Terug naar vorige pagina 

Katholiek Nieuwsblad, 26 mei 2000
Bron: Katholiek Nieuwsblad

Monument genocide: Niemand steekt z'n nek uit voor Armeense minderheid
Door Eugène Brussee

Het mag in Nederland niet gezegd worden. De moord op ruim een miljoen Armeense christenen in Turkije in de periode 1915-1917 mag geen genocide heten. Niemand steekt z'n nek uit voor de Armeense minderheid in Nederland. Anders wordt Turkije boos.

De gemeente Assen kan haar borst nat maken. Op 27 mei loopt de inspraakprocedure af over de feitelijk uitvoering van een monument waarmee de Armeense slachtoffers herdacht worden van de Turkse genocide in de periode 1910-1920. Een gedenkteken dat er in ieder geval komt, al is het zonder de term genocide. Dat laatste tot grote teleurstelling van de Armeense gemeenschap. Maar de Turkse gemeenschap is zelfs zonder deze tekst absoluut tegen de komst van een dergelijk gedenkteken. De Turkse ambassade heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken op het matje geroepen en voorzitter Mohammed Uysal van de Turks Islamitisch Culturele Federatie (TICF), de grootste Turkse organisatie in Nederland, heeft laten doorschemeren dat er wel eens gewelddadig optreden kan volgen als het monument er komt.

Gebrek aan lef
Vanuit de Nederlandse overheid schijnt men het belang van een goede verhouding met Turkije belangrijker te vinden dan op te komen voor de Armeense minderheid. Niemand durft de term genocide in de mond te nemen. "We moeten hierbij de nadelen van een bevriende natie te beledigen afwegen tegen de mogelijke voordelen. En we hebben er nadeel bij als we een uitspraak doen over genocide," zegt woordvoerder De Bruin van Buitenlandse Zaken. Dat staat haaks op de resolutie van het Europees Parlement van 18 juli 1987 waarin de genocide in Turkije heel expliciet erkend en veroordeeld wordt. Het niet erkennen van de genocide door Turkije zou haar toetreding tot de Europese Unie zelfs in de weg staan, staat er in de aangenomen resolutie. "Dan is er toch al een gezagvolle uitspraak over gedaan," zegt De Bruin die dat vervolgens weer relativeert door er op te wijzen dat deze uitspraak "niet noodzakelijkerwijze bindend is" voor de leiders van de Europese Unie. "Bovendien hebben gemeenten een autonome positie. Ze kunnen zich niet verschuilen achter uitspraken van Buitenlandse Zaken." Het gebrek aan lef wat hier getoond wordt, valt extra op als je bedenkt dat in 1918 al een Nederlands boekje verscheen over de gruwelijkheden die de Turken hun Armeense medeburgers aan hadden gedaan op grond van hun christelijk geloof . Blijkbaar is Nederland z'n verleden vergeten. Want het betreffende boekje – Martelingen der Armeniërs – is ondertekend door Nederlandse politici, professoren en andere toonaangevende personen. Alleen bestond toen de term genocide nog niet. Maar uit alles blijkt dat daar zonder meer sprake van was.

Geen CDA-steun
Maar nu is niemand meer zo moedig om het beestje bij de naam te noemen. Zelfs het CDA durft haar nek niet uit te steken voor een christelijke minderheid. CDA-Kamerlid Van Ardennen, met Buitenlandse Zaken in haar pakket: "Wat is nu de dwingende reden om hier een uitspraak over te doen? De term die hier gebruikt wordt, is onwenselijk in de politiek." De suggestie dat een christelijke partij zich wellicht sterk zou kunnen maken voor een christelijke minderheid vindt Van Ardennen maar vreemd en doet ze verontwaardigd van de hand. Gezien het feit dat het CDA zich de afgelopen jaren niet met de zaak bezig heeft gehouden, geeft bovendien weinig hoop voor de toekomst. Helemaal gezien de houding van Van Ardennen. "Ik heb me er nog niet in verdiept."

Foutje
Eigenlijk is de hele kwestie begonnen met een juridische fout. De gemeente Assen heeft initiatiefnemer Nicolai Romashuk per ongeluk toestemming gegeven voor een monument ter nagedachtenis aan de Armeense slachtoffers. Harry Werkman hoofd van Bestuur Juridische Zaken van de gemeente Assen: "Toen hij daarna gebeld is om te laten weten dat het om een fout ging, bleek hij de gedenksteen al besteld te hebben in Armenië. Het collega van B en W heeft toen besloten om in goed overleg de gedenksteen te plaatsen op een passende locatie. Dat is een afgeschermde hoek op de algemene begraafplaats "De Boskamp" geworden."

Nicolai Romashuk bevestigt dit en vult nog aan dat hij voorafgaand aan de foute beslissing eerst lange tijd van het kastje naar de muur is gestuurd door de gemeente. Over de tekst op de steen is in het begin niet gesproken volgens Romashuk totdat de gemeente lont rook. "Toen duidelijk werd dat ik de term genocide wilde gebruiken heeft de burgemeester op televisie verklaard dat ze niet zullen toestaan dat de term genocide wordt gebruikt. Ik denk onder druk van de Turkse gemeenschap. Daarna heeft de burgemeester me dit ook persoonlijk laten weten." De tekst luidt nu: "Ter herdenking van onze Armeense voorouders uit de periode 1910-1920". Volgens gemeentewoordvoerster Karen Visser heeft de gemeente van begin af aan de term genocide geweigerd en niet na overleg met de Turkse gemeenschap.

Angst
Maar niet alleen de term genocide is geweigerd, ook de plaatsing en inzegening van het monument op 24 april - dé gedenkdag voor de Armeense gemeenschap van de genocide - is op het laatste moment niet doorgegaan. De gemeente Assen vond het verstandiger om alsnog een inspraakprocedure te beginnen. "Een klap voor de Armeense gemeenschap", volgens de woordvoerster van de Armeniërs, Inge Drost. De op de aanvraag betrekking hebbende stukken kwamen vanaf 27 april vier weken ter inzage te liggen. Het ging daarbij niet om de komst van de steen, want die stond niet meer ter discussie. Alleen over de locatie, de vormgeving en het opschrift van de gedenksteen konden "geïnteresseerden" nog "hun zienswijze naar voren brengen" zoals de gemeente officieel laat weten. Opmerkelijk genoeg zegt gemeentewoordvoerster Karen Visser dat serieuze bezwaren alleen kunnen komen van mensen die voorouders hebben liggen op de begraafplaats en "geen gedoe" willen. Maar daar is weinig reden toe aangezien het feit dat het volgens de gemeente zelf om een afgeschermde hoek gaat. Angst voor spanningen rond 24 april lijkt dus eerder de reden van uitstel geweest, helemaal gezien de fax die de gemeente aan Nicolai Romashuk stuurde op 19 april 2000. Behalve uitstel van de komst van het monument wordt Romashuk ook nog eens verteld ten aanzien van de 24e "zo terughoudend mogelijk op te treden." Burgemeester D. van As-Kleijwegt, die uitvoerig overleg gevoerd heeft met de Turkse gemeenschap in Assen, laat via haar woordvoerster Karen Visser weten er niks voor te voelen aan de telefoon te komen en zich niet meer in de discussie te willen mengen.

Hitler
De gemeente Assen buigt dus diep voor de druk van de Turkse gemeenschap die overigens nog lang niet voorbij is. Want zelfs zonder de term genocide is er van Turkse zijde een fel protest tegen de gedenksteen. Er is ook een bodemprocedure gestart. En als het gedenkteken er komt - wat dus zeker zal gebeuren - zal de Turkse gemeenschap zich er niet bij neerleggen. Mohammed Uysal, voorzitter van de grootste Turkse vereniging TICF: "Als het er komt, dan speel je met gevoelens van mensen. Wat daar de gevolgen van zijn weet ik niet. Als we beschuldigd worden van genocide, worden we beschouwd als een soort Hitler. Dat kan rare gevolgen hebben." Dat het bij het monument helemaal niet meer gaat om de term genocide maakt voor Uysal geen verschil: "We worden beschuldigd van een zaak waar wij het niet mee eens zijn. De gevoelens zitten heel diep. Het gaat om de intentie. Als in het begin niet gesproken was over genocide dan zou er geen probleem geweest zijn, denk ik. Nu willen we niet meer dat het gedenkteken er komt. Want ze hebben hun ware intentie getoond, namelijk een monument te plaatsen ter nagedachtenis aan genocide. Er hebben in die tijd wel deportaties plaatsgevonden maar dat is wat anders dan genocide."

Beledigend
Het feit dat zowel het Europees Parlement als verschillende Europese landen, waaronder Frankrijk, wel degelijk de term genocide gebruiken doet daar niks aan af volgens hem. "De EU mag weten wat zij doen. En wat Frankrijk doet, interesseert me niet. Ik woon in Nederland. En van daaruit moet je het bekijken. Ik wil niet dat problemen van het buitenland naar Nederland worden gehaald." Op de vraag of hij iets weet van pamfletten met grove en beledigende teksten die Assenaren volgens de Volkskrant in hun brievenbus hebben aangetroffen zegt Uysal: "Er is maar een soort pamflet uitgedeeld en dat is puur informatief. Verder zijn er geen pamfletten uitgedeeld. De informatie die u daar hebt is verkeerde informatie." Op het "puur informatieve" pamflet waar hij op doelt, staat onder andere: "Er is sprake van sociale en economische achterstand, marginalisering en uitsluiting van allochtonen in Nederland. Door de besluitvorming van Gemeente Assen worden wij nu als minderheidsgroep gedwongen om ons bezig te houden met gebeurtenissen buiten Nederland. Dit is absoluut buiten proporties."

Vergeten
Intussen wordt de Armeense gemeenschap in Nederland vergeten. Dat ook zij allerminst blij zijn met dit monument, lijkt niemand te interesseren. "Zonder de tekst genocide betekent het monument niks voor ons," zegt Sosi Bayatian, lid van het Armeense comité 24 april, verontwaardigd. Het comité 24 april vertegenwoordigd alle grotere Armeense gemeenschappen in Nederland. "Het is als een dubbele ontkenning van de genocide. Waarom mag zoiets in een democratisch land niet gezegd worden terwijl dat wel gebeurt bij de joodse gemeenschap? Waarom zeggen: het is niet gebeurd? Nederland heeft genoeg documentatie hierover. In Brussel, in Frankrijk, in Engeland overal staat de term genocide op Armeense gedenkstenen. Ik snap niet waar de burgemeester van Assen zo bang voor is. In Brussel bijvoorbeeld, waar minder Armeniërs wonen dan hier en tweemaal zoveel Turken, zijn er nooit problemen geweest."

Omdat burgemeester Van As-Kleijwegt van Assen eerst een officiële erkenning van de genocide wil vanuit de politiek, heeft de Armeense gemeenschap volgens Bayatian twee weken geleden een officiële brief gestuurd naar premier Kok. "Het gaat om de erkenning van genocide en het recht op herdenking," zegt Inge Drost, woordvoerster van comité 24 april. "We verwachten, hopen op een reactie van premier Kok. Iedereen is bang om een officieel standpunt in te nemen over genocide. Alleen onofficieel en op individuele basis durft men zich erover uit te spreken. We leven niet echt in een vrij land. Er is ook een veel grotere Turkse gemeenschap in Nederland. En de Navo heeft er belang bij Turkije te vriend te houden." En dus zwijgt men maar liever in Nederland. Want wat levert het op om op te komen voor een Armeense minderheid? Niks toch.

Dat de Armeniërs zich hun tragische geschiedenis niet laten ontnemen, blijkt vlak voor het ter perse gaan van de krant. Uit de binnengekomen foto's van het monument blijkt duidelijk dat de genocide wel degelijk op de steen vermeld wordt. Het commentaar van de voorzitter van de Armeense Kerk in Nederland, O. Gelici: "De tekst luidt zoals hij luidt. Misschien heeft meneer Romashuk de tekst een beetje verkort weergegeven." De heer Romashuk laat ons daarop weten dat die tekst er alsnog af gaat.

Aan de trieste strijd rond het Armeense monument lijkt voorlopig nog geen einde te zijn gekomen.