Terug naar vorige pagina 

NRC Handelsblad, 30 december 2008
Bron: NRC Handelsblad

Turks debat over Armeniërs; op internet kunnen Turken excuses aanbieden voor Armeens leed
Door Bernard Bouwman

Turken kunnen op internet hun excuses aanbieden voor het leed dat Armeniërs is aangedaan. Het woord genocide valt niet, maar toch is een felle discussie losgebroken.

Toen Eyüp Hanoglu nog een kind was, zag hij in het huis van zijn oma steeds een oude man "Hij was stil en gaf alleen antwoord als je hem wat vroeg." Pas toen de man overleden was, begreep Eyüp dat hij een Armeniër was. De hele familie van de man was uitgemoord – alleen hij was gered door de familie van Eyüps oma. Dus vindt Eyüp het goed dat Turken op internet hun excuses kunnen aanbieden voor het leed dat Armeniërs begin vorige eeuw is aangedaan. "Nu zijn er 20.000 handtekeningen", zegt Eyüp. "Over een jaar zullen het er een miljoen zijn."

Dat nu is vooralsnog een grote vraag. In de door een aantal intellectuelen opgestelde verklaring op internet wordt niet met zoveel woorden over een "genocide" tegen Armeniërs gesproken, maar desalniettemin zijn de emoties hoog opgelaaid.

Premier Recep Tayyip Erdogan liet weten de campagne af te keuren. Turken hebben niets fout gedaan, zei hij, dus waarom zouden ze hun excuses moeten aanbieden? Een groep voormalige ambassadeurs stelde dat de Armeniërs zelf bloed aan hun handen hadden – de campagne toonde volgens hen een gebrek aan respect voor de "Turkse geschiedenis en haar
martelaren".

Ook journalist Bulent Kenes van de modern-gelovige krant Zaman heeft grote twijfels over de campagne. Hij schreef een artikel over zijn eigen familie. Zeven broers trokken ten strijde in de Eerste Wereldoorlog – één kwam er terug. "De anderen werden misschien door Armeniërs gedood, misschien door Russen. De Armeniërs zijn niet de enigen die hebben geleden. Als beide partijen hun spijt zouden betuigen over het verleden, dan zou ik mijn handtekening kunnen zetten, nu niet."

De handtekeningenactie beheerst inmiddels het openbare debat in Turkije. "Ik zat bij een college", vertelt een studente journalistiek in Istanbul, "waar een aantal aanwezigen uitlegde waarom ze het niet met de actie eens waren. Toen stond een ander op en zei dat ze het er wel mee eens was – het werd een verhitte discussie".

Toen president Gül zei dat iedereen het recht heeft op een eigen mening en het zo impliciet opnam voor degenen die de actie steunen, liet een lid van de seculiere oppositiepartij CHP weten dat Güls moeder Armeens was.

Eén ding staat vast: het debat gaat net zozeer over de toekomst van Turkije als over het verleden. Neem Eyüp Hanoglu. Hij groeide op in de provincie Tunceli waar linkse Koerdische alevieten, een shi'itische sekte van de islam, al jarenlang in de bergen een guerrilla voeren tegen het Turkse leger. "Als Turkse soldaten naar dorpen kwamen, ramden ze iedereen in elkaar. We waren doodsbang."

Het Turkse nationalisme heeft minderheden (zoals Armeniërs, Koerden of alevieten) steeds bruut onderdrukt, zegt hij. "Maar de officiële propaganda was altijd dat de minderheden zelf gewelddadig waren en niet de Turkse overheid."

De petitie is voor hem een goede kans om de zaken eindelijk eens te zien zoals ze zijn. Het Armeense dossier is niet meer dan een begin. "Een groep mensen uit Dersim (Tunceli) is bezig om Turkije aan te klagen voor genocide", zegt hij met een glimlach. "Ook in Dersim heeft het Turkse leger huisgehouden."

Ook bij journalist Bulent Kenes gaat het om veel meer dan gebeurtenissen uit het verleden. De handtekeningencampage, zo stelt hij, zal mede bepalen hoe de toenadering tussen Turkije en Armenië gaat verlopen. President Gül ging onlangs naar Yerevan voor de voetbalwedstrijd tussen de nationale teams van beide landen. "De Armeniërs dachten er zelfs over hun shirts te veranderen – de afbeelding van de berg Ararat (die Armeniërs als de hunne claimen maar die in Turkije ligt) zou vervangen worden", zegt hij.

Maar de handtekeningenactie lijkt roet in het eten te gooien. "Ik denk dat de Armeense diaspora daarachter zit", zegt Kenes. "Alleen de zogeheten genocide verbindt de Armeniërs", zegt Kenes, en dus doen de Armeniërs in het buitenland er alles aan om die steeds maar weer te onderstrepen. Dat de handtekeningenactie de toenadering tussen Ankara en Yerevan frustreert, komt hun uiteindelijk goed uit - bij spanning tussen beide landen staat de genocide in het brandpunt van de belangstelling en dat is wat de diaspora volgens hem wil.

Heeft de handtekeningenactie dan niets bereikt? Toch wel. Zelfs notoire tegenstanders van de campagne hebben onderstreept dat iedereen het recht heeft om zijn handtekening te zetten. Voor Turkije (waar het woord "verrader" velen voor op de tong ligt) is dat nieuw.

Daarnaast vragen vele Turken om meer historisch onderzoek. De grote kwestie is natuurlijk of dat onderzoek, dat er zeker zal komen, de zaak zal oplossen. "Onderzoek is altijd goed", zegt Bulent Kenes. "Onafhankelijk onderzoek is goed", zegt Eyup Hanoglu. "In Turkije spreken historici altijd met de mond van het regime." De conclusie is duidelijk: het Armeense dossier wordt voorlopig nog niet gesloten.