Terug naar vorige pagina 

Leeuwarder Courant, 10 oktober 2009
Bron: Digitaal Archief Noord-Nederland

Voor Turkse Armeniërs leeft genocide nog altijd
Van onze correspondent Jessica Maas

De genocide op het Armeense volk in 1915 heeft de Turks-Armeens betrekkingen decennialang zwaar belast. Maar de twee landen staan op het punt de betrekkingen te normaliseren. Voor de Armeense gemeenschap in Istanbul komt dat veel te vroeg.

ISTANBUL - "Over die gebeurtenissen praat ik niet", klinkt het gedecideerd. De glimlach is van haar gezicht verdwenen. De dik tachtigjarige Armeense Kristine Varal schudt haar hoofd. Praten over 1915, over vermoorde familieleden, is vragen om problemen in Turkije. Dat weet elke Turkse Armeniër. Daar verandert het historische akkoord dat Armenië en Turkije dit weekeinde in het Zwitserse Zürich ondertekenen niets aan.

De relatie tussen de vroegere aartsvijanden Armenië en Turkije verbetert met de dag. De twee buurlanden staan op het punt diplomatieke relaties aan te knopen en de kans is groot dat de grens, die al sinds 1983 op slot zit, dit jaar nog open gaat. Het grootste struikelblok – de volkenmoord op de Armeniers door de Ottomanen in 1915, die door de Turken wordt ontkend – staat dit niet meer in de weg.

In Turkije zelf ligt dit anders. De woorden "Armeense genocide" uitspreken wordt gezien als een belediging van de Turkse identiteit, en is daarom strafbaar.

De Armeense gemeenschap in Turkije, geslonken tot zo'n zestigduizend mensen, praat daarom niet openlijk over de pikzwarte bladzijden uit het Ottomaanse verleden.

In het Armeense bejaardentehuis in Istanbul, waar mevrouw Varal woont, wordt om het hardst gezwegen. Praten over de gebeurtenissen van 1915, "daar krijg je alleen maar narigheid van", zegt ze. Ook haar buurvrouw, de 79-jarige Seta Timeksyan, zwijgt. "Wat heeft het voor nut? Je kweekt er alleen maar nieuwe vijanden mee. De Turken ontkennen toch."

Door de meeste Turkse Armeniërs wordt de herinnering aan de volkerenmoord alleen achter gesloten deuren levend gehouden.

Ook de Armeense ondernemer Ohan heeft zijn kinderen over vroeger verteld. "Zoals elke Armeniër. Mijn kinderen zijn nog jong, maar ze moeten het wel weten. Familie van mijn vrouw is vermoord. Maar ik heb ze ook verteld daar buitenshuis niet over te praten." Hij wil alleen zijn voornaam geven. "Elke Armeniër in Turkije is nog steeds bang. Wie dat ontkent, liegt."

Geen onderwerp ligt in Turkije zo gevoelig als de Armeense genocide. Volgens de officiële Turkse lezing was van een systematische volkenmoord absoluut geen sprake, maar zijn er aan beide zijden slachtoffers gevallen.

Iedereen die het Gwoord in de mond neemt, loopt de kans voor de rechter te worden gesleept en roept de haat van de Turkse nationalisten over zich af.

Die zien de toenadering tussen Ankara en Jerevan als hoogverraad, en hun woede is niet ongevaarlijk. De moord in januari 2007 op Hrant Dink, de Turks-Armeense journalist die zijn mond wel open durfde te doen, is daar het trieste bewijs van. De boodschap aan de Armeense Turken was hard en helder: zwijg.

Ondernemer Ohan: "De glasharde ontkenning van de Turken maakt het moeilijk. Het is als een meisje dat verkracht is en waarbij haar familie zegt dat het zo erg allemaal niet is."

Maar heel langzaam lijken er zaken te veranderen, klinkt het ook in de Armeense gemeenschap.

Onder het bewind van de AK-partij van premier Recep Tayyip Erdogan zijn stappen gezet in de richting van Armenië die tien jaar geleden ondenkbaar waren. Het akkoord tussen Armenië en Turkije dat dit weekeinde wordt getekend is daar een voorbeeld van. En in de Turkse media wordt openlijker dan voorheen het debat over het verleden gevoerd.

De Armeniërs in Turkije blijven echter op hun hoede. "Het kan morgen weer veranderen. Er zijn nog zoveel fascisten in dit land", zegt een 58-jarige Armeniër, die zoals zovelen anoniem wil blijven.