Terug naar vorige pagina
Katholiek Nieuwsblad, 17 november 2000
Bron: Katholiek Nieuwsblad
"Het is onmenselijk wat de Armeense gemeenschap in Nederland wordt aangedaan"
Door Eugène Brussee
Het monument in Assen ter herdenking van de genocide onder Armeniërs tussen 1915-1920 lijkt na bijna een jaar touwtrekken niet door te gaan. Tegelijkertijd bepleit een grote groep Turken uit Duitsland juist vóór de komst van de gedenksteen. Maar politiek Den Haag blijft doof en laat de Armeense gemeenschap opnieuw in de kou staan.
Een onafhankelijke commissie voor bezwaar- en beroepschriften heeft de gemeente Assen geadviseerd om de verleende vergunning te herroepen voor een gedenksteen ter herdenking van overleden Armeense voorouders in de jaren 1910-1920. De aanvrager van de steen, de Armeniër Nicolai Romashuk, zou aan het herdenken van zijn eigen voorouders een ruimere strekking hebben willen geven dan door de gemeente Assen was bedoeld. Dat is gezien de hele gang van zaken rond de plaatsing van het gedenkteken een zeer merkwaardige reden om het monument af te wijzen aangezien van begin af aan duidelijk was dat het om een bredere herdenking ging dan alleen de voorouders van de heer Romashuk. Het is dan ook zeer de vraag of de gemeente hiermee een reden heeft om de gedenksteen alsnog te weigeren. Overigens zal de gemeente voor 24 november een definitief besluit moeten nemen over het wel of niet plaatsen van de gedenksteen.
Turkse steun
Het hele verhaal rond de gewenste Armeense gedenksteen in Assen krijgt een zeer interessante wending nu ook een grote groep Turken uit Duitsland er voor pleit dat de gedenksteen er komt. Het is een groep van meer dan tienduizend Turken die onder de naam 'Vereniging van Tegenstanders van Volkerenmoord' een petitie heeft gestuurd naar de Eerste- en Tweede Kamer van ons land. Daarin pleiten ze er voor de genocide op de Armeniërs in de jaren 1915-1916 als een historisch feit te erkennen. Maar ook uiten ze hun vreugde over de plannen voor een gedenksteen in de stad Assen en spreken ze zich uit tegen de protesten van "Turkse fanatici". Bovendien uiten ze de wens dat "het stadsbestuur van Assen zich hierdoor niet onder druk laat zetten". Dat het monument nu opnieuw ter discussie staat vindt Ali Ertem, voorzitter van de vereniging, jammer. "Het is psychologische terreur die uitgeoefend wordt op de Armeense gemeenschap in Nederland", laat hij weten in een telefonisch interview. "Zoiets is onmenselijk."
Er doet zich nu dus het merkwaardige verschijnsel voor dat Nederland niet over genocide durft te praten maar dat nota bene de Turken zelf aan de Nederlandse regering vragen om de genocide te erkennen die hun voorouders gepleegd hebben. De petitie – zo liet een politicus uit Den Haag weten – is "voor kennisgeving aangenomen". Er wordt dus niks mee gedaan.
Onafhankelijke bronnen
Uit de petitie aan de Eerste- en Tweede Kamer van Nederland blijkt dat de "Vereniging van Tegenstanders van Volkerenmoord" vooral schoon schip wil maken met hun eigen verleden. Een zelfde soort petitie is allereerst naar het eigen parlement in Turkije gestuurd maar is daar zonder meer geweigerd. Letterlijk staat er in de petitie: "In het bijzonder is het voor ons als Turken een grote belasting van ons geweten, dat deze volkeren al sinds 85 jaar aan hun lot zijn overgelaten. Wij voelen ons daarom moreel verplicht om het hun door verloochening berokkende leed te beëindigen. Daarom vragen wij ook de nationale en internationale veroordeling van de misdaden die de Armeniërs, Assyriërs en Pontusgrieken zijn aangedaan."
Toegang tot onafhankelijke bronnen bracht hen tot de conclusie dat er indertijd wel degelijk genocide is gepleegd door het jonge Turkse regime. Ertem: "Wat wij op school geleerd hebben is geschiedvervalsing. Wij kregen te horen dat wij Turken één land zijn en één volk, bijna een soort nationaal-socialistische boodschap. Maar er woonden in het begin van de 19e eeuw twee miljoen Armeniërs in ons land. Waar zijn die nu?"
Ontkenning
Toch blijft de officiële Turkse regering de genocide halsstarrig ontkennen. De onlangs geuite erkenning van de Franse senaat van de genocide heeft Turkije gelijk veroordeeld en verworpen als zijnde "een fout". En als reactie op een onlangs verschenen artikel in de Volkskrant over de genocide schreef Togan Oral van de Turkse ambassade in Nederland dat het "een overduidelijke misrepresentatie van de geschiedenis is om de Ottomanen te beschuldigen van het vervolgen van de Armeniërs". Maar ook Ertem en zijn vereniging krijgen veel kritiek van andere Turken. "Er wordt een hetze tegen ons opgezet en we worden agressief benaderd. Ik speel met vuur en dat doet eigenlijk iedereen die zich hiermee bezighoudt."
In Nederland heeft de vereniging niet veel aanhang. Ertem: "We hebben slechts met tien Turken in Nederland contact die achter ons staan." Mohammed Uysal, voorzitter van de Turks Islamitisch Culturele Federatie (TICF) liet in een eerder nummer van het Katholiek Nieuwsblad weten absoluut tegen de komst van het gedenkteken te zijn en al helemaal tegen "de beschuldiging van genocide". De Turks Islamitisch Culturele Federatie is de grootste Turkse organisatie in Nederland.
Stroom van protest
December vorig jaar al besloot het college van B&W van Assen om de bewuste gedenksteen te plaatsen. Maar vlak voor de plaatsing op 24 april van dit jaar werd besloten de aanvraag vier weken ter inzage te leggen. Het zou daarbij alleen gaan om de vormgeving van de gedenksteen en het opschrift. Het besluit om de steen te plaatsen stond daarbij "niet meer ter discussie" zoals het persbericht letterlijk luidde. Ruim een maand na het aflopen van de inspraakprocedure, op 4 juli van dit jaar, besloot het college van B&W van Assen om aan de heer Romashuk de vergunning te verlenen voor het plaatsen van het monument. Het zou komen te staan op de openbare begraafplaats 'De Boskamp' te Assen met de tekst: 'Ter herdenking van onze Armeense voorouders uit de periode 1910-1920.'
Het besluit van de gemeente om de steen dus alsnog te plaatsen leidde tot een stroom van reacties uit vrijwel de gehele wereld. Opnieuw werd de plaatsing van het monument opgeschort om naar deze reacties te kijken. Volgens een standaard procedure moest ook de commissie bezwaar- en beroepschriften haar oordeel geven. De reacties verschilden echter niet van eerdere bezwaren die dus al in een eerder stadium niet-ontvankelijk waren verklaard. Geen enkele reden dus om plaatsing van het monument nu alsnog te weigeren. Toch adviseert de commissie voor bezwaar- en beroepschriften de verleende vergunning ter herroepen omdat aan de gedenksteen een ruimere strekking zou zijn gegeven dan het college bedoeld heeft.
Hoge Raad
Nicolai Romashuk vindt dat de gemeente "geen poot heeft om op te staan". Hij zal het er dan ook niet bij laten zitten als de plaatsing van de gedenksteen alsnog niet doorgaat. "We moeten doorvechten tot bij de Hoge Raad." Hij merkt ook nog even op dat de Armeense gemeenschap in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog meegevochten heeft met de Nederlanders tegen Duitsland. "Dat blijkt uit een boekje van J. B. Charles met als titel 'Volg het spoor'. Wat nu gebeurd is dus als een soort stank voor dank." Hoezeer de Armeense gemeenschap in de kou wordt gezet blijkt wel uit het persbericht van de onafhankelijke commissie voor beroeps- en bezwaarschriften. Daarin wordt eufemistisch gezegd dat de voorouders van Romashuk slachtoffer zijn "van de conflicten in de periode van 1910-1920". Om vervolgens te schrijven over "de beschuldiging die meermalen door de heer Romashuk is geuit dat in de periode 1910-1920 sprake geweest zou zijn van genocide." Om de commissie daarop aan te spreken is niet mogelijk.
Via de gemeente Assen laat de commissie weten "verder geen uitspraken meer te willen doen" over het door haar uitgebrachte advies. De tekst zou voor zich spreken en alles wat hierover nog meer gezegd wordt zal "teveel stof doen oplaaien".
Angst
"Men is bang om commentaar te geven", zegt Leen van Dijke, fractievoorzitter van de Christenunie en één van de weinige politici in Nederland die durft te erkennen dat er tussen 1915 en 1920 genocide is gepleegd op de Armeniërs. "Waarom wordt bij deze procedure alles op een goudschaaltje gewogen? Als op dezelfde wijze met de joodse gemeenschap zou worden omgesprongen dan zouden ze zich terecht geschoffeerd voelen. Bovendien zou er groot tumult over ontstaan in Nederland. Waarom laten we dit dan wel toe bij de Armeense gemeenschap? Is het niet raar dat iemand moet procederen om aandacht te vragen voor een periode van een volk en dat dit vervolgens door een stad wordt belet? Als men zich in Assen door angst voor de Turkse gemeenschap laat leiden, lijkt me dat geen goede zaak. Angst is geen goede raadgever. Natuurlijk moet je wel gesprekken voeren met beide partijen, ook met de Turken, maar je moet niet onder tafel moffelen wat is gebeurd. Slechts in dictaturen wordt de geschiedenis verzwegen of gemanipuleerd."
Erkenning van genocide
Van Dijke is onlangs op werkbezoek geweest in Armenië, een "dramatisch arm land waar internationaal weinig aandacht voor is". In de hoofdstad Jerevan is hij ook bij het genocidemonument geweest. "Ik heb foto's en kranten gezien die daar getoond worden en die spreken voor zich. Die zijn toch niet vervalst of zo. Ik vind dat de genocide dan ook erkend moet worden in Nederland. Je zou het moeten koppelen aan het lidmaatschap van Turkije aan de Europese Unie. Want dat is naast een economische gemeenschap ook een waardegemeenschap en als Turkije daar bij wil horen dan moet ze op z'n zachtst gezegd, niet een deel van haar geschiedenis onbesproken laten." Volgens Van Dijke was het bovendien Hitler die de Holocaust vooraf mede legitimeerde met het argument dat de genocide op de Armeniërs toch ook vergeten was. "Dat moet voor ons een reden zijn om de geschiedenis in ons hoofd te prenten. Je kunt veel discussiëren over wat er nu werkelijk gebeurd is, maar je moet het niet doodzwijgen.
Wij kunnen toch ook niet doen alsof de Tachtigjarige Oorlog niet heeft plaatsgevonden?"
Om tot de erkenning van de genocide te komen in Nederland wil Van Dijke de weg van de geleidelijkheid volgen. "Ik wil m'n collega's van andere fracties benaderen met alle voorzichtigheid en proberen al tastende een weg te vinden om in Nederland duidelijk te laten zijn in het erkennen van de genocide binnen ons continent. We zullen daar ook geen buitenbeentje in zijn. Het Europees Parlement heeft de genocide al erkend in 1987 en omringende landen als België, Frankrijk en Zweden hebben hetzelfde gedaan."
Leen van Dijke lijkt hiermee de enige politicus in Den Haag die waarheid en rechtvaardigheid belangrijker acht dan economisch belang. Een afgang voor de democratie die in dit geval meer wegheeft van een dictatuur van het geld dan van een rechtvaardige samenleving waarin mensen zonder stem gehoord worden.