Terug naar vorige pagina
Leeuwarder Courant, 22 januari 1992
Bron: Digitaal Archief Noord-Nederland
Amerikaan zwalkt tussen Atlantis en Armenië
Door Roeland Sprey
Amerikanen zijn er in soorten en maten. Indianen, WASP's (White Anglo-Saxon Protestants), Afro-Amerikanen, Latino's, Joodse Amerikanen, Aziatische Amerikanen, elke etnische groep heeft in de smeltkroes van de Verenigde Staten een eigen plaats.
Elk van die groepen kent zijn eigen gewoonten, gebruiken, geschiedenis, gerechten en andere eigenaardigheden. Sommige inwoners van de Verenigde Staten hangen erg aan de eigen etnische identiteit, anderen willen niets liever dan geruisloos opgaan in de grootste gemene deler die "Amerikaan" heet.
Zo'n bestaan leek ook lange tijd weggelegd voor Peter Balakian, geboren in 1951 in de Amerikaanse staat New Jersey uit welgestelde ouders. Slechts de nabije aanwezigheid, de verhalen en de recepten van zijn grootmoeder en enkele tantes herinneren hem er bij vlagen aan dat zijn voorgeslacht afkomstig is uit Armenië.
Voor de jonge Amerikaan is Armenië in die jaren een even schimmig begrip als Atlantis. Wanneer hij op dertienjarige leeftijd een serieuze poging onderneemt om iets meer te weten te komen over dat voor hem dan nog mythische Armenië en er een werkstuk over wil schrijven, slaagt hij daar maar ten dele in.
Iedere zoektocht naar meer informatie over Armenië strandt en dus wijzigt Balakian zijn opzet, zo schrijft hij in zijn autobiografie "Het land van mijn grootmoeder". Uiteindelijk produceert hij een werkstuk over de geschiedenis van Turkije, wat hem een briljante beoordeling oplevert. Als Balakian zijn noeste arbeid aan zijn vader laat zien, briest deze: "Weet je wat de Turken ons hebben aangedaan?" De zoon blijft verbijsterd achter, de vader hult zich in stilzwijgen.
"Wat Armenië betrof, was er een patroon van afgebroken gebaren tussen ons: mijn vader kwam met een fragment kennis en hulde zich vervolgens in stilzwijgen. Een halve verklaring en dan een vreemd zwijgen. Had ik meer moeten aandringen? Was ik bang? Wilde ik meer weten?"
De helft van zijn boek wijdt Balakian aan die jeugdjaren waarin zijn Armeense verleden slechts als een schim op de achtergrond danst. Die eerste helft van het boek is dan ook niet meer dan het weinig opzienbarende verhaal van een opgroeiende puber in een van die talloze Amerikaanse voorstadjes.
Pas in het tweede deel doet Balakian een boekje open over het lot van zijn grootmoeder en zijn tantes, die in het begin van de eeuw slachtoffer werden van de genocide die de Turken op de Armeniërs toepasten. Hun verhalen, en daarmee die van de honderdduizenden naamlozen die het niet kunnen navertellen, vormen de kern van dit boek.
In het laatste deel voert Balakian een kruistocht tegen de Turkse pogingen om de volkenmoord op zijn voorouders in de doofpot te stoppen. Tevens doet hij daar een poging om het zwijgen van zijn ouders over hun Armeense wortels psychologisch te verklaren.
Ergens in die laatste hoofdstukken schrijft Balakian: "ik was zozeer buiten de Armeense etnische gemeenschap opgegroeid dat mijn leven een zoektocht naar het verleden was geworden". Die zoektocht heeft hij nu dus aan het papier toevertrouwd, maar in zijn ijver zijn eigen wortels bloot te leggen, is hij vergeten waar hij nu eigenlijk mee bezig was.
Is zijn boek een autobiografie, zoals de eerste helft lijkt te suggereren? Heeft hij een biografie van zijn voorouders willen schrijven, zoals in het een na laatste deel? Of wil hij zich opwerpen als vurig pleitbezorger van de Armeense zaak, zoals in het laatste hoofdstuk?
De weinig uitgebalanceerde opzet die Balakian hanteert, maakt dat dit boek vlees noch vis is. Deze mengelmoes van autobiografie, biografie en politiek vlugschrift vertoont te weinig onderlinge samenhang om te blijven boeien.