Terug naar vorige pagina 

Limburgsch Dagblad, 26 augustus 1950
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De godsdienst is gebannen uit het openbare leven in Ataturk's land
Door Dr. J. van der Ploeg O.P.

Patriarch laat zich "Zijne Heiligheid" noemen

ISTANBUL, 25 Aug. (Eig. corr.) - De christenen in Turkije zijn in allerlei groepen verdeeld en het contact met de gelovige Mohammedanen is niet gemakkelijk. Bij verschillende kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders heb ik er bezoeken voor afgelegd en ik kan niet zeggen, dat het resultaat mij volkomen bevredigd heeft. In het moderne Turkije, gesticht door Ataturk, is de godsdienst uit de sfeer van het publieke leven gebannen en dit maakt, dat het moeilijker grijpbaar is. De meeste Turken zijn nog steeds Mohammedanen. De moskeeën bezoeken zij niet erg druk, maar dit moet in sommige christelijke landen ook gezegd worden van het bezoek der kerken. Velen beperken zich er toe op feestdagen de moskee te bezoeken. Het bannen van godsdienst uit het openbare leven is direct in strijd met het hele wezen van de Islam. Deze wil immers ook het civiele leven van de mens regelen en de belijders samenbinden tot één grote wereldbroederschap, waarin het onderscheid van naties feitelijk niet bestaat: de Islam vervangt de volksgemeenschap, is de door Allah gewilde volksgemeenschap zelf. De Turkse staat wil echter een ongodsdienstige lekenstaat zijn, waarin de godsdienst niet meer is dan een private aangelegenheid van iedereen. Zelfs heeft men jaren lang niet gewild, dat de van de minaretten der moskeeën gedane gebedsroep (die men niet volkomen wilde verbieden) in het Arabisch geschiedde. De officiële taal van de nieuwe staat moest immers overal het Turks zijn. Sinds het aan het bewind komen der nieuwe "democratische" regering, heeft men hierin echter weer meer vrijgekregen. Wie tot Allah wil bidden, mag dat doen in de taal die hij verkiest, zelfs al geschiedt het zó, dat iedereen het kan horen.

Ondanks alles zal men moeten aannemen, dat het diep geworteld Mohammedaans groepsgevoel nog niet dood is, zelfs niet bij diegenen, die er geen godsdienstige overtuiging op na houden. Dit biedt ongetwijfeld de mogelijkheid tot ontwikkeling in tegengestelde zin als het laïcisme van Ataturk. Het religieus fanatisme waardoor de Turken in vroeger tijd zo berucht waren, is heel wat verminderd en heeft bij velen, zeker in de steden, opgehouden te bestaan. Het aantal christenen in Turkije is sinds twee wereldoorlogen, daartussen een Grieks-Turkse oorlog, en de meedogenloze moord op ongeveer een millioen Armeniërs, niet erg groot meer. Christenen en Turken hebben het in vroeger eeuwen nooit bijster goed kunnen vinden, gelijk bekend. Ook nu nog is het wantrouwen zo groot, dat men tot voor kort aan christensoldaten geen wapens in de hand gaf, maar hen allerlei ondergeschikte functies liet verrichten. Dit alles heeft in de laatste 30 jaar een sterke afvloeiing van christenen uit het Turkse rijk ten gevolge gehad. Men kan dit b.v. merken aan het kerkbezoek. In vroeger tijden was b.v. de parochiekerk der Dominicanen te Galata de eerste en belangrijkste der stad: nu is ze zo goed als dood, zelfs op Zondag vindt men er nauwelijks enkele devote vrouwen die er de H. Mis komen horen. De Italianen, die er vroeger kwamen, zijn voor het merendeel vertrokken.

De Grieks-orthodoxen
Een belangrijke plaats nemen de Grieksorthodoxen in. Aan hun hoofd staat de patriarch van Constantionopel, op het ogenblik Mgr. Athenagoras, een man die zich met de titel van "Zijne Heiligheid" laat aanspreken. Hij is de erfgenaam van een grote traditie, maar hoe weinig is van die traditie eigenlijk over. De euconomische patriarch (dit betekent zoveel als: algemeen patriarch) woont in het Phanaar een paleisje in Stamboel en heeft niet meer de Hagia Sophia, of de beroemde kerk der 12 apostelen tot kathedraal; maar een klein, vrij recent en onbetekend kerkje, waarnaast hij resideert. Ik ben patriarch Athenagoras mijn opwachting gaan maken. Men wilde mij eerst niet toelaten, daar ik niet op het geschikte uur was gekomen. Maar ik ben toch geslaagd, nadat ik geduldig het eind der vespers had afgewacht, waarbij Zijne Heiligheid assistentie verleende. Bij het verlaten der kerk onderhield hij zich met enkele moeders, die hun kinderen kwamen laten zegenen en maakte een praatje met gelovigen, die hun geestelijke vader eerbiedig omringen en hem de hand kusten. Toen hij ook mij zag staan, vroeg hij naar de reden van mijn komen en zei mij te volgen.

Bij de patriarch
Patriarch Athenagoras is een forse man, even in de 60, energiek en zich van zijn waardigheid bewust, van ander hout gesneden dan de veel oudere aartbisschop van Athene. Toen hij hoorde, dat ik ook nog het H. Land wilde bezoeken, vroeg hij mij naar mijn opvatting omtrent de Arabisch-Joodse verhoudingen en vooruitzichten voor de vrede in wat hij noemde "het land van de vrede". Ik vertelde hem wat door de katholieke kerk gedaan wordt voor de vluchtelingen en hoe wij trachten alle christenen zonder onderscheid te helpen. Dit bracht het gesprek op de éénheid der Kerk. De patriarch zeide het zeer te betreuren dat in dit "critieke moment", gelijk hij het noemde, de christenheid verdeeld was. Ik beaamde dit, maar bracht naar voren, dat, als het niet mogelijk was alle christenen te verenigen onder één hoofd, zoals wij katholieken menen dat het zijn moet, het toch mogelijk moet zijn hen door onderlinge liefde en waardering te verbinden en zo de éénheid der liefde tot stand te brengen. Zijne Heiligheid vond, dat de Dominicanen zeer brede opvattingen hadden... maar daarbij bleef het. Verdere vragen kon hij niet beantwoorden, daar zijn tijd daarvoor niet voldoende was en hij verwees mij naar zijn vicaris-generaal.

Van een diaken kwam ik later te weten dat er een kleine 70 duizend gelovigen zijn, met rond 250 priesters, geen monniken en een aantal bisschoppen. Er is een theologische school die door een 30 studenten wordt bezocht en die 4 jaar "klein seminarie" en 3 jaar "groot seminarie" omvat, om in ons bekende termen te spreken. Ook kan men studeren aan de theologische faculteit te Athene, waar de meeste professoren leken zijn.

Ik heb verschillende orthodoxe godsdienstoefeningen bijgewoond en kan slechts prijzend spreken over de ernst en (op zijn minst genomen uiterlijke) devotie, waar mee de geestelijkheid de gewijde ceremonies verricht en de gelovigen deze volgen. Menigmaal had ik vroeger gehoord dat daarop veel was aan te merken. Daarvan is mij echter niets gebleken, noch in Griekenland, noch hier.

Armeense bisschop wordt niet erkend
De Armeniërs vormen een andere groep. Er zijn er ongeveer 50 duizend in Stamboel en omstreken en evenzoveel in het binnenland. Deze laatsten hebben geen priesters en geen eigen organisatie, daar de Turkse regering dit niet wil bevorderen. Ongeveer 6 duizend zijn met Rome verenigd, hebben te Constantinopel een bisschop, die ik heb bezocht. Hij vertelde, dat hij sinds 1936 bisschop was, maar dat de Turkse regering zijn benoeming door de Paus niet wilde erkennen. Men heeft toen aan Ankara laten weten, dat ook de Armeense gemeenschap hem tot bisschop verkoos, doch zijn positie is nog steeds niet geregeld met betrekking tot de Turkse autoriteiten. Op de consequenties hiervan hoop ik in een volgend artikel te wijzen.

Dan is er nog een kleine groep katholieken van de Griekse ritus, onder Mgr. Varuchas. Het zijn er niet meer dan duizend en hun belangrijkste instelling is een lagere school, waaraan de goede oude bisschop zijn hart verpand heeft. Het vorig jaar heeft patriarch Athenagoras hem echter de oorlog verklaard door aan de orthodoxe kinderen te verbieden de katholieke school te bezoeken. Gevolg hiervan kan zijn, dat Mgr. zijn bisschoppelijke woning zal moeten verhuren om geld voor zijn school te vinden.

De katholieke kerk wordt vooral vertegenwoordigd door een steeds slinkend getal Latijnen onder een apostolische vicarius, tevens apostolisch-delegaat en 82 jaar oud. Er zijn kerken van seculieren, Franciscanen, Dominicanen, Jezuïeten, Assumptionisten, zij allen handhaven een oude traditie, in afwachting van andere en betere tijden...