Terug naar vorige pagina 

NRC Handelsblad, 17 april 2010
Bron: NRC Handelsblad

Gevangenen van de geschiedenis
Door Bram Vermeulen

Ze zingen dezelfde liederen. Ze verbouwen dezelfde abrikozen. Ze zijn even arm. Reis langs de gesloten grens tussen Turkije en Armenië. Waar overburen elkaars vijand zijn.

Soms komen ze te dicht bij elkaar. De Turk Kiyas Karadag en zijn Armeense overbuurman. Zoals op die lentedag toen ze beiden hun vishaak lieten zakken in het koude smeltwater van de rivier die Turkije scheidt van het christelijke Armenië. Eén dobber aan Armeense kant en één dobber aan Turkse kant.

Door de stroming vonden de vislijnen elkaar in een innige omhelzing. Daar stonden ze, de christen en de moslim, te trekken aan hun hengels. Voor even met elkaar verbonden.

Er zat paniek in hun rukken. De Armeniër en de Turk kennen de regels van dit grensgebied. Op last van wetgevers hier ver vandaan moeten Turkse en Armeense buren ieder contact met elkaar vermijden. Praten met elkaar mag niet. Zelfs zwaaien is verboden. Op toenadering staat straf: een boete van ten minste 200 euro. Daar zien soldaten aan weerszijden van de grens op toe.

Er was maar één oplossing, vertelt Karadag, terwijl hij met zijn laarzen door het zand langs de rivier stapt. "Ik heb de lijnen moeten doorsnijden." Dat was beter voor allebei.

De keuterboeren aan weerszijden van de Turks-Armeense grens wonen zo dicht op elkaar dat ze de kopjes en glazen kunnen horen rinkelen, als er aan de andere kant gedekt wordt voor de lunch. In de zomer zwemmen ze in dezelfde rivier. Ze leven van dezelfde abrikozen en dezelfde komkommers, dezelfde tomaten en meloenen. De Turken zijn hier net zo gewend aan de kerkklokken van de overkant als de Armeniërs aan de Turkse muezzin en de minaret. Fysiek zijn ze niet meer dan een hink-stap-sprong van elkaar verwijderd, afhankelijk van het seizoen en de hoogte van het rivierwater. Vijfentwintig meter in de winter. Minder dan twee meter in de zomer.

Wat hen scheidt is een bloedige geschiedenis van 95 jaar die op 24 april 1915 begon met de verdrijving en moord op honderdduizenden Armeniërs in de nadagen van het Ottomaanse Rijk. De grens was sindsdien langer dicht dan open. Telkens als er uitzicht was op opening en detente, namen wantrouwen en achterdocht abrupt de leiding. Turkije sloot de grens in 1993 voor alle verkeer toen Armenië troepen stuurde naar de Armeense enclave Nagorno-Karabach in het islamitische Azerbajdzjan, uit sympathie voor de Turkssprekende Azeri's.

Een gespleten dorp
Afgelopen oktober gloorde er weer even hoop toen de Turkse en Armeense regeringen hun handtekeningen zetten onder protocollen vol beloften. Ze zouden de diplomatieke betrekkingen herstellen. Ze zouden de gebeurtenissen van 1915 laten onderzoeken door de wijste mannen uit hun landen om te bepalen of er sprake was van genocide. Ze zouden deze grens weer openen voor alle verkeer. Een grens die 325 kilometer lang is en voert over bergpassen, meren en rivieren, met Georgië in het noorden en Iran in het zuiden. Hun parlementen hoefden de protocollen alleen maar te ratificeren. Toen werd het stil tussen Armenië en Turkije. De grens bleef dicht.

Arpacay heet de grensrivier op de Turkse kaart, Akhurian op de Armeense. Aan weerszijden ligt een gespleten dorp met twee namen: Halikislak (300 inwoners) aan Turkse kant, Bagaran (700 inwoners) aan Armeense kant. Nergens langs deze grens wonen de twee gemeenschappen dichter op elkaar. En nergens vrezen ze elkaar zoveel als hier.

Neem de Turk Kiyas Karadag, dorpshoofd van Halikislak. De grens loopt door zijn achtertuin. In zijn tuin markeert een rood met wit grenspaaltje het einde van Turkije. Aan de overkant van de beek begint Armenië met nog zo'n paal, groen en rood geschilderd. Die tuin staat vol met walnootbomen. Er zit een verhaal vast aan die bomen, een verhaal dat Karadag niet kent. Hij kan het niet kennen, omdat hij nooit met de Armeniërs aan de overkant praat. Om dat verhaal te horen zou hij naar de overkant moeten, en dat kan alleen als hij langs de grens naar het noorden reist, via Georgië en dan weer afzakt naar het zuiden, naar Bagaran. Een reis van dagen. En waarom zou hij? "Ik ben niet gesteld op de mensen aan de overkant. Dat is de harde werkelijkheid." Armeniër is een scheldwoord aan deze kant van de oever, een synoniem voor vies en onbetrouwbaar.

Karadag woont aan de frontlinie die hij met toewijding bewaakt. Elke ochtend controleert hij het zand langs de rivier op voetstappen van de vijand. Eens vatte hij er hoogstpersoonlijk een in de kraag. "Ik liep met mijn vrouw langs de rivier toen ik hem zag. Aan mijn kant van de grens. Zijn kleren waren drijfnat. Hij stonk naar wodka." De Armeniër was die middag gaan vissen in de grensrivier. Zijn kinderen hadden honger, biechtte hij op aan de Turk. "Ik heb hem opgesloten in een van de barakken hier en onmiddellijk het leger gebeld. Hij smeekte me om het niet te doen, maar ik deed het toch", zegt de Turk trots. "Ik doe wat goed is voor het land. Ze hebben hem geblinddoekt en afgevoerd."

Soldaten staan hier letterlijk tussen de buren in. Aan Armeense kant is de grensbewaking in handen van Russische militairen. Een overblijfsel van de Sovjettijd dat stand houdt op verzoek van de Armeense regering. Ze heeft Moskou daar een jaar na de onafhankelijkheid in 1991 om verzocht. Uit angst voor de kracht van het Turkse leger.

Grenzen
In Turkije ziet het op een na grootste leger van de NAVO toe op handhaving van de grenzen. De militairen zijn de meest zichtbare vertegenwoordigers van de seculiere Republiek die in 1923 werd gesticht op de puinhopen van het Ottomaanse Rijk en het idee dat de buitenwereld gevreesd moest worden. Het leger redde wat er nog te redden viel, terwijl de omringende grootmachten knaagden aan alle grenzen. Wat in 1915 gebeurde, was geen genocide maar de overlevingsstrijd van een land dat vocht voor zijn voortbestaan. De Armeniërs waren het paard van Troje, een verlengstuk van de grijpgrage Russen die verdreven moesten worden. Zo zien ze dat aan de Turkse kant van de grens.

"Het was oorlog", zegt Yuksel Karadagi, die vanuit zijn keukenraam uitkijkt op de rivier en de Russische wachttoren aan de overkant. "In 1915 zwierven gewapende bendes door dit land. Armeense bendes vielen Turkse bendes aan. Zo is het ons altijd geleerd. Zo heeft mijn opa het verteld. Het woord "genocide" is een slecht woord. Het betekent dat je doodmaakt wat door God is geschapen. Het is onmogelijk dat wij Turken zoiets zouden doen."

De geschiedenis van 1915 werd bedolven onder de retoriek waarmee de Turkse republiek in 1923 werd gesticht. Niet alleen drongen de stichters erop aan al het negatieve van de jaren daarvoor te vergeten. De toegang tot de documenten die anders beweerden, werd letterlijk afgesneden toen de regering van Mustafa Kemal Atatürk besloot over te stappen van het Ottomaanse schrift op het Latijnse schrift. De geschiedenis werd woord voor woord herschreven.

Slachtoffers van die geschiedenis zijn ze allemaal. De Armeniërs aan hun kant van de grens. En de Turken aan deze kant. De Karadagi's zijn niet eens echte Turken. Ze zijn Azeri's, wier voorouders eeuwen aan de andere kant van de rivier verbleven. Door de oorlog in Karabach werd het voor hen te gevaarlijk in Armenië en vluchtten de meesten naar deze kant van de grens.

Maar dat is geschiedenis, vindt Karadagi. En de geschiedenis houdt iedereen aan deze oevers gevangen. Ze blokkeert iedere vooruitgang en voorspoed. "De geschiedenis verdeelt ons. Terwijl we naar onze toekomst moeten kijken. Terwijl we zoveel met elkaar gemeen hebben. Zij zijn arm, wij zijn arm." Soms horen we de Armeniërs zingen aan de andere kant, als ze een bruiloft hebben. Dan doe ik mijn ogen dicht en zou ik zweren dat ze Turkse liederen zingen. Maar ik weet het niet, want ik ken ze niet."

Vanaf zijn hoge uitkijkpunt over de vallei volgt Karadagi het wereldnieuws, het nieuws over de bemoeienissen van de wereld met zijn achtertuin. Het Zweedse parlement besloot vorige maand dat de Armeniërs in 1915 slachtoffer waren van een goed geplande genocide. De buitenlandcommissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden nam kort daarvoor een resolutie van vergelijkbare strekking aan. Als dat advies wordt overgenomen door het hele Huis, moet de Amerikaanse president Barack Obama het woord genocide gebruiken als op 24 april het begin van de massaslachting wordt herdacht.

"Ze oordelen maar over ons vanuit hun comfortabele stoelen aan de andere kant van de oceaan. Maar wie zijn die mensen en wat weten ze over ons?", zegt Karadagi. "Als je ze een wereldkaart geeft, kunnen ze Armenië niet eens aanwijzen. En toch willen ze over ons lot beschikken. Maar hoe meer ze de Turk vertellen wat hij moet doen, hoe minder hij luistert."

Zo is de psychologie in deze grensstreek. Van buitenlanders valt weinig goeds te verwachten. Buitenlanders azen op het land. "Önce Vatan", staat er met wit krijt geschreven op de heuvelrug die met een roestige wachttoren uitkijkt op het land van de vijand. "Het moederland eerst." Tot drie jaar geleden werden alle mannen in dit dorp betaald door de geheime dienst. Ze zijn nog altijd de ogen en oren van De Republiek.

Elders, in de grote steden van Turkije, proberen politici van de AK-partij die sinds 2002 aan de macht zijn, de fundamenten van die Republiek te hervormen. Een nieuwe grondwet staat op stapel, de macht van het onaantastbare leger verbrokkelt, minderheden krijgen meer rechten, er wordt onderhandeld met oude vijanden als Armenië. Het land verandert, maar niet hier, langs de grens. De dorpen lopen leeg. Sterfhuizen langs een doodlopende weg.

De besneeuwde akkers dragen de sporen van de geschiedenis. Ruïnes van eeuwenoude Armeense kerken werden graanschuren voor Turkse boeren. In Ani, de middeleeuwse hoofdstad van Armenië die nu aan de Turkse kant van de grens ligt, zijn de fresco's met harde hand verwijderd uit de bloedrode kathedralen. De ogen van de heiligen zijn uitgestoken, de gezichten bekrast, de muren met kogels doorzeefd. In de beschrijvingen op de manshoge borden voor de ingang van het museum komt het woord Armenië niet één keer voor.

Erkenning van het verleden staat hier gelijk aan verlies. Vraag elk van de boeren in dit lege land naar het grootste risico van opening van de grenzen en ze zullen zeggen: "We zullen ons land verliezen." Dat is een kwestie van internationaal recht, weet Subutay Tarim, boer en advocaat in het grensdorp Kalkankale. Hij woont in een Armeens huis, van 130 jaar oud. Ooit lag dit huis in West-Armenië. Na het verdrag van Kars van 1921 werd dit huis samen met de vruchtbaarste delen van het Armeense grondgebied Turkije. "De Armeense lobby in de Verenigde Staten maakt er geen geheim van dat ze dit land terugwil van de Turken", zegt Tarim. Van genocide in 1915 was volgens hem geen sprake. Het waren de nationalistische Armeense milities, de Dashnaks, die de Turken vermoordden. "Armeniërs werden niet vermoord. Die stierven gewoon."

Vanaf zijn veranda kan hij het spoor zien liggen waarover in betere tijden de treinen reden naar de Sovjet-Unie. De stallen waar de koeien wachtten op verscheping naar het oosten zijn ingestort, vermolmd en verroest. "Als kind ben ik vele malen naar de andere kant geweest. We verkochten er koeien en vlees."

Niemand steekt hier de grens meer over. Alleen koeien, schapen en paarden. Als dat gebeurt, komen de commandanten van de legers bij elkaar. Turken en Russen hebben voor dat sporadische contact zelfs een katrolbrug gespannen, tussen Halikislak en Bagaran, zodat officieren over de rivier gehesen kunnen worden. Aan de oevers van de rivier wordt er onderhandeld als bij een gevangenenruil: drie koeien van ons voor drie koeien van jullie.

Geen van de bewoners deed de moeite om de overburen te bezoeken via de weg die door Georgië naar Armenië leidt. De grensstreek lijdt aan een chronisch gebrek aan geld voor zulke avonturen, of aan nieuwsgierigheid. Er gaan wel bussen van Istanbul naar de Armeense hoofdstad Yerevan, maar die voeren langs de Zwarte Zee en zijn vooral gevuld met Armeense migranten. Vanuit Kars, de grootste stad in deze omstreken, blijft de lokale deeltaxi, de dolmus, naar de Georgische grens angstvallig leeg. Te leeg voor vertrek.

Armenië

Maar wie echt wil, zou de auto kunnen pakken, of een particuliere taxi. Een Turkse taxi naar de Georgische grens. Een Georgische taxi naar de Armeense grens. Wie echt wil, wacht een adembenemende reis, langs de verpauperde rafelranden van Europa, modder, oude Sovjet-bussen en verlaten fabrieken. Afrika in de sneeuw. De meeste dorpen in de Georgische grensstreek worden bewoond door Armeniërs. Turkije was niet het enige land waar Armenië grondgebied aan verloor. Armenië was altijd slagveld of buffer voor een van de grootmachten waarmee het land wordt omringd. De Armeniërs vrezen de buitenwereld zoals de Turken hem vrezen.

De eerste stop op weg naar het zuiden, naar het Armeense zusterdorp Bagaran aan de rivier, is aan het spoor. Al zeventien jaar geleden reed er vanaf het modderige Armeense grensplaatsje Akhurik geen trein meer naar Turkije. Maar in het stationshuis houdt een vrouw nog altijd de wacht, in oranje hesje. "Just in case", zegt ze in moeiteloos Engels. Voor het geval dat de grens toch opengaat. Voor het geval ze ineens de wissels moet omzetten. Een Russische investeerder heeft al miljoenen drams in het spoor geïnvesteerd. Just in case. Het Russische spoor is 90 millimeter breder dan het Turkse. Over dit spoor rijdt geen leger ongemerkt binnen.

Dit dorp van modder en koeienmest is evengoed een cul-de-sac. Sinds het einde van de Sovjettijd zijn ze de boeren hier vergeten. Op de Kolchozen verdienden ze tot 1991 een leefbaar bestaan. Nu wachten ze tot de grens weer opengaat, de treinen weer gaan rijden, de koeien hier weer gestald worden zoals het vroeger was. "De Turk slaat je in het gezicht. De regering slaat je in je nek", zegt de krasse Rouben Horhannesyan (71) in zijn huis met uitzicht op de grens. Zijn zoon gaat met de cognacfles en de paaseieren rond. Dat Armenië het eerste land ter wereld was met het christendom als staatsgodsdienst, wordt goed gevierd. De kachel stookt op koeienmest en vult de kamer met methaan en kooldioxide. Zijn zus heeft vage gezondheidsklachten. "Voor mij is de toekomst niet meer belangrijk. Ik ben een oude man. Maar voor mijn kleinkinderen is het belangrijk dat de relaties met de Turken hersteld worden", zegt de oude Horhannesyan. Dat vindt hij zolang de geschiedenis niet ter sprake komt.

Turk is hier een scheldwoord, synoniem aan vies en onbetrouwbaar. Het moorden zit de Turk in de genen, zegt opa. Het is zijn aard. "En voor we de grens openen, moeten ze accepteren dat ze genocide hebben gepleegd."

De roep om erkenning werd hier onderdeel van de nationale identiteit na de onafhankelijkheid in 1991. Praten over de genocide was taboe toen de Sovjets hier nog regeerden. Moskou was bang de relatie met Turkije te vertroebelen. "En de Turken moeten ophouden aan ons te vragen ons terug te trekken uit Karabach. God zal het niet toestaan. Iedere Armeniër die het waagt ons land daar in de steek te laten, zal ik met mijn blote handen de nek omdraaien."

Nagorno-Karabach ligt ver van hier, veel verder dan Turkije. De genocide is lang geleden. Langer dan iedereen in dit huis heeft geleefd. Maar het verleden bepaalt wie ze nu zijn: Armeniërs in de eerste plaats. De toekomst kan wachten.

Op de weg naar Bagaran toont de berg Ararat zich in volle glorie. Een Armeense berg, op Turks grondgebied. Zo zien ze dat hier. De berg is de permanente herinnering voor de Armeniërs aan het land dat hun na de Eerste Wereldoorlog is afgenomen. Zo dichtbij, maar zo ver weg.

Zo voelt ook het weerzien met de grensrivier Akhurian en het zicht vanaf Bagaran op het Turkse dorp Halikislak. De minaret, de katrolbrug, de lemen huizen, allemaal hetzelfde, alleen de camera is nu 180 graden gedraaid.

Het is de maandag na Pasen en de dorpelingen in Bagaran leggen bloemen op hun graven. De grafstenen vertellen het verhaal van dit dorp. Geboren in 1913 in Turkije, gestorven in 1983 in Armenië, verhaalt er een. "Soms kijken we naar het dorp waaruit onze voorouders in 1915 werden verjaagd. De landbouwgronden waren veel beter daar. Maar het heet nu Turkije", zegt Sos Vardevanyan. Hij schenkt zure yoghurt. Tan heet dat hier. De Turken zijn er even dol op, maar noemen het ayran.

De Armenen kennen hun overburen niet. Ze horen ze wel zingen tijdens bruiloften, feesten en partijen. Ze zouden zweren dat de Turken Armeense liedjes zingen. Opening van de grens draagt grote gevaren met zich mee, vindt dochter Hamrit, de jongste van de familie Vardevanyan. "Ze zijn niet veranderd sinds 1915. [De Armeense journalist] Hrant Dink werd nog niet zo lang geleden door een Turk vermoord omdat hij over de genocide schreef. Dat bewijst dat een genocide nog elke dag mogelijk is. En premier Erdogan dreigde laatst nog 100.000 Armeniërs uit te zetten. Dat zegt genoeg. Een Turk blijft een Turk." Achterdocht geeft zekerheid. Vertrouwen is riskant. Beneden aan de overkant van de rivier verschijnt het Turkse dorpshoofd Kiyas Karadag. Hij herkent ons en zwaait naar boven. Zijn Armeense buren kijken de andere kant op. Niemand zwaait terug.

"Soms gaan we picknicken aan onze kant van de rivier", zegt moeder Vardevanyan op een toon alsof ze een groot geheim onthult. "Ik neem altijd walnoten mee naar de oever. Ik gooi de noten naar de overkant, naar de Turkse kant. Zie je de walnootbomen daar staan in zijn tuin?" Ze wijst naar de tuin van het Turkse dorpshoofd. "Dat zijn onze bomen. Ze zijn onze toekomst. Op een dag zullen wij de noten oogsten."

Armeense genocide
Volgende week zaterdag wordt de Armeense genocide herdacht die met deportaties begon op 24 april 1915. Er zijn maar weinig feiten in de gezamenlijke geschiedenis van Turken en Armeniërs die onbetwist zijn. Historici aan beide kanten zijn het erover eens dat er in de nadagen van het Ottomaanse Rijk honderdduizenden doden vielen. 300.000 Armeniërs is de officiële lezing aan Turkse kant, "als gevolg van gevechten" die uitbraken toen Turkije in de Eerste Wereldoorlog de kant van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije koos, en zo in oorlog raakte met Rusland, Frankrijk en Engeland.

In het genocidemuseum in de Armeense hoofdstad Yerevan wordt gesproken over anderhalf miljoen Armeniërs die de dood vonden.

De Turkse academicus Taner Akcam haalt in zijn boeken vele documenten aan waaruit blijkt dat de deportaties minutieus gepland en voorbereid waren door drie extremistische leden van het toenmalige Comité voor Eenheid en Vooruitgang, die in 1913 de macht grepen. De documenten werden in 1919 gebruikt door een militaire rechtbank om de drie officieren, Talat Pasa, Enver Pasa en Cemal Pasa te berechten. De drie verdachten waren voor die rechtszaak al naar Duitsland gevlucht. Twee van de drie werden later door Armeense activisten vermoord, een derde stierf op het slagveld.

Wat weten ze van elkaar?
In 2005 onderzocht de Turkse denktank TESEV wat Turken en Armeniërs over elkaar weten. Hieronder enkele resultaten:
– 16,8 procent van de Turken gelooft dat Armeniërs joden zijn.
– 6,4 procent van de Armeniërs denkt dat in Turkije nog steeds de sultan aan de macht is.
– 54,6 procent van de Armeniërs denkt dat Turken de Armeniërs niet mogen.
– 35,1 procent van de Turken denkt dat Armeniërs Turken niet mogen.
– 78,7 procent van de Turken denkt dat Armenië land zal innemen als ze de mogelijkheid hebben.

Op de vraag hoe je zou reageren als je dochter met een Turks/Armeense jongen zou willen trouwen zei 94,1 procent van de Armeniers negatief; zei 68,1 procent van de Turken negatief.