Terug naar vorige pagina 

NRC Handelsblad, 5 mei 1992
Bron: NRC Handelsblad

Armeense genocide nog niet erkend
Door onze redacteur Hans Moll

Vahakn Dadrian ziet redenen de massamoord op de Armeniërs in 1915 op een lijn te stellen met die op de joden in de Tweede Wereldoorlog: "Wanneer de Armeniërs samen met joodse organisaties de Holocaust herdenken krijgt de Armeense genocide automatisch ook aandacht".

AMSTERDAM, 5 MEI. "Voor de genocide op ons volk alleen valt nauwelijks belangstelling op te wekken", constateert de Armeense professor Vahakn Dadrian. Hij is in Nederland voor de manifestatie Armenië/Nederland. Door heel Nederland worden tot 6 mei lezingen gehouden, concerten gegeven en documentaire films vertoond die de Armeense volkenmoord tot thema hebben.

Op 24 april worden traditioneel de Armeense slachtoffers van de diverse massamoorden in het Ottomaanse Rijk herdacht. In het bijzonder de genocide van 1915 die volgens officiele Turkse schattingen 800.000 Armeniërs het leven kostte. Het leek de organisatoren van de manifestatie een goed idee om te proberen dit jaar "hun" genocide samen met die van de joden te herdenken. Dadrian windt er geen doekjes om. Er is een puur pragmatische reden om aansluiting bij de joden te zoeken: "Wanneer de Armeniërs samen met joodse organisaties de Holocaust herdenken krijgt de Armeense genocide automatisch ook aandacht".

In Berlijn en Wenen studeerde Vahakn N. Dadrian respectievelijk filosofie en wiskunde, in Zurich bekwaamde hij zich in het internationaal recht en zijn Ph.D. in de sociologie haalde hij aan de universiteit van Chicago. Over zijn specialisatie genocide schreef hij tientallen artikelen. Momenteel wijdt hij zich geheel aan de Armeense genocide.

Dat joodse organisaties wel hun instemming betuigen met de Armeense zaak, maar zich niet samen met de Armeniërs willen manifesteren, bevreemdt hem niet. "Veel van mijn joodse collega's houden vast aan de uniciteit van de Holocaust." In het Armeense centrum Ararat, vernoemd naar de heilige berg van de Armenen, verwijst Dadrian naar de joodse publicist Elie Wiesel. "Wiesel stelt dat wanneer je de Holocaust gaat analyseren en vergelijken met andere gebeurtenissen, je de heiligheid van de Holocaust onteert." En het is juist vanuit deze academische distantie dat Dadrian aansluiting zoekt bij de joden.

"Wil je ooit het verschijnsel genocide begrijpen, dan moet je vergelijkingen trekken. Wanneer je uitgaat van een enkel geval kan je nooit generaliseren." Volgens hem hebben slachtoffers in het algemeen de neiging hun leed onder een vergrootglas te houden en te denken dat wat hun is overkomen voor anderen onbegrijpelijk is. "Sommige Armeniërs houden ook aan hun geschiedenis vast als een unieke gebeurtenis. En daardoor insuleren zij zichzelf – net als de joden – van andere slachtoffers."

Liever wijst Dadrian op de minderheidspositie die zowel de Armeniërs als de joden eeuwenlang hebben ingenomen. Het feit dat zij altijd het doelwit van vervolgingen zijn geweest en degenen die hen vervolgden nooit ter verantwoording konden roepen. Hij wijst er tevens op dat de genocide die in de twintigste eeuw op hen gepleegd is, werd bedreven door een der exponenten van een extremistische politieke partij: de nazi's in Duitsland en de Ittihad (het Comite van Eenheid en Vooruitgang) in het Ottomaanse Rijk.

Een argument van meer wetenschappelijke aard om de Armeniërs en de joden niet in dezelfde genocide-categorie te stoppen wordt volgens Dadrian verwoord door de Israelische academicus Yehuda Bauer. Bauer verdedigt het unieke van de Holocaust met de stelling dat Hitler alle joden wilde uitroeien, niet alleen de joden in Duitsland. Dadrian gelooft echter niet dat Hitler lang voor de deportaties begonnen al de intentie had alle joden te vernietigen. Dadrian: "Ofschoon Hitler al in 1939 met uitroeiing dreigde, werd aanvankelijk serieus geprobeerd de joden naar Madagascar te sturen. Pas in 1942 werd tot massamoord overgegaan. In Turkije daarentegen is nooit uitzetting of hervestiging van Armeniërs overwogen, maar bestond van meet af aan het doel hen uit te roeien". De Armeense hoogleraar zegt over documenten te beschikken die onomstotelijk bewijzen dat de top van de Ittihad in 1914 een blauwdruk voor de uitroeiing ontwikkelde. Hij spreekt van een Turkse Wannsee-conferentie. (In 1942 werd tijdens de Wannsee-conferentie besloten tot de "Endlosung" van het jodenvraagstuk.)

Dadrian ontkent niet dat er grote verschillen zijn tussen beide massavernietigingen. Terwijl de Europese joden immigranten waren, bewoonden de Armeniërs hun voorouderlijk grondgebied. Ook beschouwden de nazi's de joden als een gevaar voor het "noordse ras". In Turkije daarentegen leven nu nog de nazaten van de Armeniërs die gedwongen tot de islam bekeerd werden.

"Niet vergeten mag worden dat menig Turk meende dat de massamoorden tegen de Koran indruisten en vele Turken met gevaar voor eigen leven Armeniërs probeerden te redden. Het waren vooral de Roemelische Turken die aan de massamoorden deelnamen. Turken die verdreven waren uit de Balkan. De Armeniërs hebben een hoge prijs moeten betalen voor de bloedige vervolging van de Turken door Russen, Grieken, Bulgaren en Macedoniers."

Maar de grootste verschillen liggen volgens Dadrian in de nasleep van de massamoorden. "Indien de nazi's de oorlog gewonnen hadden, zouden de joden dezelfde frustraties ervaren als de Armeniërs nu. De Turken kwamen onder de Kemalisten als overwinnaars uit de oorlog. Daardoor konden de massamoorden afgedaan worden als rechtvaardige veiligheidsmaatregelen."

Op de nederlaag van Hitler volgde het internationale tribunaal van Neurenberg. Berechting en bestraffing van oorlogsmisdadigers en herstelbetalingen. "Israel is een bijprodukt van de Holocaust." Het onafhankelijke staatje Armenië dat nu bestaat heeft volgens Dadrian niets van doen met de genocide van 1915, maar alles met de ineenstorting van het Sovjet-rijk.

Dadrian schat de kans dat de Armeense genocide "erkend" wordt klein. "Het belangrijkste argument om de Armeense genocide te negeren", aldus Dadrian, "is dat wij een quantité négligeable zijn vergeleken met de Turken".

Nationale staten zijn volgens hem ongevoelig voor de rechten van minderheden. "Al tientallen jaren proberen we het Amerikaanse Congres ertoe te bewegen een resolutie te aanvaarden waarin de Armeense genocide wordt erkend. Maar het State Department weet dat steeds tegen te houden onder verwijzing naar de nationale veiligheid."

"Eerst was Turkije een hoeksteen in het NAVO-bolwerk tegen de USSR. Nu werpt Turkije zich op als seculiere opponent van het fundamentalistische Iran in het Centraalaziatische machtsspel." Volgens Dadrian maakt het Westen daarmee een ernstige misrekening, omdat de invloed van de islam in Turkije groot is en zelfs toeneemt.

"Maar wanneer Turkije serieus aansluiting zoekt bij Europa, dan zou het er goed aan doen in het reine te komen met een basisconditie van de Europese identiteit: respect voor historische feiten."