Terug naar vorige pagina 

NRC Handelsblad, 21 oktober 2006
Bron: NRC Handelsblad

Franse Armeniërs tevreden over eerste stap
Door René Moerland

Armeniërs in Frankrijk speelden vorige week met succes de anti-Turkse kaart. Een wet werd aangenomen die ontkenning van de Armeense genocide strafbaar stelt. Het ging ook over ook de relatie tussen Turkije en Europa.

De herinnering is een plaats die men doorkruist, staat op het monument in het centrum van Lyon dat herinnert aan de Turkse genocide op de Armeniërs in 115-1916. En inderdaad: tussen de 35 platte pilaren lopen mensen van postkantoor naar terras, van metro naar kiosk, en sommigen blijven staan om de fragmenten van getuigenissen te lezen op de palen.

Maar er zijn ook doorkruisingen waarover Jules Mardirossian, voorman van de Armeense gemeenschap in Frankrijk, niet te spreken is. Al voor de onthulling dit voorjaar werd het monument beklad met de tekst: Er is nooit een Armeense genocide geweest. Dat stond ook op spandoeken in Turkse protestmarsen. Uitbarstingen van negationistisch geweld, noemt Mardirossian dat.

Als mensen voor zulke kreten binnenkort in Frankrijk in de gevangenis kunnen belanden, dan is dat mede door toedoen van deze 68-jarige chemicus, zoon van twee weeskinderen die de genocide overleefden en begin jaren twintig in Frankrijk aankwamen.

Mardirossian doet er alles aan om na de Franse Tweede Kamer, de Assemblée nationale, ook de Senaat te bewegen tot het strafbaar stellen van ontkenning van de genocide. Maar tegenstanders proberen het van de agenda te houden, en als de Senaat straks instemt dan kan president Chirac het uitvaardigen van de wet nog lang vertragen.

Ik heb de afgelopen jaren les moeten geven aan de afgevaardigden, vertelt Mardirossian in het kantoortje van zijn tijdschrift France-Arménie in Lyon. Hij heeft hen voorgehouden dat ze met het strafbaar stellen van de ontkenning van genocide in géén geval geschiedenis schrijven. Want wetenschappers kunnen de Armeense genocide blijven aanvechten. Als ze maar met serieuze aanwijzingen van het tegendeel komen.

Nadat de Assemblée nationale de wet vorige week aannam, kreeg Mardirossian felicitaties van de fractieleider van de socialistische partij, François Hollande. Dat maar 129 afgevaardigden stemden, moest hij zich niet aantrekken, maakte Hollande volgens Mardirossian duidelijk met een grapje: U controleert een vierde van het parlement. Dat is niet niks voor zon kleine gemeenschap.

Waarom zo veel belangstelling voor de Armeense genocide? Voorstanders onderstreepten in het debat de historische band tussen Frankrijk en Armenië (zie inzet) en het risico dat Turks-Armeense geschillen in Frankrijk tot onrust leiden. Tegenstanders vermoeden electorale motieven bij afgevaardigden uit de omgeving van Parijs, Lyon en Marseille, steden met actieve Armeense gemeenschappen.

Maar de Armeense kwestie is vooral een aanleiding om de relatie tussen Turkije en Europa aan de orde te stellen. De Franse voorstanders van Turkse toetreding tot de Europese Unie zijn nu in het defensief. President Chirac heeft aan de Turkse premier Erdogan zijn spijt betuigd over het wetsvoorstel, maar spoort Turkije tegelijk aan de genocide te erkennen. Werkgevers maken zich zorgen over de economische relaties met Turkije, waar Frankrijk de vijfde handelspartner is.

Omgekeerd denkt Mardirossian dat alleen fervente voorstanders van Turkse toetreding tegen de wet zijn. Dat is ook wat historici als Pierre Nora zou bewegen, die zeggen dat de wet de vrije geschiedschrijving belemmert. Nora is een intellectuele potsenbakker, vindt Mardirossian.

Als een van de drie voorzitters van de overkoepelende raad van Frans-Armeense organisaties (CCAF) verdedigt Mardirossian dat Turkije de Armeense genocide moet erkennen voordat het land kan toetreden tot de EU. Maar in werkelijkheid gelooft hij niet in Turkse toetreding.

De Europese inlijving van Turkije is in zijn ogen meer een kwestie van neokolonialisme. Turkije deelt niet in de Europese politieke cultuur, die draait om de confrontatie tussen staat en individu, waarin wetten die verhoudingen reguleren. In Turkije is de druk van publieke instanties op individuen enorm.

Zo verklaart hij ook de onwil van Turkse emigranten in Europa om de Armeense genocide te erkennen. Ze hebben nog steeds de mentaliteit van het Ottomaanse rijk: als Turkije iets roept, moeten de anderen luisteren. Met passie heeft hij gevolgd dat de kwestie nu ook in Nederland op de politieke agenda is gekomen.

Mardirossian beschouwt zichzelf als 100 procent Armeniër én 100 procent Frans. De vraag of Turken het ook zo ver kunnen brengen, vindt hij lastig. Sommige Turken kunnen goed geïntegreerd zijn, maar er blijft altijd een deel façade. Dat komt door de Ottomaanse erfenis. Als je een deel van je identiteit niet goed een plaats weet te geven, levert dat onvermijdelijk problemen op.

Het liefst wil Mardirossian een wet die het ontkennen van alle door historici erkende genocides strafbaar stelt. Dat ziet hij als een preventieve maatregel. Voordat er weer een genocide wordt voorbereid. Maar in het parlement zeiden ze hem dat zon wet er nooit doorkomt.

Het monument in Lyon heeft wel een extra gedenkregel gekregen, voor alle slachtoffers van genocide in de wereld.