Terug naar vorige pagina
Katholiek Nieuwsblad, 1 december 2000
Bron: Katholiek Nieuwsblad
Toch Armeens monument in Assen
EB/JP
Het omstreden monument in Assen "Ter herdenking van onze Armeense voorouders uit de periode 1910-1920" komt er toch. De gemeente heeft hier vorige week mee ingestemd. Punt is echter dat de aanvrager, Nicolai Romashuk, aan het monument een ruimere betekenis wil geven dan Assen wenselijk acht.
Het advies van de commissie van advies voor bezwaar- en beroepschriften om de vergunning voor het monument te herroepen heeft de gemeente Assen niet overgenomen. De commissie had voorgesteld om een nieuwe vergunning te verlenen met een nieuwe tekst die zou slaan op de ouders van Romashuk en niet in het algemeen op de Armeense voorouders. Omdat echter sinds de goedkeuring op 4 juli 2000 van de tekst op het monument geen nieuwe feiten, argumenten of omstandigheden zijn gebleken kon de gemeente niet terugkomen op dit besluit. In het overleg tussen de Turkse gemeenschap en de heer Romashuk is nog wel geprobeerd om Romashuk nog meer concessies te laten doen. Als Romashuk puur en alleen zijn eigen voorouders had willen gedenken dan had de Turkse gemeenschap totaal geen bezwaar. Maar zover wilde Romashuk niet gaan.
De gemeente geeft duidelijk aan dat zij heeft beslist op de aanvraag van de heer Romashuk om voorouders te herdenken. De vraag of er genocide heeft plaatsgevonden laat de gemeente buiten beschouwing. historici hebben daar wel een mening over. "Dat daar genocide heeft plaatsgevonden, daar is volgens mij geen twijfel meer over", zegt Jos Weitenberg, Armenoloog aan de Universiteit van Leiden. "In Oost-Turkije was iets minder dan de helft van de bevolking Armeens. Nu wonen er in heel Turkije vrijwel geen Armeniërs meer." Maar of er nou wel of geen sprake is geweest van genocide, voor de gemeente Assen is dit eigenlijk helemaal niet belangrijk. Er moet alleen rust komen in de tent. De gemoederen moeten gesust worden. Er zijn zevenduizend brieven gestuurd naar aanleiding van het monument. Dat is de gemeente nog nooit overkomen. Zij wil niet terechtkomen in een conflict tussen Turken en Armeneniërs.
Maar aan dat laatste lijkt niet te ontkomen. Zowel aan Turkse als aan Armeense zijde wordt het monument in Assen aangegrepen om de zaak op scherp te zetten. "De Turkse gemeenschap in Assen is heel rustig maar onder invloed van de Turkse achterban wordt er flink geprotesteerd tegen het monument, zegt Jos Kessen, stadsjurist van de gemeente Assen en nauw betrokken bij de plaatsing van het monument. "Hetzelfde geldt voor de Armeense gemeenschap. Die lijkt de heer Romashuk ertoe te bewegen een ruimere betekenis te geven aan het monument. Maar aan de heer Romashuk hebben we gezegd dat hij best mag gedenken met andere mensen erbij, maar niet een groep van tienduizenden Armeniërs die deze kant op komen. Daarom gaat de gemeente ook afspraken maken, met name over de wijze waarop de heer Romashuk op 24 april de herdenking aan zijn voorouders gaat vorm geven."
Daarmee is echter het laatste woord nog niet gezegd. Behalve de vraag of de Armeense gemeenschap zich precies aan de regels van de gemeente zal houden bij het herdenken van hun vermoorde voorouders is het ook de vraag wat de Turkse gemeenschap zal doen. In brieven aan de gemeente hebben sommigen gedreigd het monument te zullen vernietigen.
"Ik hoop niet dat dat zal gebeuren", zegt Jos Kessen. "De Turkse gemeenschap zou zich daarmee diskwalificeren. Maar ik verwacht eigenlijk geen problemen. In Brussel was de plaatsing van een dergelijk monument ook zeer omstreden, maar er is nooit iets vernield toen het herdenkingsteken er uiteindelijk toch kwam."
Wat blijft is een gedenksteen die een steen des aanstoots is geworden. Voor de Turkse gemeenschap een brug te ver, voor de Armeense gemeenschap een compromis voor de herdenking van de genocide. En voor de gemeente Assen een lastige dobber waar ze voorlopig nog niet mee klaar zijn.
Inmiddels is bekend geworden dat een Assyrische priester uit de Oost-Turkse stad Diabakir de doodstraf boven het hoofd hangt omdat hij in een interview met de Turkse krant Hurriyet bevestigde dat de massamoord op Armeense en Assyrische christenen heeft plaatsgevonden. De krant, die een ander antwoord had verwacht, opende met de kop: "Er is een verrader onder ons". Priester Yusuf Akbulut werd kort daarop in zijn kerk gearresteerd. Hij moet op 21 december terechtstaan wegens hoogverraad.