Terug naar vorige pagina
Nederlands Dagblad, 19 januari 2008
Bron: Nederlands Dagblad
Moord op Hrant Dink veranderde niets
Door onze correspondent Jessica Maas
Een jaar geleden werd de Turks-Armeense journalist Hrant Dink voor zijn kantoor in Istanbul doodgeschoten. Turkije was geschokt. Het verdriet heeft inmiddels plaatsgemaakt voor woede en teleurstelling. "De echte daders worden nooit gepakt."
ISTANBUL - Om klokslag drie uur vanmiddag verzamelen honderden, zo niet duizenden, Turken zich voor het kantoor van het weekblad Agos in Istanbul – op dezelfde tijd en dezelfde plaats waar vorig jaar Hrant Dink, de 52-jarige hoofdredacteur van het blad, door een ultranationalist werd gedood.
De moord op de Turks-Armeense journalist schokte het land en duizenden Turken gingen de straat op uit protest tegen het groeiende nationalisme. Een dag na de aanslag werd een 17-jarige verdachte, lid van een nationalistische bende uit Trabzon, opgepakt. Hij bekende dat hij de moord had gepleegd omdat Dink Turkije had beledigd. Premier Erdogan beloofde dat het ultranationalisme zou worden aangepakt.
Vraagtekens
Een jaar later is er maar weinig dat de Turken hoopvol stemt. Het verdriet heeft plaatsgemaakt voor woede en teleurstelling. Het onderzoek naar de moord op Hrant Dink sleept zich voort en is omgeven met vraagtekens.
Er zijn steeds meer aanwijzingen dat de politie op de hoogte was van de plannen van de in totaal achttien verdachten. Een Turkse tv-zender zond eind vorig jaar een telefoongesprek uit tussen één van verdachten en een agent in Trabzon, een paar uur na de moord. Deze week presenteerden advocaten van de familie Dink een rapport aan de minister van Binnenlandse Zaken, Besir Atalay, waarin de blunders in het onderzoek op een rijtje worden gezet.
Advocaat Orhan Kemal Cengiz, die de familie bijstaat: "Het onderzoek is slecht uitgevoerd; er zijn bewijsstukken verdwenen. Het netwerk dat achter de aanslag zit, wordt nauwelijks onderzocht. Politieagenten die verdacht zijn, blijven aan het onderzoek meewerken."
Cengiz vreest dat de echte daders nooit worden gepakt. "Er zijn veel mensen die willen dat dit dossier zo snel mogelijk wordt gesloten."
Yusuf Kanli, journalist en vriend van Hrant Dink, is al even somber gestemd. "We hebben heel veel mooie woorden gehoord na de moord op Hrant. Maar wat is er gedaan het afgelopen jaar? Helemaal niets. Het onderzoek wordt knullig uitgevoerd en wetsartikel 301 bestaat nog
steeds."
Genocide
Volgens veel Turken is de eigenlijke moordenaar van Dink artikel 301. Het omstreden artikel maakt het beledigen van de Turkse identiteit strafbaar. Dink is daarvoor meermalen vervolgd, omdat hij schreef over de Armeense genocide van 1915. Turkije ontkent dat een dergelijke volkerenmoord heeft plaatsgevonden. Na een veroordeling, eind 2005, werd de journalist nog vaker met de dood bedreigd.
Het afgelopen jaar beloofde de regering keer op keer, ook onder druk van de Europese Unie, het beruchte wetsartikel aan te passen. Maar dat is tot op heden nog niet gebeurd.
In oktober nog werd Arat Dink, de zoon van Hrant Dink, op basis van artikel 301 tot zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld. Hij had een interview waarin zijn vader sprak over de Armeense genocide, nogmaals afgedrukt in Agos.
Het is de bedoeling dat de wijziging van het wetsartikel over een paar weken in het Turkse parlement besproken wordt. Journalist Yusuf Kanli verwacht er echter weinig van. "Het gaat om minimale aanpassingen, die niets veranderen. Ze willen de woorden "Turkse identiteit" vervangen door "Turkse staat". Het is een grote teleurstelling."