Terug naar vorige pagina 

Leidsch Dagblad, 9 april 1993
Bron: Regionaal Archief Leiden

Armenië wint land maar verliest toekomst
Londen - John Roberts - IPS

Armenië mag dan terreinwinst boeken; op andere fronten verliest het land elke slag. De economie is er het slechtst aan toe van alle GOS-landen. De woede van de buurlanden over de agressie tegen Azerbajdzjan zal deze rampspoed alleen maar vergroten.

De GOS-republiek is rijk aan mineralen, maar de exploitatie daarvan heeft Moskou ten tijde van de Sovjetunie nooit gestimuleerd. De aardbeving van 1988 schakelde bovendien de twee kernreactoren in armenië uit. Sindsdien heeft de vijf jaar durende oorlog om Nagorno Karabach, de Armeense enclave die in 1923 door Stalin aan Azerbajdzjan werd toegewezen, de energiemalaise alleen maar verergerd.

Armenië is voor zijn energievoorziening geheel aangewezen op de buurlanden Azerbajdzjan en Georgië. De toevoer van gas uit Azerbajdzan is ruim vier jaar geleden al stopgezet vanwege het conflict om Nagorno Karabach.

Armenië importeert zijn gas traditiegetrouw uit Turkmenistan, maar deze pijpleidingen zijn vele honderden kilometers lang en daardoor kwetsbaar. Drie van de vier leidingen lopen via Azerbajdzjan en zijn door dat land afgesloten. De vierde loopt via Georgië. Maar die heeft een geringe capaciteit en bereikt alleen het noorden van Armenië en de hoofdstad Jeravan. Het zuiden blijft van gas verstoken.

De 3,5 miljoen inwoners van Armenië hebben door dit alles een barre winter achter de rug, met een groot gebrek aan energie en voedsel. Er is slechts twee of drie uur per dag elektriciteit, soms alleen 's nachts. De regering is bovendien selectief in het verdelen van de schaarse energie: de industrie en het leger krijgen de voorkeur boven particulieren.

Het conflict in Georgië over de provincie Abchazië heeft ook de olietoevoer van de raffinaderij in Poti, aan de Zwarte Zee, onmogelijk gemaakt. Daarom heeft Armenië zich tot de islamitische buren Iran en Turkije gewend om het omsingelde land van energie te voorzien. Deze week liet de Turkse regering weten dat alle bijstand aan Armenië wordt beëndigd nadat Armeense "zelfverdedigingseenheden" strategische plaatsen in Azerbajdzjan hadden veroverd. De grens tussen beide landen is hermetisch gesloten.

Het huidige Armenië, de kleinste republiek van de GOS, is nog maar een fractie van het rijk dat zich ooit uitstrekte tot diep in het huidige Turkije en noord-Syrië. De herinneringen aan de Turkse genocide op anderhalf miljoen Armeniërs in 1915 zijn nog niet vervaagd. Het bericht dat Turkije troepenversterkingen naar de Armeense grens zal sturen, zal dan ook veel zout in de wonden wrijven.

De klinkende stroom overwinningen van de Armeense strijdkrachten tegen Azerbajdzjan ten spijt, vormt de oorlog een grote hindernis voor investeringen. De Europese Bank voor Herstel en Ontwikkeling (EBRD) heeft 57,4 miljoen dollar toegezegd voor reparatie van de energievoorzieningen, maar dat geld is er nog niet.

Op lange termijn heeft Armenië kans een bloeiende natie te worden. Het heeft in grootte de vierde mijnindustrie van de voormalige Sowjetunie binnen de grenzen, en het heeft aanzienlijke goud-, koper- en zoutreserves. In 1983 werd er olie gevonden, maar de exploratie van dat olieveld gaat traag wegens geldgebrek.

De mijnen waren in het verleden verantwoordelijk voor 18 procent van Armenië's produktie en droeg aan het einde van de jaren tachtig 600 miljoen dollar bij aan de economie. Maar de afzetmarkten lagen allemaal in de Sovjetunie. Nu zal het land andere markten moeten aanboren en zal het veel kapitaal nodig hebben om de exploitatie van mineralen mogelijk te maken. Alleen dan wordt Armenië beter voor zijn kostbare bezit beloond dan onder het centrale gezag in Moskou. Maar zolang de oorlog met Azerbajdzjan voortduurt, zal die beloning uitblijven.