Terug naar vorige pagina
Het Parool, 31 januari 2001
Bron: het Parool
Vertoornd Turkije straft Frankrijk
Van onze redactie buitenland
Turkije zegt het ene na het andere contract af met Frankrijk, nu president Jacques Chirac deze week zijn handtekening heeft gezet onder de wet die de genocide erkent op het Armeense volk, begaan door Turkije tussen 1915 en 1917.
Turkijes premier Bulent Ecevit kondigde gisteren aan dat hij de relaties met Frankrijk "volledig gaat herzien". Eerder al hadden Turkse bedrijven en overheidsinstellingen stappen genomen.
Het ministerie van Defensie zegde een contract af met Dassault Aviaton ter waarde van 200 miljoen dollar. Franse graanbedrijven mogen niet meedingen naar Turkse contracten. Alcatel werd uitgesloten van een Turks project voor spionagesatellieten.
"Frankrijk moet niet denken dat het Turkije kan kwetsen en vervolgens gewoon zaken met ons kan doen," aldus minister van Defensie Cakmakoglu.
Ook neemt Turkije symbolische stappen tegen Frankrijk. Zo worden in de hoofdstad Ankara de namen veranderd van de grote straten die zijn vernoemd naar Parijs en Straatsburg. Een ultrarechtse partij heeft voorgesteld in Ankara een monument op te richten ter herdenking van de "volkerenmoord" die de Fransen in Algerije zouden hebben bedreven.
De gemeenteraad van Parijs heeft onlangs besloten een monument op te richten voor de Armeniers. In Frankrijk wonen ongeveer 300.000 mensen van Armeense afkomst. Vooral Marseille telt een aanzienlijke gemeenschap.
Franse diplomaten en president Chirac hebben lang en vergeefs getracht politici af te houden van de geste aan de Armeniers. Maar Chirac stond voor het blok toen de Assemblee Nationale deze maand een motie over de genocide aannam.
Het Europees Parlement en Italie gingen Frankrijk voor. Het Amerikaanse Congres heeft op aandringen van ex-president Clinton altijd afgezien van al te harde uitspraken, uit vrees de relaties met Turkije op het spel te zetten. Groot-Brittannie riskeert ook de Turkse toorn, omdat het vorige week tijdens Holocaust Day uitvoerig stilstond bij de Armeense kwestie.
Turkije beseft dat het ook weer niet al te hard moet terugslaan, om zijn kansen op het lidmaatschap van de Europese Unie niet te bederven.
De kwestie draait om de deportatie van Armeniers uit wat toen nog het Ottomaanse Rijk was. Het latere Turkije was verwikkeld in de Eerste Wereldoorlog, aan de zijde van Duitsland. Het regime betichtte de Armeniers van hulp aan Rusland, dat toen met de Turken in oorlog was. Rusland recruteerde Armeniers voor zijn leger.
De Turken besloten tot deportatie van de Armeniers, onder meer naar wat de staten Syrie en Libanon zouden worden. Anderen gingen in balingschap in Europa en Amerika.
Volgens Armeniers zijn bij de deportatie ongeveer 1,5 miljoen mensen omgekomen, wier lot vergelijkbaar is met dat van de joden in de Tweede Wereldoorlog. Turkije spreekt van 250.000 doden, van wie velen vielen in "gewone" gevechten. Ook Turken en leden van andere minderheden dan de Armeniers kwamen om, aldus Ankara.