Terug naar vorige pagina
NRC Handelsblad, 25 januari 2001
Bron: NRC Handelsblad
Turkije verbijt de pijn want het wil bij Europa
Door onze corrspondent Bernard Bouwman
ISTANBUL, 25 JAN. - Niet bij het Midden-Oosten en niet bij Europa – Turkije hoort nergens bij. Opnieuw heeft Frankrijk zout in de wonde gewreven met zijn resolutie over de Armeense genocide.
Na de "hulp" die het Franse parlement Turkije vorige week aanbood bij de verwerking van de genocide onder Armeniers was het Turkse parlement graag tot wederdienst bereid. En dus diende de invloedrijke parlementarier Bulent Akarcali gisteren een wetsvoorstel in waarin Frankrijk fijntjes werd gewezen op de bloedvlekken in het eigen nationale verleden. "Het Turkse parlement erkent en veroordeelt de genocide die Frankrijk in Algerije heeft begaan tussen 1954 en 1962, de wreedheid in Vietnam en de bijdrage aan de genocide in Rwanda", aldus de resolutie. Doel van het wetsvoorstel is om "Frankrijk, zijn regering, de Assemblee en de senaat te helpen" omdat deze "er niet in geslaagd zijn het eigen verleden onder ogen te zien".
Het wetsvoorstel van Akarcali is een van de vele uitingen van de wond die Frankrijk Turkije heeft toegebracht met de resolutie over de erkenning van de genocide onder Armeniers. Die resolutie werd een week geleden in Parijs aangenomen, maar de Turkse woede wordt eerder groter dan kleiner. Dinsdag liet het Turkse ministerie van Defensie weten dat het een contract van ruim 400 miljoen gulden met het Franse Alcatel heeft geschrapt. Andere strafmaatregelen worden overwogen, liet het ministerie weten. Niet-gouvernementele organisaties, zoals Kamers van Koophandel, hebben opgeroepen tot boycot van Franse producten. En bij de Franse ambassade in Ankara zijn inmiddels zwarte kransen neergelegd.
Natuurlijk wordt de woede over de resolutie ten dele veroorzaakt door de Turkse overtuiging dat Frankrijk de historische realiteit geweld aandoet. Het Ottomaanse Rijk, zo vinden veel Turken, behandelde christelijke minderheden uitzonderlijk goed. Het waren juist die minderheden – naast Armeniers ook bijvoorbeeld Grieken – die zich ondankbaar toonden en openlijk sympathiseerden met de buitenlandse vijanden van het Rijk. Bovendien, aldus veel Turken, is er in de archieven van het Ottomaanse Rijk niets te vinden over een doelbewuste beslissing om alle Armeniers uit te roeien. En dus heeft Frankrijk – om in het gevlei te komen bij het Armeense electoraat – niets meer en niets minder gedaan dan de geschiedenis herschreven. En daar – aldus veel Turken – moeten wij wel bezwaar tegen maken.
Toch is de geschiedvervalsing niet het enige wat de Turkse woede voedt. Het moderne Turkije balanceert – net als het oude Ottomaanse Rijk – tussen het Midden-Oosten en Europa. Turken zien zichzelf graag als Europeanen. Maar velen voegen daar gelijk ietwat bitter aan toe dat "andere" Europeanen daar heel anders over denken omdat de meeste Turken moslim zijn en geen christen. Qua geloof heeft Turkije meer met het Midden-Oosten gemeen maar daar staat weer tegenover dat Turkije – net als het Ottomaanse Rijk – zich sterk op Europa heeft gericht (en in Europa, ironisch genoeg, op Frankrijk: in het Turks is een groot aantal leenwoorden uit het Frans).
Die speciale positie heeft veel Turken ervan overtuigd dat niemand – noch in Europa noch in het Midden-Oosten – van Turkije houdt. Die immer latent aanwezige woede over dat vermeende gebrek aan liefde is door de Franse resolutie opnieuw geactiveerd. De Armeense genocide, aldus veel critici, is niets anders dan een stok om de Turkse "hond" te slaan omdat Europeanen dat nu eenmaal graag doen. Heeft iemand er in Europa ooit over gedacht om Turkije excuses aan te bieden voor bijvoorbeeld slachtingen onder moslims op het einde van het Ottomaanse Rijk?
Dat gevoel van nergens-bijhoren-en-daarom-altijd-de-pineut-zijn leek in december 1999 even weggenomen door het besluit van de Europese leiders in Helsinki om Turkije in de wachtkamer van de Europese Unie te plaatsen. Eindelijk leek Turkije zijn legitieme plaats in "Europa" gevonden te hebben. Maar volgens sommige commentatoren heeft de EU inmiddels spijt van dat besluit en maakt de "Armeense" resolutie deel uit van een "complot" om Turkije buiten Europa te houden.
Ironisch genoeg is het die gedachte, die de Turkse woede binnen de perken houdt. Als Turkije al te fel op het Franse besluit reageert, is dat alleen maar koren op de molen van degenen binnen Europa die Turkije geen warm hart toedragen. En dus heeft premier Ecevit op voorzichtigheid aangedrongen. De "Armeense" resolutie is een vervelende wond – maar in niets te vergelijken met de kwetsuur die zou ontstaan als "Europa" definitief op slot zou gaan.