Terug naar vorige pagina
Katholiek Nieuwsblad, 29 april 2005
Bron: Katholiek Nieuwsblad
Dat nooit meer
Door Ben van de Venn
Na vele jaren onwil bood Japan vorige week voor een internationaal forum eindelijk zijn excuses aan voor de wreedheden van het Japanse leger in Zuidoost-Azië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Misschien kon premier Koizumi, ook wel niet anders meer, de internationale druk werd te groot. Oorzaak van die ophef was dat een nieuw schoolboek voor geschiedenis werd ingevoerd dat die zwarte bladzijde uit Japans verleden verzweeg. De misleidende boekjes zijn nog niet weg. Maar het begin is er om in het reine te komen met de nationale geschiedenis.
Voor miljoenen Armeniërs zit een verzoening met het verleden er nog niet in. Precies 90 jaar geleden was het dat hun grootouders in het huidige Oost-Turkije, door Turkse militairen en Koerdische bendes uitgemoord werden. Historici hebben tot in detail gedocumenteerd hoe op 24 april 1915 functionarissen van het Ottomaanse rijk bevel gaven tot de arrestatie van Armeense leiders. Ze zouden gecollaboreerd hebben met aartsvijand Rusland. De gearresteerden werden opgehangen aan de Galatabrug in Istanbul en afschuwelijke moordpartijen onder christelijke Armeniërs elders in het land volgden. Dorpen werden verwoest en vrouwen en kinderen werden gedwongen van Oost-Turkije naar de woestijn in Syrië te trekken. Schattingen houden het op anderhalf miljoen Armeense doden tussen 1915 en 1917.
Of men het nu genocide noemt of niet, feit is dat Armeense en Assyrische christenen in Turkije hun gedode voorouders niet mogen herdenken. Opeenvolgende Turkse regeringen hebben systematisch ontkend dat er sprake was van volkerenmoord. De Turkse geschiedenisboeken en leraren zwijgen op straffe van geldboetes of gevangenisstraf over dit deel van Turkijes verleden.
De vergelijking met Japan dringt zich op, maar ook met Duitsland. Daar heeft een nationaal reinigingsproces plaatsgevonden door onder ogen te zien wat er aan misdaden gepleegd is, inclusief de holocaust. Met als gevolg dat Duitsland terecht zijn plaats in de Europese Unie inneemt die het toekomt.
Waarom blijft de Turkse overheid glashard ontkennen wat historici aan feiten voorleggen? Een erkenning van de genocide door de Turkse regering zou ook hier een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis kunnen openen door 'dat nooit meer' tot nationaal principe te verheffen.
De "raad van wijze historici" waar premier Erdogan mee schermt is een zoethoudertje. De feiten zijn bekend. Voordat de onderhandelingen met Turkije beginnen over toetreding tot de EU, moet er een klinkklare erkenning van de volkerenmoord op Armeense en Assyrische christenen komen. Welke garantie hebben christenen in Turkije anders dat hun rechten in de toekomst wel gerespecteerd zullen worden?
Als Europa de fundamentele rechten van minderheden serieus neemt – die nota bene onderdeel uitmaken van de Kopenhaagse toelatingscriteria – dan kan er van echte onderhandelingen geen sprake zijn.