Terug naar vorige pagina
De Pers, 10 mei 2011
Bron: de Pers
"Alle christenen zijn bang"
Door onze correspondent Arnold Karskens
Niet alle Syriërs willen revolutie. In de noordelijke stad Aleppo ziet de Armeense minderheid president Bashir al-Assad als laatste strohalm. "Nu zijn christenen en moslims gelijk."
Nagenoeg van elke winkelruit in de soek, vanaf de muren rond de stad of in minatuur achter de autoruiten; nergens anders staart het portret van president Bashir al-Assad je vaker aan dan in de tweede stad van Syrië. Wisselend in T-shirt dan weer in militair uniform. Met een vlassnorretje boven een weke kin. Het noordelijke Aleppo is een thuisbasis voor de telg uit de familie al-Assad die Syrië al veertig jaar met ijzeren vuist regeert.
De man die me voorgaat naar een natuurstenen zuil zal me uitleggen waarom. Geen betere plek dan de Armeens orthodoxe begraafplaats om over geweld en dood te praten. We zijn omgeven door zo'n 7.000 graven, maar volgens de archieven moeten er 200.000 liggen. Eerder spraken we over de demonstranten die hun eisen stelden voor democratie, maar die zijn opgepakt of doodgeschoten. Het zou om honderden mensen gaan. Op weg van de hoofdstad naar het noorden passeerde de bus tanks die van diepladers werden afgereden. Ze worden ingezet tegen de onlusten die vrijdag weer worden verwacht.
Tragedie
Met een lichte trilling in zijn stem leest de man de twintig in steen gebeitelde namen op van de Armeense leraren die in 1915 protesteerden tegen vervolging van hun volk in het toenmalige Ottomaanse rijk. Een tragedie die uitmondde in de grootste genocide tot dan in de geschiedenis. Ruim een miljoen Armeniërs werden omgebracht in Turkije of in de Syrische woestijn gedreven zonder water en voedsel. De leraren die alleen vreedzaam protest aantekenden werden opgehangen. Met de huidige onlusten die het Midden-Oosten in hun greep houden, komt de twijfel bij de kleine Armeense minderheid te midden van ruim 20 miljoen hoofdzakelijk islamitische Syriërs weer boven.
Mijn gesprekspartner, die uit voorzichtigheid anoniem blijft, twijfelt. Voor het genocide-monument zegt hij: "De Arabieren zijn niet zoals de Turken, over wie de Franse schrijver Victor Hugo zei: als je ruïnes ziet dan zijn de Turken langsgeweest, zulke barbaren waren het." We lopen verder en trots toont hij de uitbreiding van het kerkhof. Zolang Armeniërs in Syrië leven zullen ze hier in dit noordoostelijke stadsdeel worden begraven. Terug in zijn kantoor ziet hij het probleem breder: "Islamieten kennen de democratie niet. Alleen het zwaard". De protesten zoals in Dara'a kunnen ontaarden in chaos en dan wordt het gevaarlijk voor de christelijke minderheid. "Oké, je hebt nu de VN en de media. Maar in Irak kwam een zwakke regering aan de macht en zie wat er met de christenen gebeurde. Ze werden gedood en verdreven."
Zijn strohalm is president Bashir al-Assad, Die behoort tot de sjiitische Alawieten, zelf een minderheid ten opzichte van de soennitische moslims die zo'n driekwart van de bevolking uitmaken. "Alles blijft goed zolang deze regering er is. Christenen en islamieten zijn nu gelijk voor de rechtbank en op straat."
Op 24 april was de gedenkdag van de Armeense genocide die in 1915 begon. De Amerikaanse president Obama noch de Turkse regering bestempelde de massamoord op Armeense mannen, vrouwen en kinderen als volkerenmoord, wat wel wordt gezegd over het lot van de omgekomen joden in de Tweede Wereldoorlog. De man was teleurgesteld. Zonder erkenning kan de geschiedenis zich makkelijk herhalen. "Ik ken de verhalen van mijn opa die uit Turkije werd verdreven en de agenten die hem naar Syrië voerden. "Ik weet wat er toen gebeurde." Over de toekomst is hij daarom ambivalent. Veel Armeniërs baten de beste winkels van Aleppo uit waar gesluierde vrouwen de nieuwste kleren kopen. De hoogste geschoolde technici zijn Armeniers maar veel vertrekken ook naar de VS en Frankrijk, nu het nog kan. "Alle christenen in het Midden-Oosten hebben angst."