Terug naar vorige pagina 

Leidsch Dagblad, 27 oktober 1983
Bron: Regionaal Archief Leiden

Armeniërs worden opnieuw genegeerd
Door Kees Hulsman

De Armeniërs zijn de afgelopen jaren erg veel in het nieuws geweest. Soms als terroristen en soms al vluchtelingen. Een aantal Armeniërs is de afgelopen jaren naar Nederland gevlucht en zij hebben sindsdien bijna allemaal een verblijfsvergunning gekregen. Armeniërs zijn ook in het nieuws geweest vanwege aanslagen van kleine Armeense groeperingen op Turkse diplomaten. Minder bekend is dat Turken gebruik maken van tegenterreur tegen de Armeniërs.

De Armeense bevolking in Turkije wordt vandaag op ongeveer 100.000 geschat. Aan het begin van deze eeuw woonden in het Turkse rijk nog ruim 2,1 miljoen Armeniërs. Van deze bevolking zijn anderhalf miljoen mensen in de Eerste Wereld Oorlog omgebracht. De Turkse vervolging van Armeniërs bleef hier niet bij. Mede door het zwijgen van de Westerse wereld zijn de Turkse autoriteiten tot op de dag van vandaag betrokken bij het onmogelijk maken van Armeense leven in Turkije.

In Oost Turkije, het eigenlijke woongebied van de Armeniërs leven nu al bijna geen mensen van deze bevolkingsgroep meer. Een voorbeeld is de stad Diyarbakir. Hier woonden in 1890 120.000 Armeniërs. In 1962 was dit aantal gereduceerd tot 10.000. In 1980 werden er echter nog maar 500 Armeniërs in Diyarbakir geteld. Deze laatste Armeniërs zijn voor het merendeel oude mensen die zelfs onder de grootste druk nog geen afstand van hun land kunnen doen. Mensen zijn weggetrokken omdat hun bezittingen werden geroofd. Jonge meisjes werden gedwongen met Moslim mannen te trouwen. Ook na de Turkse staatsgreep is dit niet wezenlijk verbeterd.

Armeniërs zijn vanuit Oost-Turkije naar Istanboel gevlucht. Hier wonen vandaag de meeste Armeniërs. Turkse autoriteiten maken het voor kinderen vrijwel onmogelijk een Armeense school te bezoeken. Elke Armeense school dient een Turkse onderdirekteur aan te stellen. Deze onderdirekteur blijkt in de praktijk veel meer macht te hebben inzake schoolbeslissingen dan de Armeense direkteur. Lesuren in de Armeense taal zijn eerst van 9 naar 6 uur teruggebracht. In 1975 werd het zelfs naar 4 uur per week verlaagd. Nog maar 20% van de Armeense bevolking leest Armeens. Steeds vaker wordt op het persoonsbewijs "Christen" gezet in plaats van Armeniër. Kinderen wordt dan later op grond hiervan toegang tot een Armeense school geweigerd. Want volgens de Turkse autoriteiten zijn zij niet Armeens.

Armeniërs mogen geen herdenkingsdiensten t.a.v. de volkerenmoord in 1915 organiseren of bijwonen. Wel mag de periode 1894-1896 herdacht worden. Toen werden 312.000 Armeniërs door toedoen van de Turkse Sultan vermoord. Dit is te verklaren uit het feit dat hedendaagse Turken zich beschouwen als de erfgenamen van de Jong Turken, waaronder ook Atatürk, de Turkse vader des Vaderlands. In 1980 werd de Armeense priester Manuel Yergatian gearresteerd. Hij zou in het buitenland betrokken zijn bij zo'n herdenkingsdienst. Verder zou hij zijn hond Atatürk hebben genoemd. Dit laatste wordt door hem ontkend. De priester werd tot 10 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Het Westen zweeg.

Het ook door Turkije ondertekende verdrag van Lausanne garandeert o.a. vrijheid van onderwijs, cultuur en godsdienstbeleving. Het is buitengewoon vreemd hoe minister van den Broek van Buitenlandse Zaken in zijn Turkijenota (februari 1983) kon schrijven dat Turkije zich houdt aan het verdrag van Lausanne. Ook de voorbeelden in dit artikel laten zien dat deze voorstelling van zaken niet juist is. De minister heeft zich wellicht eenzijdig laten voorlichten door Turkse autoriteiten. De Turkijenota zou a.s. maandag door de vaste kamercommissie voor buitenlandse zaken worden behandeld. Deze week werd bekend dat de behandeling voor onbepaalde tijd is uitgesteld. Het is niet ondenkbaar dat politieke motieven hierbij een rol hebben gespeeld. De Tweede Kamer heeft de minister 120 vragen gesteld n.a.v. zijn nota. Wil de minister hier wel op in gaan?

Voor de kamerleden die het hierbij niet willen laten zitten staat er nog een andere mogelijkheid open. Zij kunnen bij de behandeling van de begroting van het ministerie van buitenlandse zaken vragen stellen ten aanzien van de paragraaf over mensenrechten. Hopelijk zullen dan ook vragen over Armeniërs en de genoemde Armeense priester worden gesteld.

Armeniërs zijn, ondanks alle vervolgingen, al meer dan honderd jaar in het Westen genegeerd. Het uitstel van de behandeling van de Turkijenota past zeer wel bij deze politiek. Waarom is de wereld niet de volkenmoord op de Joden vergeten maar wel de volkenmoord op de Armeniërs? Het is niet onbegrijpelijk dat sommige Armeniërs in vertwijfeling naar de wapens grijpen. Wel is dit onverstandig aangezien dit de Turkse houding alleen nog meer verhardt. Wanneer zullen de Armeniërs eindelijk in vrede kunnen leven?

De auteur is lid van de CDA-commissie voor het Midden-Oosten, maar schrijft op persoonlijke titel.