Terug naar vorige pagina 

Het Parool, 9 januari 2001
Bron: het Parool

De strijd om een Armeens gedenkteken
Door Maurits Schmidt

Nicolai Romashuk is al twee jaar bezig met een herdenkingsmonument in Assen voor de genocide in 1915 op zijn volk, de Armeniers. Het mag niet zo zijn; de Turkse gemeenschap in Assen verzet zich hevig. Het gemeentebestuur laat zich heen en weer slingeren. Nu moet de rechter er aan te pas komen.

Hij heeft een zachte stem en een bedeesde glimlach. Wijd open ogen, alsof hij nog steeds in de grot leeft waar hij is geboren en getogen. Nicolai Romashuk (47), Armenier, heeft zich altijd met eenvoudige baantjes in leven gehouden. In Israel als goudsmidleerling en bij een drukkerij. In Nederland in een palletfabriek, in een bejaardenhuiskeuken, als beheerder in een opvangcentrum voor Armeniers, straatventer van zelfgemaakte sieraden en posters, en nu als concierge op een school. Een selfmade intellectueel, die zes talen spreekt en voor wie de geschiedenis van Armenie geen geheimen kent.

Twee jaar geleden benaderde Romashuk de wethouder Minderheden in Assen. Er moest een monument komen voor de honderdduizenden Armeniers die in en rond 1915 zijn afgeslacht door de Turken. Een monument, zoals Armeniers overal ter wereld hebben opgericht. De steen, uit Armenie, met de tekst erin gebeiteld, is al in Assen. Maar de tekst moet over.

Romashuk vertelt hoe het sindsdien gegaan is in Assen. Telkens grijpt hij terug op de geschiedenis van zijn volk, op zijn eigen ontheemde leven daarin als voorbeeld. Want dat is voor hem het echte monument: die geschiedenis vertellen. Stapels boeken legt hij als bewijs op tafel. Bijna allemaal oog getuigenverslagen van onafhankelijke waarnemers. Boeken dus van rond 1920. Het is niet zozeer bitterheid tegen de Turken als wel de frustratie over de ontkenning van de volkerenmoord die hem drijft.

Op 24 april herdenken alle Armeniers dat op die dag in 1915 de Turken alle intellectuelen uit hun land afslachtten. Zo had het volk geen leiders meer. Twee aanleidingen waren er voor de moordpartij, zegt Romashuk. De Turken wilden de Armeniers, die rond het jaar 300 als eerste volk het christendom als staatsgodsdienst aannamen, bekeren tot de islam. En de gemiddelde Armenier was zo rijk dat er wat viel te halen.

Romashuks grootouders, welgestelde leerhandelaren, vluchtten. In de grotten van het Jacobusklooster in de Armeense wijk van het oude Jeruzalem was nog plaats voor hen. Toen Nicolai in 1953 werd geboren, waren er nog dertigduizend Armeniers in de stad, nu nog tweeduizend. Velen emigreerden. In Nederland wonen er zo'n zevenduizend .

De kloostergrotten waren in aarden wallen uitgehouwen. Romashuk herinnert zich nog levendig hoe het Rode Kruis er touwtjes spande en er dekens over hing; dat moesten de wanden van de kamertjes van talloze gezinnen voorstellen. Ze leefden van melk, rijst of graan met wat groente en pap, verstrekt door Unicef. Na zijn geboorte werd Nicolais moeder krankzinnig en werd opgesloten in Bethlehem. Vader vluchtte. Oma voedde hem op totdat hij, vanaf zijn veertiende, voor haar geld ging verdienen. Rond zijn achttiende ontmoette hij een Nederlands meisje, dat hij een paar jaar later nareisde naar Groningen. Ze kregen drie kinderen en zijn nu gescheiden.

De hervormde kerk in Groningen vroeg hem beheerder te worden in een opvanghuis voor Aramezen, ook bekend als Assyriers of Syrisch-orthodoxen, gevlucht uit landen als Irak, Syrie en Turkije. Toen die klus was geklaard en de mensen eenmaal waren gehuisvest, stond Romashuk op straat. Hij vond een huis in Assen en moest leven van straatverkoop.

Wanneer kwam het idee op voor een monument? "Al in mijn jeugd. Ik leefde daar tussen uitsluitend in het zwart geklede rouwende, biddende vrouwen. Vluchtelingen die granen uit ezelvijgen hadden gepulkt in de woestijn om te overleven. Ook wij moesten, in schooluniform, naar de Armeens-apostolische kerk."

Op school hing een bord: "Als onze kinderen deze gruwelen vergeten, de hele wereld zij vervloekt." Roma shuk: "Dat heb ik me ingeprent."

Toen na 1988 driehonderdduizend Armeniers vluchtten uit Azerbeidzjan, waar een oorlog woedde om de Armeense enclave Nagorno Karabag, kwamen er zo'n vierhonderd in Nederland terecht. Met een aantal van hen richtte hij een Armeense culturele stichting op . "Als een van de eerste Armeense inwoners in Nederland voelde ik de plicht het initiatief te nemen tot oprichting van een monument. Ik zou, indachtig die schooltekst, een verrader zijn geworden door de zwartste bladzij uit onze geschiedenis te vergeten. Het Osmaanse rijk was er op uit ons uit te roeien. Ik heb hier alle bewijzen bij me."

Een van de boekjes uit begin vorige eeuw die Romashuk toont, is Marteling der Armeniers in Turkije, naar berichten van ooggetuigen. Het gaat vergezeld van een oproep tot geld geven. Grote namen in het steuncomite: De Savornin Lohman, Patijn, Van Eeghen. Ook van de Britse historicus Arnold Toynbee heeft Romashuk een getuigenis, Armenische gruwelen. Van alles heeft hij originele exemplaren en overdrukken, tot en met een bibliografie, die duizenden titels telt.

Toen zijn actie bekend werd, stopten leden van de Turkse gemeenschap briefjes bij mensen in de bus, voorzien van het teken van de Grijze Wolven, de extreem rechtse Turkse organisatie. Ze maken gewag van een "haatmonument". "Ze waren een beetje laat begonnen, ik had al toestemming van de gemeente. Voor twintigduizend gulden, bijeengebracht door Armeniers in Nederland, hadden we een twee meter hoge vulkanische tufsteen in Armenie besteld. De goedkeuring werd later trouwens tussentijds even ingetrokken. Was een vergissing, zei de gemeente. Het zou niet bevorderlijk zijn voor de multiculturele gemeenschap in Assen."

Ook de tekst moest anders. Er stond op "Voor onschuldige Armeense slachtoffers van de genocide 1915". Nederland heeft die volkerenmoord niet erkend, liet Assen weten. Er moest op: "Voor onze omgekomen Armeense voorouders 1910-1920".

Nog zijn de Turken niet tevreden. Ze hebben de gemeente voor de rechter gedaagd om plaatsing te voorkomen. Die zaak kan nog wel weer een jaar gaan duren. Wat vindt Romashuk er zelf allemaal van? "Heel erg jammer. De Turkse gemeenschap komt naar voren met allerlei smoesjes, zoals van een multiculturele samenleving. Die willen wij ook. Maar wel een rechtvaardige. Het monument heeft geen politieke bedoeling tegen Turken. Dan waren we wel naar de ambassade gegaan om de vlag in brand te steken."

"Ik kan me wel voorstellen dat het gemeentebestuur van Assen geen herrie wil. Maar ze buigt voor het ene doel dat de Turken hier in het hoofd hebben: die volkerenmoord doen vergeten. En dat zullen de Armeniers nooit accepteren."