Terug naar vorige pagina
NRC Handelsblad, 14 december 2005
Bron: NRC Handelsblad
Turkse moslims met Armeense wortels
Door onze correspondent Bernard Bouwman
ISTANBUL, 14 DEC. De Turkse advocaat Fethiye Çetin heeft een boek over haar Armeense wortels geschreven om verzoening dichterbij te brengen. Maar dat is voorlopig een utopie.
Fethiye hield van haar grootmoeder en die hield van Fethiye. Zelfs toen oma stokoud was en bijna niets meer zag, wist ze direct dat Fethiye het was als die haar hand aanraakte. "Dan glimlachte ze en was ze zo blij", vertelt Fethiye, inmiddels advocaat, in haar kantoor in Istanbul. Maar ze had een tragisch geheim dat ze pas kort voor haar dood aan Fethiye onthulde: ze was geboren als Armeense. Tijdens de slachtpartijen in 1915 die meer dan een miljoen Armeniërs het leven kostten, was ze geadopteerd door een Turkse gendarme en vervolgens als moslim opgevoed.
Fethiye Çetin was zo geschokt door de onthulling dat ze er een boek over schreef. En dat boek doet het goed in Turkije – er zijn er de afgelopen maanden duizenden van verkocht. "De Armeense kwestie is het laatste taboe in Turkije", zegt Çetin. "Met mijn boek wilde ik de verzoening een stap dichterbij brengen."
In 2005 lijkt verzoening over de Armeense kwestie nog net zo'n utopisch ideaal als in 1915, toen de slachtpartijen plaatshadden. Deze zomer werd de Turks-Armeense journalist Hrant Dink (van wie Çetin de advocate is) tot zes maanden voorwaardelijk veroordeeld omdat hij gezegd zou hebben dat er "gif" zit in Turks bloed. En vrijdag moet in Istanbul een proces beginnen tegen de schrijver Orhan Pamuk omdat deze in een vraaggesprek met een Zwitserse krant onder andere zei dat er in dit land een miljoen Armeniërs zijn vermoord. Met betrekking tot de Armeense genocide is het debat nog vaak zwart/wit: veel Turken ontkennen dat er een genocide was, veel Armeniërs zien Turken als moorddadige schurken die niets liever doen dan weerloze, onschuldige mensen aan het zwaard rijgen.
"Maar in de geschiedenis is er nooit alleen maar zwart en wit", aldus Çetin. In haar boek wordt dat overduidelijk. Neem Hüseyin, de gendarme die Çetins grootmoeder adopteerde. Als gendarme nam hij deel aan de slachtpartijen onder Armeense mannen. Fethiye vroeg haar grootmoeder: hoe kun je van zo'n man houden? Die antwoordde, aldus de advocate: hij adopteerde mij en redde zo mijn leven. Ze voegde daar dan nog aan toe dat Hüseyin had geweigerd om Armeense vrouwen en kinderen te vermoorden en dat hij daarvoor gestraft was. Maar hij heeft wel mannen geliquideerd, zei Fethiye dan, doet dat je dan niets? "Ik weet het ook allemaal niet", zuchtte oma vervolgens. "Maar ze hield echt van Hüseyin als van een vader", aldus Çetin, "zo hield ze absoluut niet van haar stiefmoeder".
Het is die weigering van Çetin om direct het politieke debat aan te gaan die maakt dat het boek in Turkije zo'n indruk heeft gemaakt. In het hele boek is het woord "genocide" niet te vinden – het is simpelweg het aangrijpende verhaal van een sterke vrouw die ondanks alles (ze leefde lange tijd in een huis dat uitkeek op een brug waar ze had gezien hoe een Armeense vrouw haar twee kinderen vermoordde en vervolgens zelfmoord pleegde) overleefde en probeerde gelukkig te zijn. Zoveel indruk maakte het boek dat Çetin inmiddels wordt overspoeld met telefoontjes en e-mails van mensen in Turkije die ook op zoek gaan naar hun Armeense wortels. "Alleen al in het dorpje van oma zijn er acht kinderen geadopteerd, vertelde ze. Toen ik naar Elazig en Diyarbakir ging kende iedereen wel een geval van adoptie in zijn familie. Het gaat echt om duizenden, misschien tienduizenden kinderen."
Theoretisch zou het niet zo moeilijk moeten zijn om al die gevallen te achterhalen. De Ottomaanse autoriteiten waren zeer gesteld op archieven en maakten een aantekening in geval van bekering tot de islam. Dat was nu juist een van de grote tragedies van oma's leven: toen een mannelijk familielid beroepsmilitair wilde worden werd hij afgewezen wegens die aantekening in haar dossier. Maar genealogisch onderzoek is niet gemakkelijk, weet Çetin. Toen zij op zoek ging naar de gegevens van haar grootmoeder, bleek het bevolkingsarchief verbrand te zijn. Dat hoort ze vaker in de reacties die ze kreeg. "Je vraagt je af of al die branden toeval zijn of dat er iets achter zit." Voor Turkse extreem-nationalististen, die vaak lyrische woorden wijden aan het Turkse bloed, moet het pijnlijk zijn te ontdekken dat in dat bloed wellicht een Armeense component zit.
Çetins grootmoeder werd gelukkig maar honderd procent geslaagd was haar integratie in de moslim-Turkse maatschappij toch niet. "Toen ik hoge cijfers op school haalde, zei ze: dat heeft ze van ons", vertelt Çetin, hoewel ze dus pas later begreep dat dat "ons" voor haar Armeense kant stond. Oma was ook zielsgelukkig toen ze, eigenlijk al op haar sterfbed, te horen kreeg van Fethiye dat deze Armeense verwanten in de Verenigde Staten had opgespoord.
Door die contacten met haar verre familieleden en het schrijven van het boek heeft Fethiye de band met haar eigen verleden hersteld. In de Verenigde Staten vond ze zelfs het graf van de ouders van haar grootmoeder. Haar vader werkte ten tijde van de slachtpartijen in Amerika, haar moeder werd op transport gesteld naar Aleppo in Syrië maar overleefde het en emigreerde. Op de voorpagina van Çetins boek staat een afbeelding van hun graf, compleet met prachtige bloemen. Turkije is nog niet ver genoeg om bloemen te zetten op de graven van de Armeniërs die in 1915 werden afgeslacht maar de reacties op Çetins boek, zo vindt ze zelf, zijn een stap in de goede richting. "Een kleine minderheid roept dat er niets is gebeurd maar de gewone mensen weten wel beter. Mijn boek helpt die gewone mensen te herinneren hoe het toen echt was."