Terug naar vorige pagina 

Leeuwarder Courant, 13 oktober 1979
Bron: Digitaal Archief Noord-Nederland

Nog geen spoor van moordenaar Turkse ambassadeurszoon
Van onze correspondent

DEN HAAG - De dader van de moord op de Turkse ambassadeurszoon zoon Achmed Benier (28), die vrijdagmorgen om kwart voor tien werd doodgeschoten op het Korte Voorhout in Den Haag, is nog steeds spoorloos. De Haagse politie heeft ruim twintig rechercheurs aan het werk gezet, die onder meer een buurtonderzoek verricht hebben. Daaruit kwam een tip die iets leek te zijn, over twee "donkere mannen" die vlak bij de plaats van de moord gezien waren. Zij werden inderdaad gevonden, maar bleken niets met de moord uitstaande te hebben. Voorlopig houdt de Haagse politie er rekening mee dat de moordaanslag inderdaad het werk is van het zgn. Gerechtigheidscommando voor de volkerenmoord op de Armeniërs. Deze organisatie heeft in telefoontjes aan twee persbureaus de verantwoordelijkheid voor de aanslag opgeëist.

De Haagse politie gaat daarom haar Franse collega's om informatie vragen over de Armeense gemeenschap in dat land. In Frankrijk leeft de grootste groep Armeniërs in West-Europa. Overigens beperkt het onderzoek zich niet alleen tot Armeense kringen. "We sluiten niet uit dat de aanslag uit een andere hoek komt", aldus een Haagse politiewoordvoerder.

De Turkse regering heeft inmiddels de Nederlandse regering gevraagd om opheldering over de moord. Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken verklaarde gisteren dat de Nederlandse regering de "laffe aanslag" diep betreurt. De regering heeft inmiddels haar condoleanties aangeboden aan de Turkse ambassadeur en zijn vrouw.

De moord op de Turkse ambassadeurszoon was de zevende aanslag in de laatste jaren waarbij Turkse diplomaten betrokken waren. De serie begon in november 1973 toen de Turkse consul en vice-consul in Los Angeles werden doodgeschoten door een plaatselijke bejaarde Armeniër. De volgende aanslagen zijn alle opgeëist door het waarschijnlijk in Pariis zetelende Comité van Gerechtigheid voor de volkerenmoord moord op de Armeniërs.

Het lijstje van zeven aanslagen begon met twee spectaculaire moorden binnen een maand: in oktober 1975 werden kort na elkaar de Turkse ambassadeurs in Wenen en Parijs in hun auto doodgeschoten. In februari 1976 volgde de moord op de secretaris van de ambassade in Beiroet en in juni '77 die op de ambassadeur bij het Vaticaan. Een jaar later kwamen de echtgenote, zwager en chauffeur van de ambassadeur in Madrid om het leven, hijzelf ontsnapte aan de aanslag.

Na de aanslag in Madrid vorig jaar schreef het Engelstalige weekblad "Briefing" dat in Ankara uitkomt, in een commentaar: "De extremisten die deze aanslag claimen, hebben weinig reden tot voldoening, afgezien van publiciteit voor hun zaak. De ironie wil dat er geen "zaak" is. Ondanks de aanspraken op een groter Armenië, waaraan deze extremisten in lijn met een deel van de Armeense publieke opinie lippendienst bewijzen, is het uiterst onwaarschijnlijk dat een meerderheid van de Armeniërs in het Midden-Oosten, de Verenigde Staten en elders terug willen naar het barre steppenland van Oost- Turkije en Sowjet-Armenië, waar ze vandaan kwamen".