Terug naar vorige pagina 

Leidsch Dagblad, 13 augustus 1988
Bron: Leidsch Dagblad

Armeniërs: volk gedrenkt in bloed
Door Aly Knol

De Armeniërs – onderdanen van de oudste christelijke natie ter wereld die zich uitstrekte van de Kaukasus tot diep in Turkije, Iraq en Iran – koesteren al bijna twee eeuwen het ideaal van een nieuw thuisland. De droom van een eigen staat is echter nooit gehonoreerd. Integendeel, slechts vage beloften en massaslachtingen viel dit volk in de loop van de geschidenis ten deel. De thans even geluwde opstand in de Sovjet-republiek Armenië en de Armeense enclave Nagorno Karabach in de aangrenzende republiek Azerbeidzjan moet dan ook vooral gezien worden als een nimmer aflatend, hardnekkig nationaal gevoel.

Op 7 juli j.l. sprak "Catholicos" Vazgen I, de geestelijk leider van de onafhankelijke christelijke Armeense kerk, op de Russische televisie. "Ons moederland, Sovjet-Armenië, is de vrucht van de duizend jaar oude terechte dromen en de heroïsche bevrijdingsstrijd van talloze genraties van ons volk.

Hij wilde de Armeniërs, sinds maanden in opstand voor de aansluiting van de Armeense enclave Nagorno Karabach, tot kalmte manen. Zij moesten toch vooral geen roekeloze acties ondernemen. "Opdat," zo zei hij, "de duistere eerste jaren van deze eeuw, die bloedige botsingen kende, niet worden herhaald".

Vazgen I noemde de wens tot aansluiting van Nagorno Karabach nadrukkelijk enkele malen "legaal en juist", en sprak van zijn trots over de "patriottische gevoelens van ons volk in de laatste paar maanden". Maar tegelijkertijd waarschuwde hij met alle kracht dat ondoordachte acties zoals de bezetting op 5 juli van het vliegveld Zvartnots bij de Armeense hoofdstad Jerevan "alles kunnen vernietigen wat zo goed is begonnen, en ons kunnen drijven naar onbekend gevaren".

Verscheurdheid
De huidige Sovjet-republiek Armenië, een bloeiend en welvarend land met een bevolking van meer dan 3,3 miljoen zielen die hun eigen taal, cultuur en kerk koesteren, is opgebouwd op de ruïnes van een lange, trieste geschiedenis van verscheurdheid en vervolging.

De Sondercommando's, die van Hitler opdracht kregen de Slaven uit te roeien, moesten volgens hem daarbij een voorbeeld nemen aan het brute, bloedige, onmenselijke optreden van de Turken die systematisch 1,5 tot 2 miljoen mensen hebben uitgemoord in Turks Armenië. "Wie herinnert zich Armenië nog?", vroeg Hitler zich af.

Nadat tussen oktober en december 1895 al 300.000 Armeniërs waren omgebracht onder het mom van het onderdrukken van een nationalistische opstand, begon op 24 april 1915 een tweede massaslachting, ingeleid door de dood van 250 Armeense intellectuelen uit Istanboel. Op last van de zojuist aan de macht gekomen Jonge Turken werd een weloverwogen genocide ingezet.

De Armeniërs zijn onderdanen van de oudste christelijke natie ter wereld met een eigen, van Rome en Constantinopel onafhankelijke kerk onder leiding van een "Catholicos". Zij waren ooit de heersers over "Groot-Armenië" dat zich uitstrekte van de Kaukasus tot diep in Turkije, Iran en Iraq.

Sinds het begin van de negentiende eeuw zochten zij naar een nieuwe thuisland. Een deel van hen vond voor enkele jaren betrekkelijke rust en welstand in de door de tsaristische legers veroverde delen van de Kaukasus en Turkije, waar ze in tegenstelling tot hun onderdrukte broeders in het islamitische Ottomaanse rijk als christenen door christenen geregeerd.

De droom van autonomie of een eigen staat ergens op het grensgebied tussen Rusland en Turkije werd echter niet gehonoreerd. Tijdens het congres van Berlijn in 1878 dwong de Britse premier Disraeli de Russen zich uit grote delen van het bezette Turks Armenië terug te trekken. De Armeniërs kregen slechts mooie woorden en prachtige beloften te horen.

Opgejut
Terwijl in Turks Armenië de terreur om zich heen begon te grijpen, kwam ook in tsaristisch Rusland een einde aan de jaren van Armeens voorspoed, waarin de kerk altijd was gerespecteerd en aan Armeense scholen was onderwezen. Na de moord in 1881 op tsaar Alexander II gingen de scholen dicht en werden de eigendommen van de kerk in beslag genomen. Later (in 1905) hielden de (islamitische) Tataren, opgejut door de gouverneur van Baku in Azerbeidzjan, ook huis onder de Armeniërs.

De "fout" van Disraeli ten aanzien van de Armeense wens van een eigen thuisland werd na de Eerste Wereldoorlog door de toenmalige Britse premier Lloyd George bij het verdrag van Versailles erkend. Hij herinnerde er aan dat de Tory-regering in 1878 had gewenst dat de geëmancipeerde Armeniërs opnieuw onder Turks bewind kwamen na dat ze door de Russische legers waren bevrijd.

Nieuwe beloftes en welgekozen woorden vielen de Armeniërs ten deel. maar wederom bleken ze loos te zijn. De onafhankelijke Armeense republiek die op 28 mei 1918 in de overgangsperiode van het tsaristische en het bolsjevistische Rusland werd uitgeroepen, was slechts een kort leven van twee jaar beschoren. Tevergeefs hoopten de Armeniërs op een federatie met de andere zojuist uitgeroepen staten Georgië en Azerbeidzjan.

De republiek omvatte grote delen van Turks Armenië en was aanzienlijk groter dan de latere Sovjet-republiek Armenië, maar de economische toestand was deplorabel. Een half miljoen vluchtelingen schuimde het land af, gehuld in lompen, soms gras etend om de honger te stillen, slapend in grotten en in de grond gegraven gaten.

"Harmonie"
Lenin, de vader van de revolutie, hield zich vanaf het begin van zijn politieke leven bezig met het "nationaliteitenprobleem". Was het tsaristische Rusland volgens hem "een gevangenis voor de naties", de nieuwe Sovjetunie zou het symbool worden van "vriendschap en harmonie van de volkeren". In de jaren voor de revolutie verzette hij zich fel tegen "opportunistische" en "liberale" opvattingen volgens welke in de nieuwe staat onvermijdelijk het Russisch als staatstaal zou worden ingevoerd.

"Het kleine Zwitserland heeft er geen nadeel, doch voordeel van dat het niet één enkele staatstaal heeft, maar liefst drie: Duits, Frans en Italiaans," schreef Lenin op 5 september 1913 in de "Noordelijke Pravda". En even verder: "Waarom moet de ontwikkeling van het "enorme", uiterst bonte en vreselijk achterlijke Russische Rijk dan in zijn ontwikkeling geremd worden door het vasthouden aan een privilege voor één enkele der bestaande talen? Indien alle privileges komen te vervallen en geen enkele taal wordt opgedrongen, zullen alle Slaven snel leren elkander te begrijpen. Zij zullen zich niet bang laten maken door de "afgrijselijke" gedachte dat er in het gezamenlijke parlement verschillende talen zullen klinken".

Lenin werd in die jaren gesteund door een nog tamelijk onbekende Georgiër, Jozef Stalin. Deze had in 1913, terwijl hij zich in het buitenland bevond, een baanbrekend werkje geschreven (Het Marxisme en het Nationale Vraagstuk), dat door Lenin met lovende woorden werd overstelpt. Het was dan ook een logische ontwikkeling dat deze Stalin in de nieuwe Sovjetunie tot eerste "volkscommissaris voor de nationale minderheden" werd benoemd. Een functie die hij bekleedde totdat hij in 1924 de inmiddels gestorven Lenin opvolgde.

Eeuwige vlam
Als heerser over de Sovjetunie bleek Stalin minder idealistisch in zijn houding ten opzichte van de minderheden dan men uit zijn vroege geschriften had opgemaakt. Hij liet Georgië, Armenië en Azerbeidzjan samensmelten tot één Transkaukasische federatie, in een poging al te krasse nationalistische uitingen te onderdrukken. Pas in 1936, toen het aantal "nationalisten" genoeg was gedecimeerd door kogel en siberische verbanning, zouden de drie republieken weer als afzonderlijke eenheden op de landkaart terugkeren.

De grote bloei van Armenië begon na de oorlog, zozeer zelfs dat de republiek tienduizenden Armeniërs ertoe kon verleiden naar het "thuisland" terug te keren. Met die nieuwe bloei groeide ook het nationale bewustzijn, en sinds 1965 geldt de 24ste april officieel als de herdenkingsdag van de genocide van 1915. Op de Tsitsernakabert-heuvel bij Jerevan staat thans een enorm monument waar onder twaalf grote gebogen stenen, die de twaalf traditionele Armeense gebieden symboliseren, een eeuwige vlam brandt ter nagedachtenis aan de slachtoffers.

Waar het de republiek Armenië langzaam maar zeker voor de wind begint te gaan, bleef de situatie twijfelachtig voor de christelijke Armeense bewoners van de enclave Nagorno Karabach in het voornamelijk islamitische Azerbeidzjan.

Invallen
De geschiedenis van "bergachtig" Karabach gaat volgens de Sovjet-encyclopedieën terug tot de eerste eeuw na Christus, toen het gebied deel uitmaakte van de provincie Artsach aan de rand van het Kaukasus-gebergte. Het christendom vond er een vruchtbare voedingsbodem, maar binnenvallende moslims trachtten keer op keer de islam ingang te laten vinden. In de dertiende eeuw werd Artsach door de mongolen veroverd en in Karabach omgedoopt. Turkse en Perzische troepen streden met de regelmaat van de klok om het gebied, tot het in 1805 door tsaristisch Rusland werd ingelijfd.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog zat Nagorno Karabach klem tussen Armenië en Azerbeidzjan. Beide republieken claimden het gebied, maar na de definitieve installatie van het Sovjet-regime ging de Azerbeidzjaanse communistische leider Narima Narimanov er in eerste instantie mee akkoord om Nagorno Karabach aan Armenië af te staan.

In 1923 echter kwam Stalin op die beslissing terug en werd Nagorno Karabach als "autonoom gebied" onder azerbeidzjaans toezicht gesteld. Een besluit dat inmiddels ook door Sovjet-historici wordt aangemerkt als "misschien wel fout".

Door de jaren heen is Nagorno Karabach, waar 75 procent van de bevolking Armeens is, een steen der aanstoots gebleven. Volgens Armenië hebben de Azerbeidzjanen de bewoners van de enclave voortdurend politiek onderdrukt en economisch verwaarloosd. En al in 1964 toog een Armeense delegatie naar Chroesjtsjov om de inlijving van Nagorno Karabach bij Armenië te bepleiten.

Complex
"Een uiterst belangrijke en een uiterst complexe zaak". Zo omschreef partijleider Michail Gorbatsjov tijdens de bijzondere zitting van het presidium van de opperste Sovjet de spanningen tussen Armenië en Azerbeidzjan om Nagorno Karabach, die op 12 juli leidden tot het eenzijdige besluit van het parlement van Nagorno Karabach zich van Azerbeidzjan los te maken en onder de oude naam Artsach aansluiting te zoeken bij Armenië. Het Presidium zag zich genoodzaakt het besluit te verwerpen, maar het klonk in genen dele meer als het simpele "neen" dat Chroesjtsjov de Armeniërs nog kon toevoegen.

Gorbatsjov: "Als we geen oplossing voor deze kwestie vinden dan zou dit (...) de hele perestrojka kunnen beïnvloeden. Wij kunnen niet voorbijgaan aan een probleem als we de daardoor de belangen van zelfs maar het kleinste volk zouden verwaarlozen. Dat leert ons het Leninistische concept van de politiek van de nationaliteiten".

Gorbatsjov deed een felle uithaal naar de tegenstanders van de perestrojka en "de conservatieven en corrupte elementen" die volgens hem hun zakken vulden tijdens de "periode van stagnatie" (de Breznjev-era). Die zouden geprobeerd hebben om "de aandacht van henzelf af te leiden door interesse te veinzen voor het lot van de Armeniërs in Nagorno Karabach". Hij beloofde de ongerechtvaardigde sociale en economische achterstand in de enclave te zullen rechttrekken en een commissie te benoemen die daarop zou toezien.

Enkele dagen na het besluit van het Presidium, waarop in eerste instantie morrend werd gereageerd, liepen de acties in zowel Armenië als Nagorno Karabach ten einde. Inmiddels werd Arkady Volsky, een vooraanstaand lid van het centraal comité van de partij, naar Nagorno Karabach afgevaardigd om toe te zien op het herstellen van de orde. Hem staan, aldus de Pravda, "gepaste machtsmiddelen" ten dienste. En de lokale autoriteiten in Azerbeidzjan en Armenië zijn verplicht hem "alle mogelijke middelen hulp te verlenen".

Signaal
Het compromis van het Presidium is niet alleen bedoeld om de gemoederen in Armenië, Azebeidzjan en Nagorno Karabach in ieder geval voorlopig te sussen. Het bevat ook een signaal aan de andere republieken en minderheden in de Sovjetunie de glasnost niet te "misbruiken" voor het stellen van wat nu nog onmogelijke eisen zijn, namelijk veranderingen van de staatkundige status quo.

De opstand in Nagorno Karabach beroerde niet alleen de Armeniërs en Azerbeidzjanen. Iedere letter die de kranten aan de kwestie wijdden werd ook gespeld door Esten, Letten, Litouwers, Tataren, Wolga-Duitsers, Oekraïners. Hoewel de geschiedenis van elk van deze volkeren verschilt, hebben ze één ding gemeen: een nationaal gevoel dat hardnekkiger heeft standgehouden dan Lenin ooit heeft bedoeld.