Terug naar vorige pagina
NRC Handelsblad, 7 oktober 2006
Bron: NRC Handelsblad
Een vreselijk moment
Door Bas Heijne
Je ziet alleen wat je wilt zien: als één verwijt alomtegenwoordig is, in welke discussie dan ook, dan is het dát. Iedereen beschuldigt elkaar van moedwillige blindheid. Vrienden van Israël beschuldigen de critici geen oog te hebben voor de vernietigingsdrang van Israëls vijanden, terwijl ze zelf weigeren serieus in te gaan op de bezettingspolitiek van dat land. De strijders tegen de radicale islam honen het slachtofferschap van gewone moslims die zich gekleineerd voelen, de strijders tegen de islamofobie onderschatten permanent de sociale problemen in eigen kring en de verleidingen van het fundamentalisme. Omdat er weer partij gekozen moet worden, wordt de werkelijkheid aangepast aan onze belevingswereld.
Het mooiste zie je dat in het geval van Irak – de Amerikaanse journalist Bob Woodward beschrijft in zijn boek State of Denial hoe de regering Bush al het onwelgevallige nieuws over de burgeroorlog daar domweg negeert of op perverse wijze omvormt tot een overwinning voor de democratie. Ook in Nederland lopen nog een paar pathologische ontkenners rond. Terwijl zelfs overtuigde voorstanders van de inval, ook in de VS, nu wel inzien dat die veel meer onheil heeft veroorzaakt dan voorkomen, blijven de Hollandse gelovigen maar stug volhouden dat kritiek op Bush voortkomt uit dat lafhartige anti-Amerikanisme van domme Europeanen die vinden dat de ogen van Bush te dicht bij elkaar staan. Zijzelf staan pal voor de westerse waarden, het zijn de anderen die de eigen beschaving in de uitverkoop doen. Hun ideologische verdwazing leidt tot blindheid voor de tragische feiten – dat is precies wat ze hun tegenstanders verwijten.
Die staat van ontkenning uit zich vooral in het taboe op het woord "burgeroorlog". Dat woord in de mond nemen wordt gezien als een psychologische capitulatie voor de werkelijkheid, toegeven aan een onverdraaglijke waarheid. De situatie is heus zorgelijk, zo ver willen ze best gaan, maar een burgeroorlog mag je het echt niet noemen.
Waar doet dat aan denken?
Ook in de ontvlamde discussie over de Armeense volkerenmoord in 1915 zie je die krampachtigheid. De meeste Turken, Turkse en Nederlandse, weten heel goed dat er bijna honderd jaar een slachting van Armeniërs heeft plaatsgevonden, die vervolgens onder het vloerkleed van de geschiedenis is geveegd. De Rotterdamse wethouder Orhan Kaya van GroenLinks, bericht de Volkskrant, las in de gemeenteraad een verklaring voor, waarin hij de moord op honderdduizenden Armeniërs "een vreselijk moment" noemde. Maar of het genocide was, aldus de wethouder, moet onafhankelijk onderzoek van de Verenigde Naties uitwijzen.
Een vreselijk moment – het herinnert me aan het gesprek dat ik een aantal jaren geleden met een Oostenrijkse minister had. Zij was lid van de partij van Jörg Haider, er dreigde een boycot van toeristen en er was haar alles aan gelegen om het imago van Oostenrijk als een land dat zijn eigen fouten ontkent, te ontkrachten. Zeker, gaf ze toe, er waren vreselijke dingen gebeurd. "Het is verschrikkelijk dat er zes miljoen joden zijn gestorven."
In dat gestorven klinkt dezelfde angstvallige neutraliteit door als in dat vreselijke moment. Hetzelfde gedraai klonk aanvankelijk door in woorden van de running mate van Wouter Bos, Nebahat Albayrak. Afgelopen week draaide ze bij en vergeleek de volkerenmoord uit 1915 met die in Rwanda en Bosnië. Maar ook hier: het is aan juristen om uit te maken of de slachtpartijen ook aan de volkenrechtelijke definitie van "genocide" voldoen.
Ik begrijp het wel – zoals in het geval met de bezetting van Irak de erkenning van een burgeroorlog definitief een streep zet door alle hoogdravende aanspraken van de Amerikaanse neoconservatieven, zo laad je met de erkenning van genocide in het geval van Turkije de bewoners met een collectieve schuld op die het nationale karakter in twijfel lijkt te trekken. De jarenlange ontkenning maakt de reactie alleen maar heftiger. Geen wonder dat juist de Armeense kwestie zo'n grote rol speelt bij de Turkse nationalisten, die schrijvers als Elif Shafak en Orhan Pamuk voor het gerecht slepen, omdat dezen of hun personages het woord genocide in de mond nemen. Voor de nationalisten is dat woord een aanslag op de nationale eer, dus moet iedereen die het gebruikt, gestraft worden. Olie op het vuur voor de Turkije-sceptici in de Europese Unie, die als voorwaarde voor toetreding van Turkije juist dat ene woord willen horen.
Arme Armeniërs, over hen gaat het allang niet meer. Juist de kritische schrijfster Shafak, die overigens werd vrijgesproken, pleitte in een artikel, geciteerd in deze krant, voor een zo open mogelijk debat over de Armeense kwestie. "Het nieuws dat in Nederland drie kandidaten (voor de Tweede Kamer) van de lijst zijn afgevoerd, is bedroevend. Op dezelfde manier gaan de pogingen in Frankrijk om een "genocide-wet" in te voeren en op te leggen en iedereen te straffen die de genocide ontkent, volledig in tegen de geest van de vrijheid van meningsuiting en tegen de geest van de open democratie." Gelijk heeft ze, er dreigt nu een absurde situatie te ontstaan: in Turkije mag je volgens de wet de Armeense genocide niet erkennen, in Nederland en Frankrijk mag je hem volgens de wet binnenkort niet meer ontkennen.
De Nederlands-Turkse studenten die afgelopen week een protestbijeenkomst organiseerden met dichtgeplakte monden, zouden vast en zeker in Ankara dezelfde optocht met dezelfde dichtgeplakte monden organiseren om steun aan Shafak te betuigen. Zij weten heus wel dat er in 1915 een volkerenmoord in Armenië heeft plaatsgevonden, maar in het huidige klimaat voelt dat toegeven als een bewijs van ondergeschiktheid aan de dominante Nederlandse cultuur en aanslag op de eigenwaarde.
Besef kun je niet afdwingen, daar hebben de boze Turken gelijk in. Het probleem is alleen dat het recht op een eigen mening steeds vaker verward wordt met het recht op een eigen waarheid. Feiten zijn ondergeschikt aan loyaliteiten. Daarom is zoveel huidig debat een discussie tussen doven. Maar in het geval van de Armeense genocide is er wel degelijk sprake van vooruitgang, alle woede en opwinding ten spijt. De moordpartij wordt niet langer algemeen ontkend, alleen mag het nog geen genocide heten. Dat is een stap vooruit. Nu de volgende.