Terug naar vorige pagina 

NRC Handelsblad, 3 oktober 2006
Bron: NRC Handelsblad

Onbegaanbare eis aan Turkse kandidaat
Door onze redacteur Guus Valk

Volksvertegenwoordigers van Turkse afkomst die de Armeense genocide ontkennen, hoeven zich niet te verantwoorden. Maar kandidaten wel.

DEN HAAG, 3 okt. - Wisten CDA en PvdA wat ze zich op de hals haalden toen ze van drie Turkse kandidaat-Kamerleden eisten dat ze de Armeense genocide zouden erkennen?

De Turkse achterban van het CDA mort. Een groep van dertig verontruste Turkse CDA'ers, meest lokale politici, vraagt van het partijbestuur de twee geschrapte kandidaten weer op de lijst te zetten voor de verkiezingen. De leden vinden het al erg dat Osman Elmaci en Ayhan Tonca van de lijst werden geschrapt. Bijna nog erger vinden ze de poging van het CDA-congres en het partijbestuur de zaak te sussen door het Kamerlid Nihat Eski alsnog op de kandidatenlijst te zetten. Een "excuus-Turk", noemen zij Eski.

PvdA-voorzitter Michiel van Hulten eiste vorige week per sms van kandidaat-Kamerlid Erdinc Saçan dat hij het standpunt van de Kamerfractie zou onderschrijven. De fractie noemt de massamoorden van 1915 "genocide". Toen Saçan dat weigerde, werd hij van de lijst gehaald. De drie politici worden in Turkije nu als helden gezien. De Turkse parlementariërsbond wil ze onderscheiden, omdat zij het officiële Turkse standpunt over de gebeurtenissen uitdragen. Turkije ontkent niet dat er massamoorden hebben plaatsgevonden, maar wil het geen genocide noemen.

CDA en PvdA poogden een crisis te bezweren. Wie ontkent dat er een genocide heeft plaatsgevonden, of dat ter discussie stelt, gaat tegen de fractielijn in. Maar de gevolgen kunnen groter zijn. De Turkse lokale politici binnen het CDA hebben in een gesprek met het bestuur gezegd dat de Turkse achterban hard aan het weglopen is. Van de twintig Turkse raadsleden zullen er over een paar jaar hooguit vijf overblijven, schat hun woordvoerder Suat Ari. De raadsleden willen, net als Tonca en Elmaci, de genocide niet erkennen.

De PvdA heeft een nog groter probleem. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart stemde 80 procent van de Turkse kiezers op de sociaal-democraten. De overgrote meerderheid van de 157 Turkse raadsleden is PvdA'er. Van Hulten zei vorige week dat hij geen heksenjacht wil op Turkse politici. Maar lokale Turkse politici erkennen, evenals Saçan, de genocide evenmin, een enkeling uitgezonderd. Daarvoor is het taboe te groot. Tweede-Kamerlid en nummer twee op de kandidatenlijst, Nebahat Albayrak, zei vorige week in Trouw dat er te weinig bekend is om vast te stellen wat er precies in 1915 gebeurd is. Dat is volgens Ton Zwaan, werkzaam op het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies, een typische uiting van het Turkse "negationisme". Toch wordt Albayrak niet van de lijst gehaald, en hoeven lokale politici zich niet te verantwoorden. CDA en PvdA moeten, om verdere onrust te bezweren, met twee maten meten.

In de PvdA begint kritiek de kop op te steken tegen de eis aan de kandidaat-Kamerleden. Erik Jurgens, PvdA-senator en lid van de Raad van Europa, zegt dat het ontkennen van genocide niet strafbaar is en valt onder de vrijheid van meningsuiting. Zolang iemand niet aanzet tot rassenhaat, zo zei Jurgens gisteren, is het niet mogelijk een straf op te leggen aan genocide-ontkenners.

"CDA en PvdA verwarren politiek met het internationaal recht", zegt Frits Kalshoven, emeritus hoogleraar volkenrecht. Kalshoven was in 1992 en 1993 voorzitter van de VN-commissie die de schendingen van humanitair oorlogsrecht in het voormalig Joegoslavië onderzocht. "Uit jurisprudentie blijkt dat rechters van tribunalen grote moeite hebben met het vonnis "genocide". Bovendien zijn het altijd individuen die eigenhandig of onder verantwoording van een meerdere daden hebben gepleegd die als genocide worden erkend."

Na de Tweede Wereldoorlog, bij de processen van het Neurenberg Tribunaal, stonden militaire en politieke nazi-leiders terecht die verantwoordelijk werden gehouden voor de holocaust. Kalshoven: "Niet de Duitse staat stond daar terecht. Doorgaans wordt alleen een individu wegens genocide veroordeeld." Als het al gebeurt. Het Joegoslavië Tribunaal is er nog maar bij twee mensen in geslaagd genocide aan te tonen. Vorige week nog sprak het de prominente verdachte Momcilo Krajisnik vrij van genocide.

Wie genocide wil aantonen, zal volgens Kalshoven moeten uitzoeken dat de dirigenten van de massamoorden de bedoeling hadden een bevolkingsgroep te vernietigen. "Maar dat is voor het Joegoslavië Tribunaal en het Rwanda Tribunaal al ontzettend moeilijk. Laat staan dat dat gemakkelijk lukt bij een massamoord in 1915." De eis van CDA en PvdA is daarom "juridisch net zo onbegaanbaar" als de vorige week ingetrokken eis van het Europees Parlement dat Turkije pas lid kan worden van de Europese Unie als het de genocide heeft erkend, zegt Kalshoven.

Op het ontkennen van de holocaust staat volgens het wetboek van strafrecht geen sanctie. Maar door uitspraken van rechters in individuele gevallen is dit inmiddels wel strafbaar. De ChristenUnie wil het volgens Kamerlid Tineke Huizinga gemakkelijker maken genocide-ontkenners te straffen. Holocaust-ontkenners gaan volgens haar nog te vaak vrijuit, omdat de jurisprudentie ingewikkeld is. Maar volgens het wetsvoorstel gaat het ook om het ontkennen van "breed erkende" massamoorden, zoals de Armeense genocide. Kalshoven: "Zo'n term als "breed erkend" is juridisch natuurlijk niet hard te maken. Het tekent de politisering van het begrip genocide."

DEN HAAG, 3 okt. - Nebahat Albayrak, Tweede-Kamerlid en nummer twee op de kandidatenlijst van de PvdA, wil sinds vorige week niet meer praten over haar standpunt over de Armeense genocide.

Vorige week gaf ze een interview met dagblad Trouw. Daarin zei ze dat ze niet twijfelt over de aard van de massamoord. Wel twijfelt ze over de toedracht: "Toen ik me erin verdiepte, stuitte ik op een probleem. Alle bronnen bleken te zijn bevuild. Alles wat Armeniërs zeggen, wordt door Turken ontkend en omgekeerd. De luiken zijn omlaag."

Albayrak zegt desgevraagd dat ze achter het standpunt staat van de Tweede-Kamerfractie. Ze stemde, net als de rest van de fractie, voor een motie die de Nederlandse regering oproept de genocide blijvend bij de Turkse regering aan de orde te stellen. De Turkse regering heeft gisteren, via een brief van de ambassadeur aan deze krant, laten weten dat het "opleggen" van "een standpunt [...] aan individuen die een andere opinie zijn toegedaan botst met de vrije meningsuiting".

De drie voormalige kandidaat-Tweede-Kamerleden willen voorlopig niet meer over de commotie rondom hun gedwongen vertrek praten.

Wel stuurt Ayhan Tonca een krantenknipsel van het Algemeen Handelsblad uit 1920 op. De correspondent van deze krant schrijft daar dat het onmogelijk is voor niet-Aziaten om een standpunt over "de Turksch-Armeensche kwestie" te hebben. "De Turken zijn schuldig. Zij hebben gemoord. Zijn echter de Armeniërs minder schuldig, die ook hebben gemoord, zodra zij de macht daartoe bezaten? Azië kan men alleen beoordeelen met Aziatische oogen."