Terug naar vorige pagina
NRC Handelsblad, 8 april 2010
Bron: NRC Handelsblad
Vermijd de term genocide; beschrijving historische wreedheden is belangrijker
Door Guénaël Mettraux
In reactie op de "Armeense genocide-resolutie" voor het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden stelt Guénaël Mettraux dat het twijfelachtig is of juridische concepten als genocide ooit de historische waarheid adequaat kunnen beschrijven.
Het antwoord op de vraag of historische misdaden al dan niet "genocide" mogen heten, staat meer in de weg dan dat het oplost, meent Guénaël Mettraux.
Stel vast wat er is gebeurd.
Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden zal waarschijnlijk binnenkort een resolutie behandelen, die de misdaden die door de Turken in 1915 tegen de Armeniërs zijn begaan als "genocide" erkent. Het Servische parlement heeft zojuist een resolutie aangenomen, die een soort verontschuldiging biedt voor de moord op Bosnische moslims uit Srebrenica in juli 1995, maar die iedere verwijzing naar een mogelijke "genocide" schuwt.
In beide gevallen is sprake geweest van intensieve politieke druk om de aanvaarding van de resoluties te voorkomen – of er op z"n minst voor te zorgen dat het woord "genocide" eruit zou verdwijnen.
Voorstanders van het gebruik van het woord genocide lijken te denken dat juridische nauwkeurigheid van cruciaal belang is om de waarheid te kunnen achterhalen van wat er is gebeurd, en dat "genocide" de misdaad is die het best beschrijft wat de Armeense en Bosnische slachtoffers is aangedaan. Zij die zich tegen dit woord verzetten, betogen dat als er misdaden zijn begaan, deze niet genocidaal waren. Zij zijn bang dat het gebruik van de term "genocide" een onuitwisbare smet zal achterlaten op de geschiedenis van hun natie.
Het wordt tijd dat beide partijen verder kijken dan het recht, als ze op zoek zijn naar middelen om wat hen verdeeld houdt uit de weg te ruimen.
De Amerikaanse en Servische resoluties weerspiegelen het verlangen naar de historische waarheid. Milan Kundera noemde dit "de strijd van het geheugen tegen de vergetelheid". Maar de herinnering aan wreedheden uit het verleden is niet afhankelijk van het juridische label dat eraan hangt. Wat moet worden vastgelegd zijn de harde feiten die hun wezen bepalen.
Door de steun van het internationaal recht te zoeken, veroordeelt het politieke proces achter deze resoluties zichzelf tot een vruchteloos of verdeeldheid zaaiend resultaat. Parlementaire debatten kunnen niet de plaats innemen van gerechtelijk of forensisch onderzoek, dat het soort oordelen kan opleveren dat noodzakelijk is om een juridische karakterisering van historische gebeurtenissen te kunnen geven. De Servische resolutie is bedoeld als een daad van politieke en nationale spijtbetuiging, terwijl de voorgestelde Amerikaanse resolutie een (te) late erkenning is van een ernstige historische misdaad.
Het is onmogelijk de kracht en de symboliek te ontkennen die de term "genocide" heeft voor slachtoffers, voor wie deze term de weerspiegeling kan zijn van de verschrikkingen van hun lijden. Maar de suggestie dat misdaden van dit kaliber slechts ordentelijk kunnen worden opgetekend als zij dit label dragen, houdt geen stand. De misdaden van het naziregime tegen de Europese Joden werden in Neurenberg bestraft als misdaden tegen de menselijkheid en als oorlogsmisdaden – niet als genocide.
Het hele idee dat juridische concepten als "genocide" ooit adequaat de ingewikkeldheden van dergelijke historische gebeurtenissen zouden kunnen weerspiegelen, mag op zichzelf al in twijfel worden getrokken. Het internationaal strafrecht, waar genocide onder valt, biedt mogelijkheden om het gedrag van individuen die hebben deelgenomen aan massale wreedheden te bestraffen – zonder een oordeel over de geschiedenis te hoeven geven.
Zelfs als dat laatste wel zou kunnen, zou het recht beide partijen waarschijnlijk enige steun bieden en daardoor kunnen bijdragen aan het laten stranden van het proces van het helen van historische wonden in een etnische of religieuze impasse, in plaats van het te helpen oplossen.
Het debat rondom het gebruik van de term "genocide" heeft de betrokken landen tot gijzelaars gemaakt van een juridisch probleem dat zij niet lijken te kunnen oplossen. Het is waarschijnlijk beter als zij zich concentreren op het vastleggen en erkennen van feiten die onmiskenbare historische waarheden zijn en het debat over de juridische karakterisering van deze gebeurtenissen tot nader order laten liggen. Toekomstige generaties Turken en Serviërs zouden dankbaar zijn als ze zouden worden verlost van de last van het moeten verklaren en verdedigen van misdaden waarvoor zij niet verantwoordelijk zijn.
Maar om dit doel te bereiken, moeten de twee resoluties geen twijfel laten dat de moordpartijen op de Armeniërs in Turkije en op de Bosnische moslims in Srebrenica wreedheden waren, die werden bedreven in naam van onzalige ideologieën en door individuen, die de steun genoten van plaatselijke of nationale autoriteiten.
Hoewel zij reden tot hoop geeft, doet de Servische resolutie dit ideaal tekort, omdat zij – ondanks het vermelden van de misdaden – wegduikt voor de vraag wat de oorzaak ervan was. Bovendien mag het vermijden van de term "genocide" niet dienen als een manier om een soort verwrongen morele gelijkwaardigheid te bepleiten tussen de misdaden die door beide kampen zijn begaan.
Als aan deze voorwaarden zou worden voldaan, zouden de resoluties een streep kunnen trekken onder pijnlijke historische gebeurtenissen en ertoe kunnen leiden dat de herinnering aan deze gebeurtenissen iets wordt wat mensen bindt in plaats van verdeelt.
De misdaden van het naziregime tegen de Joden werden niet als genocide bestraft.
Guénaël Mettraux is internationaal jurist.