Terug naar vorige pagina
NRC Handelsblad, 1 juli 2000
Bron: NRC Handelsblad
Stereotypen 3
Door Dr. Dennis R. Papazian
Pas onlangs vernam ik van het interview met de heer Hilmar Kaiser over de Armeense Genocide dat uw gewaardeerde krant geschikt achtte voor publicatie op 27 mei ("Tegen de stereotypen"). In het algemeen was het een interessant interview, maar het was zeer onbehoorlijk om de heer Kaiser de gelegenheid te geven om de geachte professor Vahakn Dadrian, auteur van talloze boeken en monografieen, aan te vallen, door ongegrond en zonder aanleiding zijn status als wetenschapper in twijfel te trekken. Het was ook onbehoorlijk, en zelfs racistisch, van de heer Kaiser om te beweren dat wetenschappers met een Armeense achtergrond zich in een dwangbuis bevinden die het hun onmogelijk maakt om objectieve wetenschap te bedrijven.
Bij navraag is mij verder gebleken dat de heer Kaiser aan het slot van zijn lezing in Leiden de wetenschappelijke status van de heer Dadrian zelfs nog veel heftiger heeft aangevallen. Van verschillende wetenschappers die erbij waren wordt gezegd dat ze diep geschokt waren door het onprofessionele gedrag van de heer Kaiser, om iemand die niet aanwezig was aan te vallen met algemene en ongegronde beweringen zonder ook maar te pogen die met enige bewijsvoering te onderbouwen. In gewone taal wordt zo'n aanval een "rotopmerking" genoemd, of een "aanslag op iemands goede naam", gedrag dat door serieuze en professionele mensen met minachting wordt afgewezen. In serieuze academische kringen valt men bewijsvoeringen en argumenten aan, niet personen of individuen, en zeker niet achter hun rug.
Voor de goede orde wil ik hier vermelden dat professor Dadrian gedetailleerd heeft geantwoord op eerdere, iets specifiekere aanvallen door de heer Kaiser, welke ik, als hoofdredacteur van de Journal of the Society for Armenian Studies, helaas heb gepubliceerd als een review essay van een recent boek van dr. Dadrian, "German Responsibility for the Armenian Genocide". Ik had de heer Kaiser om die bespreking gevraagd, omdat ik hem toen nog beschouwde als een veelbelovende jonge wetenschapper. In zowel 1997 (volume 8) als 1998 (volume 9) heb ik in het tijdschrift een uitvoerige woordenwisseling tussen beide personen afgedrukt, omdat ik geloof dat de wetenschap alleen gediend is met het horen van beide kanten in een dispuut.
Ik vrees dat de heer Kaiser boos is omdat hij is afgetroefd door dr. Dadrian en daarom een vendetta is begonnen tegen dr. Dadrian in diens afwezigheid, om hem in diskrediet te brengen met kwaadaardige beschuldigingen. Ik denk dat het daarom rechtvaardig is dat deze brief wordt afgedrukt, samen met de nu volgende conclusie van dr. Dadrians laatste essay tegen de aanvallen van de heer Kaiser.
"Dit voorbeeld van Kaisers onjuiste voorstelling van zaken geeft een inkijkje in zijn mate van betrouwbaarheid en competentie. (...) In mijn eerste antwoord op zijn recensie van mijn boek complimenteerde ik de heer Kaiser met zijn pogingen om kritisch te zijn in dienst van wetenschappelijke discussie en uitwisselingen. (...) Maar inmiddels heb ik ernstige twijfels over zijn plannen en bedoelingen. De herhaling van een hele serie valse voorstellingen, de nieuwe vervormingen en weglatingen, Kaisers kennelijk obsessieve drang om argumentaties te verzinnen die evident achterbaks zijn en om niet-bestaande kwesties op te werpen: dit alles suggereert dat het gaat om twijfelachtige handelingen onder het mom van wetenschap, gepresenteerd bij wijze van review essay. Samengevat: ik beschouw de hele uitwisseling (met de heer Kaiser) niet als een bijdrage aan de wetenschap, maar als jammerlijke tijdverspilling."