Terug naar vorige pagina 

Leeuwarder Courant, 28 september 1984
Bron: Digitaal Archief Noord-Nederland

Turken boos over "genocidedag" in VS
Van onze correspondent

ANKARA - De betrekkingen tussen Ankara en Washington hebben een dieptepunt bereikt. De situatie is te vergelijken met die van 1975, toen de Amerikanen een wapenembargo afkondigden tegen Turkije vanwege de Turkse interventies op Cyprus (drie jaar later werd dit embargo weer ingetrokken trokken) Reden van de huidige Turkse woede is een aangelegenheid die elders ter wereld, zelfs in de VS zelf, nauwelijks aandacht heeft gekregen: het Huis van Afgevaardigden in Washington heeft met algemene stemmen – maar er waren slechts enkele tientallen leden aanwezig – een door Carl Levin ingediende motie aangenomen genomen waarin wordt gevraagd de 24e april uit te roepen tot "Nationale dag van herdenking van 's mensens Onmenselijkheid".

De 24e april is al vele jaren de dag waarop de Armeniërs over de wereld verspreid herdenken hoe in 1915 in Oost-Turkije honderdduizenden hunner – zelf spreken zij van anderhalf miljoen – zijn omgebracht onder het toenmalige Turkse bewind. Volgend jaar is dat 70 jaar geleden. En in de rest van de motie wordt er ook geen twijfel over gelaten dat speciaal deze "genocide" niet mag worden vergeten. Zowel de Turkse als de Griekse pers (de laatste instemmend) blijven trouwens hardnekkig spreken van de "dag van de genocide" die op het punt zou staan te worden uitgeroepen.

Vlak daarna nam de commissie van buitenlandse betrekkingen van de Amerikaanse Senaat een motie aan waarin eveneens wordt gesproken van de "genocide van 1915" en waarin de Amerikaanse regering wordt gevraagd deze bij haar buitenlandse politiek te betrekken. Met andere woorden: de relaties met Turkije te herzien zolang dit land de "genocide" nog niet heeft erkend Het is in deze motie dat Oost-Turkije "het 2500 jaren oude vaderland van de Armeniërs" wordt genoemd, iets wat nog het allermeest heeft bijgedragen tot de Turkse razernij.

Ook in Turkije is men zich bewust dat deze parlementaire activiteit in Amerika niet los kan worden gezien van de naderende presidentsverkiezingen waarbij de 250.000 Armeense stemmen in Californië – dat ook een Armeense gouverneur heeft – naar Reagan kunnen gaan dan wel naar zijn tegenstander Mondale. En het wordt hier sterk betwijfeld of Reagan de motie van het Huis, die overigens eerst nog de Senaat moet passeren zal tekenen. Waarschijnlijk zal hij Turkije's aanhankelijkheid niet verspillen terwille van de Armeense stemmen waar hij vermoedelijk wel zonder kan.

Het is met deze verwachtingen op de achtergrond dat de Turkse regering-Ozal, ook al heeft die in felle bewoordingen gereageerd op de moties ("Een sanctionering en aanmoediging van de Armeense terreur") probeert binnen Turkije het ergste anti-Amerikaanse tij te keren. Maar de oppositionele Populistische Partij bepleit nu al "herziening van de betrekkingen met de VS" (lees: sluiting van de Amerikaanse bases, zoals ook in 1975 gebeurde). Tevergeefs probeerde de PP reeds eerder het parlementair zomerreces te onderbreken voor een speciale zitting waarop de 24e september moest worden uitgeroepen tot "Dag van herdenking van de Amerikaanse genocide op de Indianen en de onderdrukking van de zwarten".

De leider van de andere oppositiepartij, generaal b.d. Sunalp, had nog wat anders bedacht. "Het zijn de Armeniërs", zei hij, "die de eerste genocide uit de wereldgeschiedenis pleegden op de Urartu's" (de oorspronkelijke bevolking van dit gebied, milennia geleden).

Intussen is het opmerkelijk en ook een beetje schrijnend dat deze hele affaire (er leven nauwelijks nog Armeniërs in Oost-Turkije) zich afspeelt terwijl zich in Oost-Turkije een nieuwe, rigoureuze campagne voltrekt tegen de Koerden, waar niet voor de eerste keer opstandige signalen vandaan komen. Het zou interessant zijn te weten hoe "hard" deze "uitkamactie", die tot in de winter zal voortduren, wordt gevoerd. Een extra ironische gril van de geschiedenis wil dat het juist de Koerden waren die zich in 1915 leenden voor het merendeel van de slachtingen op de Armeniërs toen die, door het Ottomaanse bewind gedeporteerd, door hun gebied trokken.