Terug naar vorige pagina
De Journalist, 2 februari 2007
Bron: de Journalist
Tranen over Turkse wangen
Door Erdal Balci
Tegen de verwachting in liepen meer dan honderdduizend Turken mee met de begrafenisstoet van de op 19 januari vermoorde Armeense journalist Hrant Dink. Wat hem tijdens zijn leven niet lukte, lukte nu even wel: verzoening brengen tussen de twee volkeren.
Voor ons reed de wagen met het dode lichaam van Hrant Dink. De zon die in deze laatste dagen van januari niet zo fel hoorde te schijnen, verblindde onze ogen. Kaan Kurmus liep naast me en hield de tekst "We zijn allen Armeniërs" omhoog. Zijn mobiel ging. Aan de andere kant van de lijn begon zijn vader te janken: "Hij is dood mijn zoon, onze Hrant is dood." Meer dan honderdduizend Turken liepen op de begrafenis van Hrant Dink, Armeense journalist in een land waar bijna geen Armeniërs meer zijn, met dezelfde tekst. Dink, een van de laatsten van een verdreven, uitgemoord volk, probeerde in zijn leven Turken en Armeniërs ondanks het zwarte verleden te verzoenen. Hij slaagde enigszins in zijn streven door slachtoffer te worden van het fascistische gedachtegoed.
Hrant Dink kreeg naamsbekendheid nadat hij in 1996 de Armeense krant Agos oprichtte. De jaren '90 waren in Turkije de jaren van de felle oorlog tussen de Koerdische afscheidingsbeweging PKK en het Turkse leger. In deze oorlog haalden de Turkse machthebbers alle nationalistische retoriek uit de kast om het volk te mobiliseren tegen de Koerdische separatisten. Een van de middelen om de PKK zwart te maken was hen in verband brengen met de Armeniërs. Immers, vijandelijke gevoelens jegens de Armeniërs leefden diep bij de Turken.
PKK-leider Abdullah Ocalan had volgens de geruchten Armeense voorouders. Kranten schreven dat Armeniërs zij aan zij met de PKK-militanten in de bergen tegen het Turkse leger vochten. En de toenmalige Turkse minister van Binnenlandse Zaken zei tegen journalisten dat Ocalan een "product van Armeens zaad" was.
In 1996 ging Hrant Dink rond de tafel zitten met enkele andere Armeniërs in Istanbul en besprak met hen wat ze konden doen aan die situatie. Ze besloten om een wekelijkse Armeense krant in het Turks uit te geven. In de Turkse krant Milliyet zei Dink vorig jaar: "We moesten iets doen om het wederzijdse begrip tussen de twee volkeren te vergroten. Al snel bleek dat Agos hieraan bijdroeg. De Turkse kranten maakten gebruik van onze artikelen. Ze belden ons meteen op als ze vragen hadden over zaken die met Armeniërs te maken hadden." Dinks naam kreeg de laatste jaren grote bekendheid omdat hij zich opwierp als een man die niet met de rancunes van het verleden leefde en oprecht naar een verzoening tussen Armeniërs en Turken ijverde.
Hij onderscheidde zich van de Armeense diaspora door te zeggen dat de erkenning van de Armeense genocide in 1915 door de Turken wel het doel was maar dat de Westerse wereld zich hier buiten moest houden. Dink zei: "Turken moeten beginnen met zich af te vragen waar het Armeense volk is dat meer dan tweeduizend jaar in dit land heeft geleefd. Waar zijn deze mensen? En de Westerse wereld moet haar handen niet in onschuld wassen. Zij hebben de Armeense minderheid in de Eerste Wereldoorlog gebruikt. Toen het misging en de Armeense tragedie beleefd werd, lieten ze hen links liggen. Ik vind het een schandaal dat nu tegenstanders van het EU-lidmaatschap van Turkije deze kwestie omarmen om van Turkije af te komen."
Dinks woorden werden hem door ultrarechtse Turken niet in dank afgenomen. Hij werd aangeklaagd en veroordeeld tot zes maanden gevangenis. Hoewel deze straf werd uitgesteld door de Turkse rechter, zei Dink dat hem groot onrecht was aangedaan en dat hij niet kon leven met een dergelijke smet. Maar hij was inmiddels wel als doel uitgekozen door ultra-nationalisten. Hij schreef hierover in zijn krant. Hij vergeleek zichzelf met een bange duif die in de grote massa leeft. "Ik weet dat in dit land mensen duiven geen kwaad doen", schreef hij in een van zijn laatste columns.
Maar hij had het mis. Een jongen uit het noordelijke Trabzon reisde helemaal naar Istanbul om drie keer in het hoofd van Dink te schieten. De Turken werden diep geraakt door de moord. Vooral nadat het leven van Dink werd beschreven in de Turkse kranten.
De in de oostelijke provinciestad Malatya geboren Hrant was zoon van een kleermaker die gokverslaafd was. Op aandringen van zijn moeder verhuisde het gezin naar Istanbul. Moeder hoopte hiermee haar echtgenoot te verlossen van zijn gokken. Ze dacht dat de verslaving aan de vrienden van haar man lag. Dink vertelde aan een Turks blad het volgende: "Ik en mijn twee broertjes stonden bij het huis. Mijn vader zei dat we naar mijn moeder moesten gaan. Mijn moeder duwde ons naar mijn vader. We waren hulpeloos. Ik was negen jaar toen. We raakten in paniek en renden weg. Drie dagen later vonden ze ons al slapend in een grote mand van een visser aan de kust. We waren bijna uitgehongerd. Hierna werden we naar een Armeens weeshuis gestuurd waar we tien jaar lang werden verzorgd." Wanneer Dink terugdacht aan de jaren in het weeshuis kwamen herinneringen bij hem op als dat hij jarenlang huilend in slaap viel, dat hij zijn vader haatte en dat de kinderen geslagen werden als ze niet in het Armeens praatten.
Na zijn studie dierkunde ging Dink terug naar het Armeense weeshuis. Nu om er leiding aan te geven. In deze periode kwam hij Rakel, het meisje dat hij in het weeshuis had leren kennen, op het spoor. Rakel werd zijn echtgenote.
Dink was als twintiger een fervente aanhanger van marxistische ideeën. Zijn eerste kennismaking met de Turkse staatsmacht was na de staatsgreep in 1980. Hij werd vanwege zijn politieke activiteiten gearresteerd en gemarteld.
De Turken waren geroerd door de foto's in de krant waarop Dink dood op de stoep voor zijn krant lag, met de gaten in zijn zolen als gevolg van de laffe moord duidelijk zichtbaar. Ook de beelden van de huilende echtgenote en dochters droegen mee aan de ontroering van de Turken. Turkse kranten publiceerden een beroemde uitspraak van hem: "Ja, als Armeniërs hebben we een oogje op grond in Turkije. Niet om het ons toe te eigenen, maar om er diep in begraven te worden." Zeer tegen de verwachting in liepen meer dan honderdduizend Turken op de begrafenis van een Armeniër. Dink wilde Turken en Armeniërs bij elkaar brengen. Hij wilde hen verzoenen. Tijdens zijn leven lukte dat niet zo. Met zijn dood veel meer. Op die zonnige dinsdag in januari rolden tranen over Turkse wangen.