Terug naar vorige pagina
De Gelderlander, 21 maart 2000
Bron: de Gelderlander
Armeniers in Nederland: tentoonstelling in Tropenmuseum
Door Paul van der Steen
Armeniers in Nederland: bloed, zweet en tranen. De Armeense gemeenschap gaat haar vijfde eeuw in Nederland in. In het Tropenmuseum loopt een tentoonstelling over deze groep.
AMSTERDAM - In bijna alle uithoeken van de wereld zijn Armeniers te vinden. Frankrijk bijvoorbeeld heeft een grote gemeenschap, met zanger Charles Aznavour als bekendste representant. De oude stad van Jeruzalem kent een prachtige Armeense wijk. Geweld en armoede zijn de schuldigen van de Armeense diaspora. Zelfs tot op de dag van vandaag – nu de Armeniers na de ineenstorting van de Sovjet-Unie hun eigen republiek hebben – ontvluchten ze het rumoer op de Kaukasus en de barre economische omstandigheden. Nederland heeft zo'n zesduizend Armeniers binnen zijn grenzen.
De geschiedenis van de Armeniers is doortrokken van de ellende. Een eigen rijk kende slechts een kortstondige bloei. In alle overige periodes werd het volk overheerst door of vermorzeld tussen machtige buren als de Turken, de Perzen en de Russen. Niet alleen tirannie verdreef de Armeniers van hun geboortegronden, ook hun handelsgeest maakte hen tot kosmopolieten. In de Gouden Eeuw waren ze gewilde tussenpersonen in de handel met het Midden-Oosten. Zo rond 1650 vestigden de eerste Armeniers zich in Amsterdam.
Kunstenares AnnyRose Nahapethian heeft met de samenstelling van de tentoonstelling "Armeniers in Nederland: kleine gemeenschap, een rijke geschiedenis" een droom verwezenlijkt. Al jarenlang liep ze rond met het idee voor een expositie over de geschiedenis van de Armeniers in Nederland. Bij het Tropenmuseum vond ze uiteindelijk een gewillig oor. Nahapethian heeft Armeense roots, maar is geboren en getogen in Iran. Dat land ontvluchtte ze in 1984. "Ik ben altijd een liberale vrouw geweest. Als kunstenares wilde ik kunnen werken en creeren. Dat lukte niet meer." Met de bedoeling om van daaruit door te gaan naar de Verenigde Staten ging Napethian naar kennissen in Nederland. Omdat de Amerikanen – bevreesd als ze waren voor alles dat Iraans was – haar geen visum wilde geven, bleef de kunstenares in Nederland. "Ook omdat ik langzamerhand dacht: hier gaat het ook goed."
Het bij elkaar sprokkelen van de collectie voor de expositie in het Tropenmuseum heeft de kunstenares bloed, zweet en tranen gekost. Maar het is de moeite waard geweest: fraaie, oude afbeeldingen van de Armeense kerk aan de Amsterdamse Kromboogsteeg en vergeelde foto's van de Armeense gemeenschap in Nederlands-Indie. Fraai zijn ook de eerste Armeense bijbels, in de zeventiende eeuw in de Nederlanden gedrukt. Het zijn uitingen van het christelijke geloof dat de Armeniers onderscheidt van de buurvolken. Het verschilt van het katholicisme en de orthodoxe varianten door het afwijkende idee dat de goddelijkheid en de menselijkheid van Christus in een persoon verenigd zijn. Het is een religie die al in 301 na Christus staatsgodsdienst werd, ver voordat onze streken gekerstend werden.
Genocide
Een hoek van de tentoonstelling in het Tropenmuseum is gewijd aan het grootste litteken van de Armeense geschiedenis: de genocide van 1915. De Eerste Wereldoorlog gaf de Turken in dat jaar de gelegenheid om op genadeloze wijze af te rekenen met het Kaukasische volk. Al in de jaren daarvoor hadden ze deze christenen bij tijd en wijle wreed onderdrukt. Het opkomende nationalisme van de Armeniers was de Ottomanen een doorn in het oog. De angst was ook dat ze in de wereldoorlog de kant van de Russen zouden kiezen.
Met instemming van de hoogste Turkse autoriteiten werd het probleem uit de wereld geholpen. Eerst werden Armeense intellectuelen, priesters en politici geliquideerd, vervolgens alle weerbare mannen. Daarna werden vrouwen, ouden van dagen en kinderen zonder drank en voedsel de woestijn ingejaagd. Van de twee miljoen Armeniers in Turkije waren er na de Eerste Wereldoorlog nog honderdduizend over. Naar schatting anderhalf miljoen doden waren er te betreuren. De andere honderdduizenden vluchten naar elders. "De pijn blijft natuurlijk", zegt Nahapetian. "Daar moet iets aan gedaan worden. Geen oorlog. Dat heeft nog nooit iets opgelost. Een dialoog tussen de Turken en de Armeniers, dat zou zinvol zijn. Gewoon de zaken uitpraten."