst in Nederland met pleisters op de mond gingen demonstreren. Een land waar werkelijk geen vrijheid van meningsuiting is, is Turkije zelf. Schrijf, teken of zeg iets wat op enige kritiek op Turkije lijkt, en je wordt naar het leven gestaan. Door staat en straat.

Een cartoonist die premier Erdogan als kat afbeeldt verstrikt in een bolletje wol: staatsgevaarlijk! Een professor die kanttekeningen plaatst bij de aanwezigheid van Atatürk op scholen. Een latere Nobelprijswinnaar die – evenals de journalist Dink – over de Armeense kwestie/genocide schrijft. Hoe onschuldig opgetekend ook, iedereen is in theorie schuldig aan belediging van het Turkendom. Je kunt dan officieel worden aangeklaagd, ontslagen en vervolgd. Officieus kun je worden verwenst, bedreigd of gedood.

Het is natuurlijk prachtig dat de vermoedelijke moordenaar van de journalist Dink zo snel is opgepakt. Maar als het premier Erdogan en Turkije werkelijk ernst is, pakken ze in het vervolg eens geen schrijvers en intellectuelen aan. En laten ze het niet zitten bij het oppakken van de vermoedelijke dader, een 17-jarige jongen. Maar attaqueren ze die botte, brute sluipmoordenaar die nationalisme heet. Om te beginnen op school.

Zelfreflectie
Ik was in het najaar in Turkije en verbaasde me over de gigantische plaquettes van Atatürk die op elke school zijn aangebracht. Het moge duidelijk zijn dat Atatürk veel voor Turkije betekend heeft. Maar een kritiekloze omarming en bijna verafgoding van hem, met weglating van schaduwzijden, staat enige zelfreflectie in de weg, ook op school. Die beelden van Atatürk zijn letterlijk en figuurlijk tekens aan de wand.

Kort nadat ik terugkeerde, las ik een heel klein stukje in het AD. Over een Turkse professor die was ontslagen omdat hij vraagtekens stelde bij de alomaanwezigheid van Atatürk op scholen. Dat ontslag was ook een teken aan de wand. Professor, u hebt groot gelijk. Maar in Turkije krijgt u het vooralsnog niet. Wel uw ontslag.

In de berichtgeving rond de dader staat vermeld dat hij zestien is, schoolverlater en verslaafd, maar niet waaraan. Waarschijnlijk hebben school en omgeving hem een overdosis nationalisme gegeven en zijn geest vergiftigd. Internet was het laatste explosieve bestanddeel, getuige de tekst: "Ik heb geen spijt. Ik las op internet dat hij zei: "Ik kom uit Turkije, maar Turks bloed is vies", en daarom besloot ik hem te doden." Is dergelijke gezwollen retoriek normaal voor een puber die van meisjes zou moeten dromen, maar nachtmerries de wereld in helpt?

Het is frappant dat een land dat zo wankel is en zo slecht met kritiek kan omgaan, wel wil opgaan in een breder verband van staten dat de Europese Unie is. Als men zelf niet tot het inzicht komt dat er iets moet veranderen, zal Europa dat besef moeten bijbrengen. De EU zal voor toetreding moeten eisen dat afstand wordt gedaan van al te drastische, nationalistische tendensen in de Turkse wetgeving, scholing en samenleving.

De auteur is politicoloog.