Terug naar vorige pagina 

NRC Handelsblad, 26 juli 2005
Bron: NRC Handelsblad

"De Turkse strafwet is van elastiek"
Door onze correspondent Bernard Bouwman

ISTANBUL, 26 JULI. Een proces tegen een Turkse journalist van Armeense afkomst wordt een belangrijke graadmeter voor de vraag hoe het gaat met de persvrijheid in Turkije en hoe ver de strafwet kan worden opgerekt.

Even zucht Hrant Dink. "Nee, ik ben niet bang voor het vonnis van de rechter", zegt de Turkse journalist van Armeense origine dan. "Persvrijheid is zo belangrijk, daar zou ik mijn leven wel voor willen geven." Zover zal het niet komen, maar feit is dat de rechtszaak tegen Dink een van de belangrijkste processen is die momenteel in Turkije lopen. Het vonnis, dat volgens Dink morgen uitgesproken wordt, is immers een belangrijke graadmeter hoe de persvrijheid in Turkije er bij staat. En mocht Dink tot een gevangenisstraf worden veroordeeld dan heeft Turkije, dat graag lid van de Europese Unie wil worden, er op de weg naar Brussel weer een nieuw obstakel bij.

Dinks problemen begonnen in februari 2004 toen hij een artikel schreef in het tweetalige
(Turks en Armeens) weekblad Agos, waarvan hij hoofdredacteur is. Dink riep Armeniërs op
om afstand te nemen van het "Turkse deel van hun bloed" en zich te richten op het nieuwe vaderland, Armenië. "Ik bedoelde dat alleen maar positief", vertelt Dink in zijn bureau in Istanbul. "Ik constateer dat er bij veel Armeniërs, en dan met name die van de diaspora, sprake is van een grote woede tegen Turkije (wegens de genocide onder Armeniërs aan het einde van het Ottomaanse Rijk waarbij volgens sommige bronnen meer dan een miljoen Armeniërs om het leven kwamen, red.) Die woede beschadigt vooral de Armeniërs zelf." En dus riep Dink de Armeniërs op zich te richten op de toekomst (dwz. het nieuwe Armeense vaderland) en niet op het verleden. "De kritiek in mijn artikel was dus gericht tegen Armeniërs, het ging dus om het Armeense bloed, niet om het Turkse."

Een flink aantal Turken zag het niet zo en deed aangifte. Een openbare aanklager ging daarin mee met als gevolg dat Dink nu terecht staat wegens "belediging van de Turkse nationale identiteit". "Ze kunnen me tot zes jaar gevangenis geven." En als Dink wordt veroordeeld, zal hij niet de enige zijn. Tijdens zijn proces schreef een team van de universiteit van Istanbul, op verzoek van de rechtbank, een rapport over Dinks gewraakte artikel. "Dat rapport was goed voor mij", aldus de journalist. Of dat rapport voor het team zelf "goed" was staat echter nog te bezien: een openbare aanklager heeft inmiddels ook strafrechtelijke stappen ondernomen tegen de experts die het schreven.

Het proces tegen Dink komt een aantal maanden voordat Turkije de onderhandelingen met de Europese Unie begint over lidmaatschap. Brussel heeft talloze malen tegen Turkije gezegd dat de onderhandelingen direct kunnen worden stopgezet als er problemen ontstaan op het gebied van de mensenrechten. Hoe kan een Turkse openbare aanklager zo roekeloos zijn om op dit moment in de Turkse geschiedenis een journalist aan te pakken?

Eerst wil Dink geen antwoord geven op de vraag, maar na flink aandringen komt het hoge woord eruit: de journalist denkt dat hij "gebruikt" wordt. Volgens opiniepeilingen is nog steeds een grote meerderheid van de Turkse bevolking voorstander van Turks lidmaatschap van "Europa". Maar dat neemt niet weg, aldus Dink, dat er ook in Turkije groepen zijn die niet willen dat Ankara dichter bij Brussel komt. "Zij proberen alles om het proces (van toenadering red.) te saboteren."

Het aanpakken van Dink zou goed passen in zo'n strategie. Een van de grootste tegenstanders van het Turkse lidmaatschap van de Europese Unie is immers Frankrijk. In dat land leeft een grote Armeense minderheid die keer op keer onderstreept dat Turkije in het reine moet komen met zijn verleden. Een veroordeling van Dink zou de ideale aanleiding zijn voor de Franse regering om, met behulp van andere Turko-sceptische landen als Oostenrijk, het Turkse lidmaatschap opnieuw ter discussie te stellen.

Maar dat is niet het enige. Met Dink staat, zo vinden organisaties als Journalisten zonder Grenzen, welbeschouwd ook de persvrijheid in Turkije terecht. Dink kreeg eerder al een proces aan zijn broek in de stad Urfa. De journalist, geboren in Turkije maar Armeniër, vertelde over zijn gevoelens met betrekking tot het ritueel dat overal in Turkije elke ochtend op scholen plaats heeft. Leerlingen scanderen daar hoe trots ze zijn dat ze "Turk" zijn. "Op een conferentie in Urfa in 2003 zei ik dat ik geen Turk ben, maar een Armeniër, ook al ben ik wel in Turkije geboren", aldus Dink. Het kwam hem te staan op een aanklacht van "belediging van de Republiek".

Vanuit het oogpunt van de persvrijheid is het proces in Istanbul over het Armeense "bloed" echter belangrijker. Mede op instigatie van de Europese Unie heeft Turkije immers zijn wetboek van strafrecht veranderd. De discussie ten tijde van de verandering ging met name over het verlangen van de Turkse premier, Erdogan, om overspel strafbaar te stellen. Mede daarom misschien drong het pas later door dat de bepalingen over persvrijheid in het nieuwe wetboek uiterst teleurstellend zijn. "Alle artikelen zijn van elastiek", zegt Dink, "Je kunt ze oprekken zover als je wilt." Het vonnis tegen Dink, dat dus morgen uitgesproken zou moeten worden, is een belangrijke graadmeter hoe ver Turkse rechters bereid zijn in dat oprekken te gaan.