Terug naar vorige pagina
Het Parool, 7 oktober 2006
Bron: het Parool
Armeense lobby is sterk
Door Addie Schulte
Niet eerder kreeg de Armeense genocide zoveel aandacht in de Nederlandse politiek als in de afgelopen weken. Een kleine lobby met veel vertakkingen op het Binnenhof had onverwacht succes. "Ik denk dat Nederland zich een hoop ellende heeft bespaard."
Een maand geleden begon het met een brief aan het CDA en een persbericht. De Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON) en het 24 April Comité vroeg of kandidaat-Kamerlid Ayhan Tonca afstand wilde nemen van zijn eerdere ontkenning van de Armeense genocide.
"Tonca was een recht toe, recht aan ontkenner," zegt Inge Drost, woordvoerder van de Armeense organisaties. Op de brief aan het CDA kreeg de Armeense lobby geen rechtstreeks antwoord. Maar nadat de media er aandacht aan besteedde kwam de zaak in een stroomversnelling die maar aan lijkt te houden.
Dat was heel anders toen de Armeniërs een eerste succes boekten in Den Haag. In december 2004 nam de Kamer unaniem een motie aan, met ChristenUnie-fractievoorzitter André Rouvoet als eerste ondertekenaar, waarin de regering wordt opgedragen de erkenning van de Armeense genocide onder de aandacht van de Turkse regering te brengen. Een actueel onderwerp, omdat er werd gesproken over het beginnen van onderhandelingen over de toetreding van Turkije tot de Europese Unie.
Hier was jarenlang op aangedrongen. Maar met de motie was erkenning geen eis voor de toetreding van Turkije. Vorig jaar probeerde Rouvoet in een debat met minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken zover te krijgen. Bot weigerde, want volgens hem was impliciet duidelijk dat Turkije de genocide zou moeten erkennen. "Rouvoet zei: "laten we dit maar incasseren"," aldus Drost.
Maar in de notulen van het verslag was er niets over opgenomen. Drost bleef aandringen. "Ik heb Rouvoet gevraagd het in een plenair debat nog eens na te vragen." Daarvan worden woordelijke verslagen gemaakt. Drost: "Maar toen kwamen er toch iets andere antwoorden."
Dat Rouvoet de Armeense zaak herhaaldelijk onder de aandacht heeft gebracht en daarbij vrij brede steun heeft ontvangen, is niet verbazingwekkend. Hij is lid van het comité van aanbeveling van het 24 April Comité net als de Kamerleden Harry van Bommel (SP), Kathleen Ferrier (CDA), Farah Karimi (GroenLinks), Cees van der Staaij (SGP), PvdA-senator Ed van Thijn, net als ex-Kamerlid Leen van Dijke (ChristenUnie).
De klein-christelijke politieke partijen zijn dus goed vertegenwoordigd. Armeniërs zijn overwegend christelijk. Het 24 April Comité is ook bijzonder ingenomen met het wetsvoorstel van de ChristenUnie om ontkenning van genocide in sommige gevallen strafbaar te stellen.
Eigenlijk gaat het om een historische kwestie, en is de strijd voor erkenning niet politiek, zegt Drost. "Maar de ontkenning is politiek gestuurd vanuit Ankara." "Turkije is bezig met een achterhoedegevecht: bijna alle historici erkennen de genocide. Maar we kunnen er niet aan voorbij gaan, omdat Turkije lid wil worden van de Europese Unie. Dat is ondenkbaar zonder erkenning van de genocide."
De Turkse ambassade speelt daarin volgens haar een grote rol. Van kritiek op het scherp volgen van de Turks-Nederlandse kandidaten wil Drost dan ook niets weten. "We hebben niet onnodig iemand beschadigd. We hebben helderheid gevraagd en zijn daar grotendeels geslaagd. Ik denk dat Nederland zichzelf een hoop ellende heeft bespaard. Je importeert een Turks probleem. Sommigen zitten met honderd touwtjes aan Ankara vast. Veel mensen willen niet geloven dat de Nederlandse politiek al beïnvloed werd, ook voor de motie van Rouvoet. De Kamerleden Fatma Koser Kaya (D66), Nebahat Albayrak (PvdA) en Fadime örgü (VVD) hebben toen een interview gegeven dat het Turkse standpunt vertegenwoordigde."
Na Tonca kwamen ook andere Turks-Nederlandse kandidaten in het vizier. Met name Albayrak heeft dat aan zichzelf te danken door haar uitspraken in Trouw, vindt Drost. "We konden daar helaas niet overheen stappen. Helaas, omdat het over personen gaat."
Volgens haar begrepen veel mensen niet dat de uitspraken van Albayrak heel dicht bij die van de ontkenners kwamen. "Nog steeds is de positie van Albayrak niet duidelijk. Het is wel merkwaardig dat Albayrak nu slachtoffergedrag vertoont."