Terug naar vorige pagina
Nieuwsblad van het Noorden, 18 april 1979
Bron: Digitaal Archief Noord-Nederland
Armenië droomt van onafhankelijkheid
Door onze correspondent Koen Corver
"Wanneer je hier iemand dronken ziet, is het waarschijnlijk een Rus". Een
vaker gehoorde uitspraak in de Sowjet-republiek Armenië, die niet zozeer
getuigt van een afkeer van de Armeniërs van hun beschermers en heersers,
maar meer van hun afkeer van de onmatigheid waarmee Russen gewend zijn
alcoholica te nuttigen. Dat doen de Armeniërs heel anders, namelijk
gematigder, beschaafder menen sommigen, zoals dat te verwachten is van
een oud volk in dit deel van de wereld.
Of dat een reden is om zich niet aan
alcohol te buiten te gaan, kan men
voorlopig in het midden laten. Feit is wel
dat de Armeniërs niet alleen een lange
maar ook een veelbewogen geschiedenis
achter de rug hebben, in een gebied dat
behalve de huidige Sowjet-republiek
Armenië ook de oostelijke provincies van
Turkije omvatte en daarnaast
noordelijke delen van Libanon, Syrië,
Irak en Perzië. In allerlei geschriften en
documenten vindt men ruim 3000 jaar
geschiedenis terug waarin de Armeniërs
overigens nauwelijks 500 jaar van hun
eigen onafhankelijkheid mochten
genieten.
Scherpe neuzen
De Sovjet-republie Armenië is de
kleinste van de 15 republieken van de
Sovjet-Unie.
Het oppervlak beslaat driekwart van
Nederland, waarop een bevolking van
ongeveer drie miljoen mensen woont.
Meer dan 88 procent van hen is
Armeens; direct te herkennen aan het
donkere, zuidelijke uiterlijk, dat wordt
geaccentueerd door een lange scherpe
neus. Wie vanuit de Sovjet-hoofdstad
Moskou naar het zuiden reist wordt
onmiddellijk getroffen door de
gemoedelijke sfeer in Armenië.
De mensen zijn er aardig, duidelijk
zuidelijker, minder bureaucratisch. Er
valt iets te regelen, te ritselen.
Aantrekkelijk is ook het feit dat het
klimaat natuurlijk veel warmer is en dat
een groot deel van het Armeense leven
zich dientengevolge op straat afspeelt,
op vele terrasjes en in binnenhoven. De
trots op eigen prestaties en
verworvenheden verleidt Armeniërs niet
zo snel tot het chauvinisme dat bij
Russen soms tot ballonvormige
afmetingen kan opzwellen.
Nederland?
Met het buurvolk van de Georgiërs
hebben de Armeniërs een uitgesproken
handelsgeest gemeen. De meest
prominente Armeniër in de Sovjet-Unie
was Anastas Mikojan, die dan ook onder
meer minister van handel was. Die
handelsgeest maakt een tocht over één
van de goedgevulde markten van deze
republiek tot een genoeglijk avontuur
van pingelen en afdingen. Een bezigheid
die telkens onderbroken wordt door de
vraag waar de koper dan wel vandaan
komt.
"Waar uit Nederland?" Men ziet
vraagtekens krullen boven de hoofden
van de aangesprokenen. Nooit van
gehoord. "Waar ligt dat dan?" In de
buurt van Duitsland, West-Duitsland en
Frankrijk. "Oh juist".
Het gebrek aan kennis blijkt wederzijds
te zijn, en de Armeniërs zijn maar al te
graag bereid om de lacunes in de kennis
van bezoekers aan te vullen. De steeds
terugkerende onderwerpen vormen de
bewogen Armeense geschiedenis in het
algemeen en de Turkse moordpartijen
rond de eeuwwisseling in het bijzonder.
Sinds de Armeense staat in het begin
van de vierde eeuw als eerste natie het
christelijk geloof tot nationale
godsdienst verklaarde, kregen vele
schermutselingen, conflicten en
oorlogen een religieus karakter.
Dat werd sterker nadat het
mohammedaanse geloof zich
manifesteerde in de omringende landen.
Met deze problematiek op de
achtergrond en de daardoor
veroorzaakte slechte verhoudingen
tussen mohammedaanse overheersers en
christelijke-Armeense ondergeschikten,
is het niet zo verwonderlijk dat de
Armeniërs in 1828 onder Russische
bewind kwamen en deze wisseling in het
algemeen als positief beoordeelden. Een
wisseling van
Perzisch-mohammedaanse overheersers
naar Russisch-tsaristisch-christelijke
overheersers. Een verbetering voor de
Armeniërs.
Tenminste alleen een verbetering voor
degenen die woonden in de streek die
inmiddels bekend staat als de
Sovjet-republiek Armenië. Aan het eind
van de vorige eeuw werden de Turkse
Armeniërs in groten getale het
slachtoffer van wrede bloedbaden, die in
1915 gevolgd zouden worden door de
eerste volkerenmoord van onze
bloeddorstige twintigste eeuw. De eerste
confrontaties vonden plaats, toen de
Armeniërs binnen Turkije probeerden
om in navolging van de Serven,
Bulgaren en Grieken een eind te maken
aan het Turkse bewind in de oostelijke
provincies.
Bloedbaden
Massale moordpartijen waren in 1895
en 1896 het antwoord van de Turkse
machthebbers. Bloedbaden die een
voorspel vormden voor de slachtingen
die gedurende de Eerste Wereldoorlog
zouden volgen. De oorzaak hiervan was
de houding van de Armeniërs van wie er
weliswaar 60.000 in het Turkse leger
vochten. Niet minder dan 180.000
Armeniërs prefereerden echter dienst in
het Russische leger, met in het
achterhoofd de hoop dat een nederlaag
van de Turken het einde zou zijn van het
Turkse bewind in de Armeense
provincies van Turkije.
De Turken waren hier
begrijpelijkerwijze niet overmatig
enthousiast over. De Armeniërs die aan
Turkse kant meevochten werden meer
en meer als een risico beschouwd en later
ontwapend. De Turkse premier Talaat
sprak kort daarop over het "vervloekte
ras" – de Armeniërs – dat al "sinds
eeuwen probeert de fundamenten van de
staat te ondergraven". In de nacht van
24 op 25 april 1915 werden in Istanboel
235 geestelijke en politieke leiders van de
Armeniërs gevangen genomen. Op het
platteland waren het er ongeveer 300.
De gevangenen werden voor het grootste
deel vermoord. Hiermee waren de
Armeniërs hun leiders kwijt en dat juist
in een tijd waarin men hen dringend
nodig had. De Turken begonnen de
Armeniërs namelijk uit hun huizen
bijeen te drijven. De mannen werden
naar werkkampen gestuurd, en
vrouwen, kinderen en bejaarden werden
in oostelijke richting letterlijk de droge
en kale woestijn ingestuurd. Anderhalf
miljoen weerloze mensen werden
vermoord: 60 procent van alle Armeniërs
die in Turkije woonden.
In September 1973 noemde de commissie
voor mensenrechten van de Verenigde
Naties de slachting van 1915 de
"eerste massale mensenmoord in de
twintigste eeuw". Onder andere op
grond van dergelijke verklaringen eisen
diverse Armeense organisaties een of
andere vorm van compensatie van de
Turkse overheid, die echter stelselmatig
elke verantwoordlijkheid voorr de
gruwelen uit die tijd blijft afwijzen. Dit
heeft geleid tot de oprichting van
groepen die via aanslagen en
moordpartijen de aandacht willen
vestigen op hun onrechtvaardige
behandeling.
Ofschoon een belangrijk deel van de
Armeniërs momenteel in de Sovjet-Unie
woont, steunt de regering in Moskou
dergelijke eisen niet. Dat lijkt gekker
dan het is. Naast eisen tot een soort
Turkse herstelbetalingen is er bij de
militante Armeniërs namelijk ook
sprake van sterke nationale
sentimenten. Het ideaal dat de meesten
hierbij voor ogen staat is een
onafhankelijke Armeense staat. In de
artikelen 88 en 89 van het Verdrag van
Sèvres verklaarde Turkije in 1920
"Armenië te zullen erkennen als
onafhankelijke natie.
Deze belofte is een stuk papier gebleven
en van Russische kant zal men niet gauw
een aanmoediging aan de Turken horen
om deze belofte in te lossen. Een
nationale Armeense beweging in Turkije
zou waarschijnlijk al snel leiden tot een
zelfde beweging in Sovjet-Armenië en
daarop zitten de machthebbers in het
Kremlin allerminst te wachten. Dat
dergelijke aspiraties onder het
Sovjet-bewind niet zijn verdwenen,
blijkt uit vlugschriften die enkele jaren
geleden werden verspreid en waarin
werd aangedrongen op het losmaken van
de Armeense republiek van de
Sovjet-Unie.
De initiatiefnemers van deze
vlugschriften zitten inmiddels achter
slot en grendel. Intussen worden de
anti-Turkse gevoelens van de Armeniërs
met mate gekoesterd. Dat gebeurt
waarschijnlijk in de eerste plaats om
duidelijk te maken dat de Russische
heerschappij na vele eeuwen van
vervolgingen een welkome pauze
betekende. Ook voor de
Sovjet-Armeniërr vormden de Turkse
slachtingen een tragisch dieptepunt in
de geschiedenis dat wordt herdacht met
een even sober als indrukwekkend
monument even buiten de Armeense
Hoofdstad Jerevan (Eriwan).
Vrijage
De Sovjet-leiders zijn aan de
andere kant nu ook weer niet uit op een
al te vurige aanwakkering van
anti-Turkse gevoelens, in een periode
waarin Moskou aan een onverbloemde
vrijage met Ankara is begonnen. Het
Turkse Navo-lidmaatschap en de
strategische ligging van Turkije vormen
wel de belangrijkste beweegredenen voor
de Russen, die met economische steun
en samenwerking de Turken wat losser
willen maken van hun Westerse
bondgenootschap. Van de Armeniërs
eist men dientengevolge weliswaar geen
liefdesverklaringen voor de Turken,
maar al te grove anti-Turkse uitlatingen
of publicaties worden niet op prijs
gesteld en zelfs verboden.
Een meer dan
opmerkelijk fenomeen is de Armeense
kerk. Opmerkelijk in een staat die een
anti-religieuze politiek voert en waar dat
maar mogelijk is elke vorm van actieve
geloofsbeleving reguleert en aan strikte
banden legt. In Armenië lukt dat niet.
De kerken zijn er propvol. Honderden zo
niet duizenden baby's worden er elk
weekeinde gedoopt in de 60 "werkende"
kerken in de Sovjet-republiek Armenië
en volgens officiele bronnen is niet
minder dan 70 procent van alle
Armeniërs gedoopt en religieus actief.
Deze gegevens komen van niemand
minder dan Vasgen I, primaat van de
Armeense kerk.
Vasgen I is een beminnelijk man,
makkelijk te benaderen en gaarne bereid
tot een gedachtenwisseling. Hij is
Roemeen van geboorte en klom in z'n
geboorteland op tot bisschop voordat hij
in 1955 werd gekozen tot primaat van de
Armeense kerk en daarmee tot leider van
alle gelovigen binnen deze religieuze
gemeenschap. Vasgen I is niet alleen
beminnelijk maar ook tactisch en hij
gaat niet in op eventuele problemen of
meningsverschillen tussen de Armeense
kerk en de communistische overheid.
Problemen bestaan er volgens hem niet.
Het is echter wel een feit dat de
Armeense kerk zonder toestemming van
de politieke machthebbers niets mag
uitgeven of verspreiden.
De Armeense kerk vormt voor vele
Armeniërs ook een belangrijk
nationalistisch element. Hieruit wordt
voor een deel de grote populariteit
binnen de Sovjet-republiek Armenië
verklaard. De kerk kent ook primaten in
Beiroet en in Istanboel en heeft verder
vele vertakkingen over de hele wereld,
als gevolg van de wereldwijde
verspreiding van de Armeniërs die men
wel eens vergelijkt met de joodse
diaspora. Alleen in de Verenigde Staten
zijn er al 120 Armeense
kerkgenootschappen (met o.a. twee
aartsbisschoppen) maar overal wordt
"Catholicos" Vasgen I beschouwd als de
geestelijke en organisatorische leider
van de Armeense kerk.
Echmiadzin
De vele buitenlandse invloeden en
discussies beroeren ook de "catholicos"
en zijn secondanten, die een wat
traditionelere opvatting huldigen
omtrent kerk en maatschappij. Dat is
niet verwonderlijk want het samenleven
van een actieve kerk en een repressief
politiek systeem is nu niet bepaald een
ideaal klimaat voor moderne
opvattingen, discussies en
experimenten. Door de invloed vanuit
West-Europa en vooral de Verenigde
Staten zijn onderwerpen als sexualiteit,
geboortebeperking, vrouwelijke
priesters, echter niet meer taboe in het
klooster Echmiadzin, het bestuurlijke
centrum van de Armeense kerk, en dat is
al heel wat.
Hoe ver dergelijke "moderne discussies"
afstaan van zeer oude religieuze
praktijken die verweven zijn met de
gebruiken van de kerk in het huidige
Sovjet-Armenië, kan men zien tijdens
een bezoek aan het klooster Geghard.
Vooral in het weekeinde is dit klooster
met zijn kerk een geliefd oord voor
gelovigen uit de verre omgeving. Men
moet zich daarbij echter geen plechtige
ingetogen gebeurtenis voorstellen. Men
trekt gezamenlijk naar Geghard in
auto's, autobussen en vrachtwagens.
Een uitstapje naar dit klooster is vooral
ook een sociale gezellige gebeurtenis.
Wanneer men met alle familieleden en
vrienden een geschikte plek heeft
gevonden langs de weg of in de
omringende heuvels, dan worden de
meegebrachte dieren geslacht. Dat doet
men zelf of men laat dat doen door
slagers die een stalletje hebben opgezet
naast de kerk. De rituele gebaren die
door slager en eigenaar gemaakt worden
bij het overhandigen van de geslachte
dieren – voornamelijk kippen en
schapen – gaan terug tot de tijd van de
dieroffers in lang vervlogen tijden.
Traditioneel
Ook vandaag de dag zijn sommige
priesters bereid om dieren voor de slacht
te zegenen. Wanneer men het drukke
spektakel rondom het klooster bekijkt,
lijken dergelijke handelingen meer een
traditionele betekenis te hebben dan een
diep religieuze. Het zijn herinneringen
aan een oud en ver verleden, dat via
allerlei geschreven kronieken ongeveer
3000 jaar lang te volgen is. Ook de
hoofdstad Jerevan heeft een ouderdom
(2762 jaar) die vergelijkbaar is met die
van Babylon en die die van Rome
overschrijdt.
Sinds de communistische
machtsovername is de stad ingrijpend
gemoderniseerd. Rondom 1920 was
Jerevan niet meer dan een lemen
nederzetting met ongeveer 30.0000
inwoners. Het is nu een moderne stad in
de gebruikelijke Sovjet-stijl, met
ongeveer een miljoen inwoners, eenderde
van de totale bevolking van de
Sovjet-republiek Armenië. Van die
bevolking is ongeveer drie procent
Russisch, hetgeen laag is voor de
zuidelijke republieken waar het
percentage Russen gewoonlijk hoger ligt.
De verstandhouding tussen Armeniërs
en Russen is niet uitzonderlijk hartelijk,
maar ook niet slecht.
De Armeense bevolking was vorig jaar
wel verbolgen toen men in de nieuwe
Armeense grondwet "vergeten" was om
te vermelden dat het Armeens de
officiele taal van de republiek is. De
Armeniërs zagen hierin een
ongeoorloofde poging tot verdere
Russificatie van hun republiek en
trokken de straat op om te
demonstreren. De "vergissing"werd
onmiddellijk hersteld. Hetzelfde
gebeurde in het naburige Georgië (alle
Sovjet-republieken kregen vorig jaar een
nieuwe grondwet op basis van de
grondwet die in 1977 voor de hele
Sovjet-Unie werd goedgekeurd).
De Armeniërs zijn zeer trots op hun
moderniseringen die men vooral in de
lichtere en elektrotechnische industrie
vindt. Bij een groot
moderniseringsproject in Armenië blijkt
men echter wat al te hard van stapel
gelopen te zijn. Het betreft hier het
kracht- en irrigatie-project waarvoor het
water wordt gebruikt van het
Sevan-meer. Een project waarmee men
al voor de Tweede Wereldoorlog
begonnen is, maar waarbij men wat al te
grootmoedig dacht te kunnen
beschikken over het water van dit meer.
Het waterpeil is sindsdien dan ook
gezakt met niet minder dan 18 meter...
Verstoring evenwicht
Het gevolg was een geweldige verstoring
van het natuurlijke evenwicht ter
plaatse. Daarop besloten de autoriteiten
een peperdure pijpleiding aan te leggen
dwars door de rotsen, om het meer dat al
door 28 riviertjes wordt gevoed een extra
waterbron te geven. Intussen wordt het
water van het Sevan-meer niet meer
gebruikt voor krachtcentrales en bijna
niet meer voor irrigatie. Wanneer de
extra toevoer klaar is – zover had het
volgens de plannen overigens allang
moeten zijn – hoopt men het peil van
het meer ongeveer vijf à zes meter te
kunnen verhogen waardoor er een
herstel zou plaatsvinden van het
oorspronkelijke milieu-evenwicht.
Het enige voordeel van de verlaging van
het peil van het water van het
Sevan-meer is het feit dat twee
eeuwenoude kerkjes nu makkelijker te
bereiken zijn omdat ze nu op een
schiereiland liggen en vroeger bij hoger
water op een eiland: de
Arakelots (apostelen) en de
Karapet (Johannes de Doper) uit
de negende eeuw. Een rit erheen is de
moeite waard, zeker wanneer een van de
kerkjes open is. Van het bijbehorende
klooster zijn alleen nog maar ruines over.
Wanneer men hier bij mooi weer over het
meer de besneeuwde toppen ziet van de
grote en de kleine Ararat, het prachtige
landschap, de oude resten en ruines, die
behoren tot een nog steeds sterk levende
en beleefde religie, dan kan men zich de
binding voorstellen die vele Armeniërs
voelen met hun land van herkomst.
Een land met een zeer oude
geschiedenis, waarvan het huidige
tijdperk volgens diverse Armeniërs niet
noodzakelijkerwijs het laatste stadium
hoeft te betekenen in de ontwikkeling
naar een onafhankelijke christelijke
staat. Hierbij moet dan wel aangetekend
worden dat ook veel Armeniërs beseffen
dat in deze tijden van herlevend
Mohammedaans fanatisme in de
omringende landen, de geloofsbeleving
binnen de Sovjet-republiek Armenië nog
het best gewaarborgd wordt.