Terug naar vorige pagina 

Nieuw Israelitisch Weekblad, 30 juli 1982
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Moord op Armeniërs onvergelijkbaar met holocaust van de joden
Door Mare H. Tannenbaum

Het bloedbad dat de Turken in 1915 aanrichtten onder de Armeniers kwam naar voren tijdens de internationale conferentie over holocaust en genocide, die in Tel Aviv werd gehouden. De moord op de Armeniers zou ook worden besproken. Tot ongenoegen van de Turkse regering, die zou hebben gedreigd met represailles tegen de joden in Turkije als het programma niet zou worden gewijzigd. De Israëlische regering verzette zich daarom tegen de conferentie en verschillende deelnemers trokken zich terug. De Armeniers zijn de slachting van 1915 niet vergeten. Zij uiten dat door terrorisme. De Turkse autoriteiten zijn in kennis gesteld van de namen van zesentwintig terroristen die door de Israëli's in Libanon zijn gearresteerd te midden van PLO-ers. Een band tussen het Turkse terrorisme en de PLO werd reeds lang vermoed. Bij het oprollen daarvan werken Israël en Turkije samen; Beiroet, als voornaamste centrum van het Turks-Armeense terrorisme, is het hoofddoel.

De regering te Ankara heeft de Israëlische inval in Libanon overigens scherp veroordeeld. Turkije is wel, buiten Egypte, het enige islamitische land dat diplomatieke betrekkingen met Israël onderhoudt, diplomatieke relaties op het laagste niveau. Ze zijn na de annexatie van Jeruzalem en de Golan teruggebracht tot die van derde secretaris.

Israël heeft ervaring met het Armeense terrorisme. Zij kwam in 1972 voor het eerst tot uiting door een aanslag op de Israëlische consul-generaal in Istanboel. Elrom. Verleden week nog werd er in Rotterdam een aanslag gepleegd op de Turkse consul-generaal Kemalettin Demirer, een aanslag die overigens is mislukt. De verantwoordelijkheid werd opgeëist door het Rode Armeense Leger, een nieuwe organisatie.

Dergelijke aanslagen wekken woede op in Turkije, dat het bloedbad van 1915 wil verdoezelen. Toch werd de internationale conferentie over holocaust en genocide gehouden maar de misverstanden die haar omringden zijn gebleven. De meeste van die misverstanden baseren zich op de terugtrekking van belangrijke Israëlische, Amerikaanse en andere joodse organisaties en personen, die de conferentie aanvankelijk wel zouden bijwonen.

De redenen die werden gegeven voor de uitvoerig gepubliceerde opzeggingen waren echter slechts gedeeltelijk geldig en nauwkeurig. Voor zover ik weet oefenden vertegenwoordigers van de Turkse regering inderdaad druk uit op het Israëlische ministerie van buitenlandse zaken en verschillende joodse groeperingen uit Amerika. De Turkse functionarissen protesteerden op rustige wijze tegen de voorname plaats die op het programma aan de Turkse moord op de Armeniërs werd gegeven. Zij werkten pogingen tegen om de moord op de Armeniers gelijk te stellen aan de genocide van de nazi's op de joden. Ook wilden zij niet dat de indruk zou worden gewekt dat de huidige Turken vergelijkbaar zijn met nazi's en collectief verantwoordelijk voor de Armeense tragedies.

Tegengesteld aan het geroddel in de wandelgangen dreigden de Turken echter niet met represailles tegen de joodse gemeenschap in Turkije. Wel was er de suggestie van een even serieuze zaak, namelijk dat Turkije niet langer een toevluchtsoord voor bepaalde joodse vluchtelingen zou zijn.

Joodse organisaties, en zeker de Amerikaanse waartoe ik behoor, namen die veiligheid van joodsevluchtelingen ernstig in beschouwing toen moest worden besloten over deelname aan de conferentie. De verantwoordelijkheid om in gevaar gebrachte joodse levens te redden, in een wereld die onverschillig is geweest ten opzichte van het voortbestaan van de joden, was doorslaggevend in de uiteindelijke beslissing om de Turken op dit kritieke moment niet verder te prikkelen.

Duidelijk gezegd, men dacht als wij niet helpen de vluchtwegen voor deze mede-joden open te houden, wie zal het dan doen. De Armeniers, het Vaticaan. de Verenigde naties? Maar er waren andere belangrijke redenen die de beslissing om zich terug te trekken beïnvloedden. Redenen die te maken hadden met het doel van de conferentie.

Ik was gevraagd op de conferentie een verhandeling te geven over de lessen die kunnen worden getrokken uit de nazi-holocaust in verband met de groeiende ontmenselijking in de wereld. Ik antwoordde vrijwel onmiddellijk en positief.

Ik dacht dat het een grote dienst aan de wereld zou zijn en voor Israël en de joden een daad van kiddoesj Hasjem (Heiliging van Gods naam) het geweten van de wereld de dreigingen voor het menselijk voortbestaan voor te houden. Een dreiging die haast op elk continent aanwezig is. Het toenemend aantal bloedbaden, martelingen, geweld, terrorisme en de krankzinnige waptjn-, vooral kernwapenwedloop, die als ze niet wordt teruggebracht het gehele menselijke ras in een wereldomvattend Auschwitz zal slepen.

De joden hebben als geen ander volk het trauma van menselijke destructie ondervonden, hun opgelegd door de demonische nazi's. De joden hebben ook de angst van het alleenzijn meegemaakt, toen ;:e door het grootste gedeelte van de beschaafde wereld werden verlaten en hun hardvochtigheid, tekenend \oor de vernietigende tendensen in de maatschappij van de twintigste eeuw, hebben ondergaan. Die tragische realiteit gaf me het gevoel dat de joodse nachtmerrie onder de nazi's exemplanisch was voor de menselijke beperkingen van vandaag.

Zich dat niet realiseren, dus voortgang van de gedachte dat de holocaust van de nazi's alleen voor de joden en voor geen enkel ander volk betekenis heeft, zou Hitler de uiteindelijke glorie schenken. De diabolische these van het nazisme was dat joden Untermenschen waren, overbodige mensen, die uitgeroeid konden worden zonder dat dat het geweten van de rest van het mensdom zou verstoren. Ik had gedacht dat deze conferentie in belangrijke mate ertoe zou kunnen bijdragen dat de nazi's hun ideologische overwinning wordt ontzegd, door de 'hele gedachtenwereld over jodendom en judaisme te veranderen. Namelijk door duidelijk te maken dat wat met de joden is gebeurd van groot belang is voor wat er zou kunnen gebeuren met het mensdom in een toenemend ontmenselijke wereld.

Ik had gehoopt dat tijdens deze ontmoeting de slechtheid die de nazi's incarneren diepgaand zou worden onderzocht: het grocpsnarcisme, het verbale geweld, de religieuze en raciale haat. de bureaucratische techniek van vernietiging.

Ook had ik gehoopt dat het mensdom door het zien van de gevolgenvan het niet tonen van solidariteit met de joden nu nog zou kunnen leren hoe de hedendaagse daarop lijkende terreur te weerstaan.

Toen de eerste gedrukte versie van het conferentieprogramma me had bereikt, was ik er tevreden over dat de organisatoren deze conceptie als brandpunt stelden.

Dat programma bevatte niet toevallig ook een verhandeling over de Armeense moord. Ik dacht dat dat paste in de context, het onderzoeken van historische ervaringen met grote menselijke tragedies om te leren over de ontmenselijking en menselijke vernieting van vandaag.

Wat me echter zorgen baarde, was dat het programma nauwelijks voorzag in een gedetailleerde studie van andere recente menselijke tragedies, zoals in Cambodjae, Oeganda, Soedan, Boeroendi, Afghanistan en de noodtoestand van zo een zestien miljoen vluchtelingen. Ik telegrafeerde mijn zorgen naar organisator dr. Israël Charny, hij was het er onmiddellijk mee eens dergelijke discussies in het programma te integreren, al was het in workshops opgehangen aan de bredere aspecten van het programma.

Een aantal maanden later werd het tweede en definitieve progamma opgestuurd. Tot mijn ontsteltenis waren er nu minstens zes volledige verhandelingen gepland over de Armeense tragedie.

Mijn ontsteltenis had niets te maken met onverschilligheid ten opzichte van het Armeense lot. Ik ben trots op het feit dat de Amerikaanse Joodse Commissie de afgelopen jaren een grote rol heeft gespeeld bij de bewustmaking van de Amerikanen over de menselijke tragedie die de Armeniers moesten doorstaan.

Mijn bezorgdheid over de onverwacht prominente plaats die het Armeense bloedbad tijdens de laatste voorbereidingsdagen werd toegekend komt voort uit verschillende factoren. De conferentie was oorspronkelijk bedoeld om de nazi-holocaust en genocide te bestuderen met het oog op de massale eigentijdse tragedies. Betrokkenheid met de Armeense tragedie of zelfs de nazi-holocaust zou het leggen van verbindingen met actuele bedreigingen remmen. Er was duidelijk de mogelijkheid dat de conferentie zou ontaarden in een ontmoeting tussen deskundigen die zich fixeren op het verleden en daardoor onbedoeld de belangrijke doelstellingen van de conferentie en haar relevantie voor het heden zouden tegenwerken.

Net zo belangrijk was dat de overdreven aandacht voor de Armeniers voorspelbaar zou leiden tot een Turkse tegenreactie van grote omvang. Goed ingelichte mensen weten dat de Turkse regering in recente maanden in belangrijke mate heeft geprobeerd de Armeense klacht over de genocide af te weren.

Turkse functionarissen vertelden ons dat er schriftelijk bewijs is dat de Armeense moord niet voortkwam uit een officieel regeringsbeleid en daardoor niet kan worden gelijkgesteld aan de nazi-holocaust tegen de joden. De Turken zijn woedend over de recente moord op zo een veertig Turkse diplomaten door Armeense nationalisten die hun begrip van de "Armeense genocide" als rechtvaardiging van hun huidige gedrag geven. Het is duidelijk dat er een fundamenteel moreel en politiek conflict woedt tussen de Turken en Armeniers. Redelijke regeringen en leiders moeten serieus en analytisch te werk gaan om dat gepassioneerde conflict uit de weg te ruimen. De internationale conferentie over holocaust en genocide was niet de juiste plaats om dit conflict op te lossen. Het zou opbouwender zijn geweest een speciale bijeenkomst over het Turks-Armeense probleem te houden, onder verantwoordelijke academische auspiciën, en niet alleen onder joodse noemer. De oorspronkelijke bedoeling werd dus ontkracht door het afdrijven van de conferentie naar een situatie waar het Turks- Armeense probleem vooropstond. Zowel uit algemeen menselijke redenen als uit joodse belangen was ons enige alternatief te weigeren aan een zo verwarde en mogelijk schadelijke conferentie deel te nemen.