Terug naar vorige pagina
Reformatorisch Dagblad, 18 oktober 2007
Bron: Reformatorisch Dagblad
De Armeense genocide
Door René Zeeman
De relatie tussen Turkije en de Verenigde Staten staat als gevolg van een zaak uit het verleden onder spanning. De commissie buitenlandse zaken van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden heeft een voorstel aanvaard de massamoord op de Armeniërs bijna honderd jaar geleden te bestempelen tot genocide.
President George Bush vorige had tot op het laatst geprobeerd de resolutie tegen te houden, omdat deze volgens hem de Amerikaanse doelstellingen in het Midden-Oosten zal dwarsbomen en tot een verwijdering van Turkije zal leiden.
De commissie van het Huis nam de resolutie echter aan en nu moet het voorstel ook in het voltallige Huis van Afgevaardigden in stemming worden gebracht. Bush zal proberen de fractieleiders van de Democraten ertoe te bewegen het voorstel van de agenda te halen.
In Turkije werd woedend gereageerd op het besluit van de Amerikaanse Congresleden. De krant Vatan kopte "27 domme Amerikanen" en het dagblad Hurriyet sprak van een "haatresolutie". De hoogste generaal van het Turkse leger, Yasar Buyukanit, zei zondag in de krant Milliyet dat de Verenigde Staten het risico lopen de militaire relatie met Turkije blijvend te beschadigen als het Congres de motie aanneemt.
Kern van de hele discussie is de moord op de Armeniërs: gaat het hierbij om een genocide of volkerenmoord of niet? Dat hangt ervan af hoe het begrip genocide wordt gedefinieerd.
Zeker is dat er in 1915 en 1916 tussen de 800.000 en de 1,5 miljoen Armeniërs in het Ottomaanse Rijk zijn omgebracht. De meeste historici zien dit als een genocide. Turkije ontkent echter dat er sprake is geweest van volkerenmoord. Er zouden veel minder slachtoffers zijn gevallen en deze zouden niet het slachtoffer zijn van systematische uitroeiing, maar zijn omgekomen als gevolg van de burgeroorlog en algemene onrust.
Wat vooral opvalt in deze zaak is de lichtgeraaktheid waarmee de Turken reageren. De resolutie is niet bindend, moet nog door het Huis worden aanvaard en president Bush heeft aangegeven de resolutie naast zich neer te zullen leggen.
Als het om de Armeense genocide gaat is Turkije al jaren overgevoelig. Toen Frankrijk enkele jaren geleden de Armeense genocide erkende, reageerde Ankara ook heftig en dreigde het met strafmaatregelen. In de praktijk liep het overigens niet zo'n vaart. De handel tussen Frankrijk en Turkije is sinds de genocideresolutie eerder toegenomen.
De Amerikaanse president wil de moord op de Armeniërs niet aanmerken als genocide. Hij erkent dat er enkele honderdduizenden Armeniërs zijn omgekomen, maar het gaat hem te ver om van een volkerenmoord of genocide te spreken.
In zijn redenering laat Bush zich leiden door geopolitieke afwegingen. De Amerikaanse president wil geen bondgenoten in het Midden-Oosten verliezen en noemt daarom de dingen niet bij hun naam. Maar is dat correct van een president die zich een christen noemt? Natuurlijk, een genocide blijft een kwestie van definiëren, maar de moord op meer dan een miljoen mensen, in dit geval nog medechristenen ook, is een feit. Meer daadkracht zou Bush in deze heikele kwestie niet misstaan. Laat hij een voorbeeld aan de Fransen nemen, die zich de woede van de Turken op de hals haalden, maar intussen geen duimbreed weken.
De Europese Unie staat in deze discussie aan de zijlijn, maar mag zich intussen serieus afvragen of zij Turkije toe moet laten. Kan de EU samenwerken met een land dat meer dan een miljoen mensen heeft vermoord, dat niet wil toegeven dat aan het begin van zijn geschiedenis deze massamoord staat?
Waarschijnlijk wil Turkije niet van een genocide weten uit vrees voor claims van de nabestaanden van de omgekomen Armeniërs. De laatste paar jaar heeft het zo'n 10 miljoen euro uitgegeven aan lobbyisten die in de Amerikaanse hoofdstad opereren. Die moesten ervoor zorgen dat de Armeense genocide niet op de politieke agenda in Washington kwam te staan. Dat is Turkije gelukkig niet gelukt.