Terug naar vorige pagina 

NRC Handelsblad, 18 januari 1990
Bron: NRC Handelsblad

Turkije versterkt troepen langs grens met USSR
Door onze correspondent Frans van Hassel

ATHENE, 18 jan. - Turkije heeft zijn troepenmacht langs de grens met de Sovjet-Unie versterkt met het oog op de woelingen tussen Armeniërs en Azeri's die aan de andere kant van die grens wonen. De situatie baart Ankara zorg, niet zozeer wegens het gevaar dat de ongeregeldheden overslaan naar Turkije – waar ook wat Azeri's zijn gevestigd – als wel wegens het vooruitzicht dat de sympathie in het grootste deel van de wereld weer naar de Armeense slachtoffers zal uitgaan.

In Turkse ogen zijn de Turks-sprekende Azeri's – en alle andere islamieten in de Sovjet-Unie – ten minste evenzeer als slachtoffers te beschouwen.

Een van de dilemma's waarvoor Ankara zich ziet gesteld is: moeten wij het centrale bestuur in de Sovjet-Unie blijven steunen, waarmee de betrekkingen, inclusief de commerciele, de laatste jaren opvallend veel beter zijn geworden, of moeten wij sympathie belijden met de stamverwante Azeri's en alle andere Turks-sprekende, islamitische minderheden in de Sovjet-Unie? Bij toenemende desintegratie van dat rijk zullen we als Turken ons voordeel kunnen doen met rechtstreekse betrekkingen – ook commerciele – met de afgescheiden volkeren. Contacten verbeteren met Moskou ligt geheel in de koers van Ataturk, die al in het begin van zijn optreden als leider van de moderne Turkse republiek een goede verstandhouding nastreefde met Lenin en daarmee bewust afweek van de groot-Turkse ideeen van het voorafgaande jong-Turkse bewind.

Eigenlijk verboden
Het belijden van pan-Turkse ideeen, waarop de opeenvolgende partijtjes van de fascistisch georienteerde ex-kolonel Turkes zich toelegden, was eigenlijk verboden in Turkije. Maar de laatste tijd wordt er tot in de hoogste gelederen voor gepleit de contacten te versterken met de ruim 70 miljoen Turks-sprekenden buiten het eigenlijke Turkije, waar "slechts" 55 miljoen Turken wonen. Niet alleen zouden de banden moeten worden aangehaald met de minderheden in Bulgarije, Griekenland, Cyprus en Irak, maar ook met de broedervolken in de Sovjet-Unie, Iran en China. Op initiatief van een van de ministers van staat, Ercument Konukman, is een departement gevormd waar men zal nagaan welke "culturele behoeften" er leven onder de Turks-sprekenden buiten Turkije en hoe men de banden – cultureel en economisch, niet politiek – kan versterken.

Zondag werd in Istanbul een seminarium gehouden waarbij Turkse geleerden zich bezighielden met verleden en toekomst van Azerbajdzjan en waar voor onafhankelijkheid van dit gebied werd gepleit. President Ozal had zich tevoren van zulke ideeen gedistantieerd. "Het is beter economische banden te leggen met Arzerbajdzjan dan politieke", zei hij eerder deze maand, "en de historische kans op intensivering van de contacten niet te bederven met een nationalistische of chauvinistische benadering." Het recente bezoek van de Azerbajdzjaanse premier Moetalibov aan Ankara viel echter samen met het begin van de bloedige gebeurtenissen, waarover een communique van het Turkse ministerie van buitenlandse zaken intussen heeft opgemerkt dat zij werden uitgelokt door "elementen die niets te maken hebben in het betreffende gebied".

Daarmee worden ongetwijfeld de machtige Armeense minderheden in Frankrijk en de Verenigde Staten bedoeld.

Men beseft in Ankara dat de gebeurtenissen in Bakoe het nog moeilijker zullen maken de wereld uit te leggen dat er in 1915 geen genocide op Armeniërs in Oost-Turkije heeft plaatsgehad, en dat de Amerikaanse senatoren die dit voorjaar, bij de nadering van de 75ste verjaardag daarvan, die genocide in een resolutie willen vastleggen daarvoor nu meer wind in de zeilen krijgen.

In hetzelfde communique worden de gebeurtenissen een "binnenlandse aangelegenheid van de Sovjet-Unie" genoemd. Maar de kans is groot dat de machtige nationalistische stromingen in Turkije van de weeromstuit gaan pleiten voor meer solidariteit met de Turks-sprekende "slachtoffers" van de Armeniërs, die volgens Turkse historici altijd "aanstichters" van de slachtingen zijn.