Terug naar vorige pagina
NRC Handelsblad, 6 mei 2002
Bron: NRC Handelsblad
Je gelooft die onzin toch niet? Wij Turken doen zulke dingen niet
Door onze correspondent Bernard Bouwman
ISTANBUL, 6 Mei - Ali vindt zichzelf een schoolvoorbeeld van de nieuwe generatie Turken: goed opgeleid (hij spreekt vloeiend Frans), modern en, zoals zijn Tarkan-baardje bewijst, trendy. Maar vooral vindt hij zichzelf liberaal. Vrouwen moeten gelijke rechten hebben als mannen, denkt hij, en wat is er nu eigenlijk fout aan om homo te zijn?
Maar zijn over het algemeen breedsprakige liberalisme verdween enigszins toen hij deze week zijn blik liet vallen op het genocide-hoekje in mijn boekenkast. Daar zag hij namelijk een viertal boeken staan over de slachtpartijen die aan het einde van de Ottomaanse periode plaatshadden onder Armeniers. "Je gelooft al die onzin toch niet?" zei hij, terwijl hij misprijzend de boeken een voor een uit de kast haalde. "Wij doen zulke dingen niet."
"Wij doen zoiets niet". Ik heb het de afgelopen jaren vaker gehoord als het over de genocide op de Armeniers ging. Weinig kwesties wekken zozeer de woede op van veel Turken dan de – in hun ogen – "beweringen" dat de top van het toenmalige Ottomaanse Rijk besloot om alle Armeniers systematisch te vermoorden. Hoe diep die woede zat, bleek bijvoorbeeld toen het Franse parlement een resolutie over de kwestie aannam. Wekenlang werd het Franse consulaat in Istanbul beveiligd uit angst dat de "spontane volkswoede" zich daar in gewelddaden zou uiten.
Maar inmiddels lijkt het alsof er beweging is op het Armeense front. Zo was er afgelopen weekeinde een conferentie van Turkse en Armeense journalisten over de kwestie. Belangrijker nog wellicht is dat Turkije besloten heeft de archieven uit de laat-Ottomaanse periode open te stellen voor serieus historisch onderzoek. Volgens premier Bulent Ecevit zijn het uiteindelijk immers historici die historische vragen moeten beantwoorden.
Of die historici dat echter zullen doen, is zeer de vraag. De meest heikele punten uit de discussie lijken immers nauwelijks door onderzoek van die archieven op te lossen. Wellicht dat die archieven wel – tot vreugde van Turkije! – informatie zullen verschaffen over wreedheden van Armeense extremisten tegen "Turken" in Noordwest-Turkije. Ankara heeft van oudsher altijd flink gehamerd op die gruweldaden, die in de ogen van Turkije door de "Armeense" kant worden doodgezwegen. Maar de echt wezenlijke vraag is natuurlijk of er inderdaad een geplande genocide plaatshad en zo ja, hoeveel doden daarbij vielen.
Volgens een groot aantal critici zijn de archieven daarbij van geen of weinig nut. Het besluit tot genocide was immers uiterst geheim en de weinige archieven die misschien uitsluitsel konden bieden, zijn al jaren geleden grotendeels vernietigd.
Ook over de aantallen (volgens de Armeense kant 1,5 miljoen, volgens de Turkse kant veel minder) zullen de archieven waarschijnlijk nauwelijks uitsluitsel kunnen geven, omdat de omvang van de moordpartijen hoe dan ook het registratievermogen van ambtenaren en andere ooggetuigen overstegen.
Wat de kwestie zo precair maakt, is dat veel Turken een heel ander idee hebben over het Ottomaanse Rijk dan bijvoorbeeld in Europese boeken wordt geschetst. Voor Europa was het Ottomaanse Rijk al jaren een "zieke man" die vroeg of laat de laatste adem wel moest uitblazen.
Maar in Turkse schoolboeken wordt het Ottomaanse Rijk juist verheerlijkt als een periode van bloei en Turkse grootsheid. Dat dat rijk ten val kwam, was te wijten aan "verraad" van buitenaf. Als er dus al een beklaagdenbank is, dan moeten de "verraders" (naast de Armeniers bijvoorbeeld ook de Europese grootmachten uit die tijd die tegen het Ottomaanse Rijk samenspanden) daarin staan, aldus veel mensen hier, en niet Turkije.
Vanuit dat perspectief is misschien de grootste doorbraak van de laatste tijd wel dat schoolboeken vanaf volgend jaar de zogeheten Armeense kwestie zullen gaan behandelen. Natuurlijk zullen de claims van de genocide worden ontkend in het lesmateriaal, maar dat neemt niet weg dat er voor het eerst over de kwestie gesproken zal worden en het beeld van het Ottomaanse Rijk als een grote idylle wellicht gerelativeerd zal worden.
Voor Ali is dat echter te laat: zijn universitaire opleiding heeft hij bijna afgesloten. De kans dat zijn beeld van de Armeense kwestie bijgesteld zal worden, lijkt daarom klein. Het blijft voorlopig dus "wij" tegen "hen".
"Natuurlijk stellen wij onze archieven open", zegt hij, terwijl hij de boeken in het genocide-hoekje terugzet. "Laat iedereen maar onderzoek doen."Dan verschijnt er een grimmige trek op zijn gezicht. "Maar hebben zij (Armeniers red.) hun archieven wel eens opengesteld? Dat zou je eens na moeten vragen."