Terug naar vorige pagina
Katholiek Nieuwsblad, 17 november 2006
Bron: Katholiek Nieuwsblad
Israël moet de Armeense genocide erkennen
Door Wim Kortenoeven
Vanwege de parallellen in de joodse en Armeense geschiedenis is het extra betreurenswaardig dat Israël de Armeense genocide niet als zodanig erkent.
Duizenden jaren geleden strandde de Ark van Noach op de Armeense berg Ararat. Dat was lang voordat het joodse volk, bij de berg Sinaï, de Thora ontving. Het waren beide kosmische gebeurtenissen. Zij hebben plaatsen geheiligd, volken en culturen gevormd, de wereld hoop gegeven op een toekomst zonder rampen en met universele rechten en plichten. Gezien het verhaal van Noach is het passend dat de Armeniërs het eerste christelijke volk werden, een religieuze pionier, net als het joodse.
Hoe passend is het ook, dat beide volken elkaar fysiek raken in de Oude Stad van Jeruzalem. Daar wonen joden en Armeniërs al sinds mensenheugenis samen, in hun eigen tradities, maar in aanbidding van dezelfde God, die Noach naar de Ararat bracht en de Thora naar de Sinaï en later naar Jeruzalem. Het is ook in Jeruzalem, waar de in 1915 op Turkse Armeniërs gepleegde volkenmoord sinds 1967 wordt herdacht – in de Armeense wijk, vlakbij het herdenkingscentrum voor de joodse genocide, Yad Vashem.
Zelfstandigheid
Het joodse volk is vrijwel altijd vervolgd. De volkenmoord op de Armeniërs was de eerste genocide van de twintigste eeuw. Maar ook voordien waren de Armeniërs slachtoffers van christenvervolgingen. Zo werden er tussen 1894 en 1897 circa 200.000 Armeniërs vermoord onder het regime van de Turkse sultan Abdoel Hamid.
In 1920 werd, in het Verdrag van Sèvres, het Armeense volk zelfstandigheid beloofd, in het land van de Ararat. Eerder dat jaar was het joodse recht op een eigen staat, in het land van Zion, door de Volkenbond bekrachtigd. Ondanks stelselmatige, vooral Britse, obstructie wist het joodse volk zijn droom te verwezenlijken. Het Armeense recht op zelfstandigheid werd door Londen en Parijs echter weggespoeld in de onderhandelingen met Turkije over het Verdrag van Lausanne (1923).
Ankara
Vanwege de parallellen in de joodse en Armeense geschiedenis is het extra betreurenswaardig dat Israël de Armeense genocide niet als zodanig erkent. Jeruzalem wil de relaties met Ankara niet op het spel zetten en sommigen in Israël vrezen erosie van de perceptie dat de Holocaust uniek is. De laatste redenering is, naast aanvechtbaar, ook gevaarlijk, vooral voor de joodse staat zelf, die immers door Iran, Hamas en Hezbollah met vernietiging wordt bedreigd. De Armeense en de joodse genocide zijn beide uniek. Maar zij bevatten een universele gemene deler en dito waarschuwing.
Kostbare acties
De vraag is gesteld of de Holocaust mogelijk was geweest als Israël niet pas in 1948 maar al in 1938 zou zijn gesticht. Men kan zich ook afvragen of de nazi's de Holocaust hadden durven plegen als de genocide op het Armeense volk (waarbij Duitsland als bondgenoot van Turkije betrokken was) door de internationale gemeenschap was erkend, benoemd en bestraft. Kort voor de jodenvervolging stelde Hitler de retorische vraag: "Wie herinnert zich nu nog de uitroeiing van de Armeniërs?"
Na de Tweede Wereldoorlog betoogde de wereldgemeenschap: "Nooit weer genocide". Het waren loze woorden: Cambodja, Bosnië, Rwanda... Erkenning van genocide verplicht staten tot onplezierige en kostbare acties. Dus wordt genocide vaak anders benoemd of genegeerd. De EU ontkent dat er in Darfur genocide wordt gepleegd. De afgelopen decennia heeft de EU de andere kant op gekeken toen er in Zuid-Soedan een genocidale jihad tegen christenen en animisten plaatsvond.
Eerherstel
Onwetendheid over en ontkenning van de gruwelijkheden uit de geschiedenis, leiden tot herhaling. Iets dat niet gebeurd is, hoeft immers niet te worden gevreesd. Daarmee wordt zowel een verdedigings- als een beschermingsmechanisme uitgeschakeld. Als zodanig dient erkenning van de Armeense genocide de internationale rechtsorde.
Wat is er voor Turkije trouwens zo moeilijk aan om historische verantwoording te erkennen voor daden uit het verleden? Ook de daders zijn dood, er is geen persoonlijke aansprakelijkheid meer. Aan de slachtofferkant echter, worden de trauma's van generatie op generatie overgedragen. De helende fase van het verwerkingsproces kan alleen worden ingegaan als de nabestaanden recht wordt gedaan.
In 2000 werd het rechtsherstel van de joodse gemeenschap grotendeels voltooid met de teruggave van geroofde tegoeden. En vorig jaar erkende premier Balkenende openlijk dat Nederlandse gezagsdragers hebben meegewerkt aan de jodenvervolging. Ook het Armeense volk heeft recht op rechtsherstel. Daarbij zou het juist Jeruzalem aan zijn kant moeten weten.
Wim Kortenoeven is als onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (CIDI).