Terug naar vorige pagina 

De Groene Amsterdammer, 27 mei 1992
Bron: de Groene Amsterdammer

De ijzige stilte tussen Turken en Armeniërs
Door Dorothée Forma

Zeventig jaar na dato zijn de gebeurtenissen van 1915 tussen Turken en Armenië nog steeds onbespreekbaar. Over het lot van de ruim een miljoen Armeniërs is een Turkse en een Armeense versie in omloop. De Turkse versie bestaat vooral uit zwijgen en ontkennen; De Armeense probeert de gruwelijke massamoord wetenschapelijk te staven.

"...verdronken, bevroren, verdorst, verhongerd, vervuild, door jakhalzen opgegeten. Kinderen huilden zich dood, mannen verbrijzelden zich op de rotsen, moeders wierpen hun kinderen in bronnen, zwangeren stortten zich zingend in de Eufraat. Alle doden van de wereld, alle doden van alle eeuwen stierven zij. Ik heb waanzinnigen gezien die hun eigen uitwerpselen aten, die het lichaam van hun pasgeborene kookten, meisjes die het nog warme lijk van hun moeders opensneden om uit angst voor de roofzuchtige gendarmes naar het in de darmen verstopte goud te zoeken. In vervallen karavaanserais lagen zij tussen de opgehoopte lijken... Ambtenaren, officieren, soldaten, herders wedijverden in hun delirium van bloed, sleepten weesmeisjes uit scholen voor hun dierlijke genoegens, sloegen met knuppels op hoogzwangere vrouwen en stervenden in..."

Fragment uit de open brief van de Duitse dichter Armin T. Wegner aan de Amerikaanse president Woodrow Wilson gedateerd 23 februari 1919. Wegner was als gezondheidsofficier in 1915 in het Ottomaanse rijk, het huidige Turkije, gestationeerd geweest en had in de steenwoestijnen van Mesopothamië taferelen gezien die zo gruwelijk waren dat hij er nog steeds van wakker lag. Voortstrompelende stoeten van uitgemergelde Armeniërs verdreven uit de dorpen en steden waar zij al meer dan 2000 jaar gewoond hadden, brandden op zijn netvlies. Beelden van stapels lijken en afgehakte ledematen bleven hem achtervolgen. Wegner smeekte Woodrow Wilson met de "stem der menselijkheid" om bij de vredesonderhandelingen in Parijs de Armeniërs niet te vergeten en te zorgen dat zij een eigen staat kregen. Zonder succes – in de jaren na 1920 verschoven de belangen en interesses van de geallieerden en in het vredesverdrag van Lausanne in 1923 wordt over Armenië niet meer gerept. Van de Armeense christelijke minderheid in Turkije die eeuwenlang in redelijke harmonie met de Turken had samengeleefd, maar waarin onder invloed van landen als Engeland en Frankrijk sterke nationalistische gevoelens waren ontwaakt, was niet veel meer over. De Ottomaanse overheid leek zich tijdens de chaos van de 1e Wereldoorlog van een lastige luis in de pels te hebben ontdaan. Alleen aan gene zijde van de grens woonden nog Armeniërs in een jong maar uitgeteerd Sovjet republiekje.

Van 24 april tot 4 mei jl. organiseerde de Armeense sociale culturele stichting Ararat samen met Paradiso en het 4-mei Projekt een manifestatie ter herdenking van de Armeense genocide in 1915, waarbij – de schattingen lopen uiteen – ruim een miljoen Armeniërs omkwamen.

Onder de uitgenodigde sprekers bevonden zich de Armeense hoogleraren Vahakn Dadrian en Richard Hovanissian, bekend vanwege hun research naar de Armeense genocide. Richard Hovanissian is hoogleraar Geschiedenis van Armenië en het Midden Oosten aan de Universtiteit van Los Angeles. Zijn vader was de enige overlevende van een familie van 50 uit de stad Harput, zelf is hij geboren en getogen in Amerika en met zijn fraaie, bijna zalvende Californische accent lijkt hij dan ook het prototype van een geslaagde Amerikaanse intellectueel.

"Duitsland was de bondgenoot van de Ottomaanse regering en trainde het Turkse leger, zegt Hovanissian, vandaar dat er talloze Duitse ooggetuigeverslagen van de deportaties en massamoorden in de Armeense provincies zijn. De grote hoeveelheden lijken die verspreid lagen en soms tot verstoppingen in rivieren leidden, veroorzaakten in 1915/1916 typhusepidemiën onder de Turkse bevolking. De Turken zijn er niet in geslaagd om het Armeense ras in het algemeen uit te roeien, maar je kan wel stellen dat het binnen Turkije gelukt is. Er wonen tegenwoordig nog wel wat Armeniërs in Oost-Turkije, maar zij hebben Turkse namen en en leidden een low profile bestaan als moslim. In Istanbul is nog een redelijk bloeiende kleine gemeenschap, maar zij emigreert steeds meer naar het Westen, waarna de lege plaatsen worden opgevuld door Armeniers uit Oost-Turkije die in Istanbul vaak voor het eerst in kontakt komen met de Armeense taal en de eigen Armeense cultuur."

Richard Hovanissian en zijn medewerkers hebben de afgelopen decennia zo'n 600 stokoude Armeense overlevenden in Californië geinterviewd. "Uit hun verhalen komt altijd weer hetzelfde patroon naar voren: een systematisch door de overheid georganiseerde vernietiging van de Armeense minderheid."

In Nederland wonen drieduizend Armeniërs – door Nederlanders ironisch genoeg vaak beschouwd als Turken – en zo'n 180.000 Turken. Niettemin stond er op het programma van de Armenië manifestatie niet één Turkse spreker. "Je kunt niet het onmogelijke willen", zegt de woordvoerder van de stichting Ararat. "De Armeense genocide is taboe in Turkije en wordt bovendien ontkend. Wij hebben alle Turkse verenigingen in Nederland onze persberichten gestuurd, maar geen reaktie. Ik begrijp het wel, als ze er aandacht aan besteden krijgen zij hun hele achterban op hun nek. Over het algemeen is de verstandhouding tussen Armeniërs en Turken in Nederland gereserveerd, maar niet slecht. Weet u dat er heel wat restaurants in Amsterdam zijn met een Armeense eigenaar en Turks personeel? Zij werken in goede harmonie met elkaar samen, want er is een stilzwijgende afspraak: over de massamoord wordt niet gesproken. Anders gaan ze elkaar in de keuken te lijf."

Professor Vahakn Dadrian was 20 jaar hoogleraar Sociologie aan de State University of New York, maar houdt zich tegenwoordig uitsluitend nog bezig met het "Genocide Study Project" dat gefinancierd wordt door de Guggenheim Foundation. Uiterlijk is hij de tegenpool van zijn collega Hovanissian. Tenger en gekleed in een sober synthetisch costuum, formuleert hij met bescheiden stem in vloeiend Engels met een ondefinieerbaar accent.

Dadrian spreekt Armeens, Duits, Frans, Engels en (Ottomaans) Turks en doet vrijwel geen uitspraak zonder bronvermelding. De laatste jaren spit hij verbeten door archieven op zoek naar wetenschappelijk te verantwoorden materiaal over de systematische massamoord. In zijn publicaties komt hij met een overweldigende hoeveelheid gedetailleerd bewijsmateriaal uit Franse, Duitse, Engelse, Armeense en niet in de laatste plaats Turkse bronnen voor de dag.

"Wees objectief, zegt Dadrian dringend, onderzoek de bronnen, lees de literatuur, het is belangrijk dat juist een Nederlandse journalist objectief probeert te zijn."

Is het dan niet een groot gemis dat er geen Turkse sprekers op deze manifestatie aanwezig zijn? Dadrian: "Ik heb er gemengde gevoelens over, aan de ene kant zou ik willen dat ze meededen, aan de andere kant vrees ik dat het zou ontaarden in een welles-nietes gevecht. Turkse deelname zou waarschijnlijk betekenen dat het onderwerp als een controverse wordt behandeld. Ik verwerp de opvatting dat het hier om iets controversieels gaat, ik beschouw de genocide als een historisch feit. Een conferentie of een discussie met Turken moet dus niet gaan over of het wel of niet gebeurd is, maar over hoe het gebeurd is en welke omstandigheden ertoe geleid hebben. Turkse wetenschappers die er op die manier over willen discussieren zou ik van harte welkom heten.

Ik heb zelf geen kontakt met Turkse collega's, nee. Ze staan vijandig tegenover mensen zoals ik, ontkennen de feiten en zien mij als een bedreiging voor de Turkse reputatie, ze zouden mij wel willen ontmoeten maar durven niet vanwege hun reputatie en hun baan."

Opmerkelijk genoeg schreef een Turkse journalist in de krant Gÿnes onlangs het volgende: "Massamoord is niet iets specifieks Turks, alle koloniale mogendheden hebben zich er wel eens aan overgegeven. Maar het verschil met ons is dat andere landen het erkennen en toestaan dat er literatuur en films over worden gemaakt. Zij kijken hun verleden uiteindelijk recht in het gezicht. Wij weigeren echter met onze geschiedenis in het reine te komen, dus blijven we in een soort schizofrene toestand hangen. Waarom accepteren we ons verleden niet? Waarom proberen we niet te begrijpen waarom het is gebeurd, zodat we verder kunnen?"

Ik denk er net zo over. Iedereen weet waarvan Turkije beschuldigd wordt en er is een overstelpende hoeveelheid bewijsmateriaal. Erkenning van de massamoord kan de Turken op wat schuldbetalingen komen te staan, maar Turkije's prestige zou enorm toenemen, men zou zeggen: dit is een democratie op haar best.

Dat men in Nederland nauwelijks op de hoogte is van de genocide heeft denk ik twee redenen. Het grote publiek is tegenwoordig geobsedeerd met aktualiteit. Geschiedenis verliest haar betekenis en wordt meer en meer wat Amerikanen het altijd al vonden: "bunk", lege woorden. Ten tweede is het een morbide onderwerp, het gaat het over gruwelen, een onderwerp dus dat afstoot."

De Spaanse filosoof Santiago heeft gezegd "Degenen die gemaakte fouten weigeren te erkennen, zijn gedoemd ze opnieuw te begaan". In 1894-1896 hadden Turken al ca. 200.000 Armeniërs vermoord, maar dat is terzijde geschoven, de daders bleven ongestraft. Vervolgens is later een nog ernstiger misdaad begaan en ik ben ervan overtuigd dat als de politieke en economische situatie in Turkije zou verslechteren en een radicale regering de macht zou overnemen hetzelfde met de Koerden kan gebeuren als wat met ons gebeurd is: intensieve verplaatsing van de bevolking, deportatie en uiteindelijk moord."

In Amerika luisterde ik veel naar radio Ankara op de korte golf. Toen het conflict in Nagorno Karabach oplaaide, was er een tijd lang een intense hetze tegen Armeniërs. Ik denk omdat in Turkije een goed georganiseerde Azeri minderheid woont die de Armeniërs beschimpt en Turkije ertoe aanzet de Azeri's de hand te reiken.

Demirel wordt nu in de media aangevallen dat hij zich te slap opstelt in de kwestie Karabach. Ultra-rechts en fundamentalistische groeperingen dringen er op aan de kant van Azerbedjan te kiezen, maar daar voelt hij op dit moment weinig voor. "Toch geloof ik dat het langzaam die kant op gaat, want er worden al veel transporten over Turks grondgebied naar Armenië geblokkeerd. De Armeniërs in Istanbul zijn doodsbang. Ik heb begrepen dat ongeveer twee weken geleden in een kerk is ingebroken en van een school de ruiten ingeslagen. Er waren anti-Armeense leuzen op de muur geschreven. Maar het bleef bij een incident."

Het Armeense genocide aankaarten bij Turken in Nederland gaat stroef. De discussie strandt doorgaans in een verontwaardigd "Het is allemaal westerse propaganda, ben je soms anti-Turks?" of een vaag "Het was oorlog en Armeniërs hebben ook veel Turken vermoord."

Enig navorsen leert dat de Turkse versie van de gebeurtenissen in 1915 totaal verschilt van de Armeense. Armeniërs zouden het Turkse leger in de rug aangevallen hebben toen het in de Kaukasus op een breed front in gevecht was met het Russische leger. Ook weerloze Turkse dorpjes zouden zijn aangevallen. De Turkse Armeniërs onderhielden nauwe kontakten met de in het vijandelijke leger vechtende Russische Armeniërs wilden van de chaotische oorlogsituatie gebruik maken om een onafhankelijk Armenië te stichten. Dit verraad noopte de Turkse autoriteiten ertoe om de Armeniërs tijdelijk en onder begeleiding van gendarmes ver van de gevechtszone's te herhuisvesten. Hun eigendommen zouden ondertussen door de overheid beheerd worden. Inderdaad kwamen er tijdens deze "verhuizing" honderdduizenden Armeniërs om, maar dat was te wijten aan de oorlogsellende, het klimaat en de heersende tekorten, waarvan Turken minstens zo erg het slachtoffer werden. Onderweg hebben bandieten zich wel eens aan de karavanen vergrepen, maar deze misdadigers zijn zoveel mogelijk opgespoord en zwaar bestraft. Van een georganiseerde massamoord was geen sprake en daarvoor is ook nog nooit een bewijs in wat dan ook voor archief gevonden, alle documenten waar Armeniërs zich op baseren zijn vals, aldus de Turkse versie.

Vahakn Dadrian heeft deze argumenten al vaker gehoord. "Als je Armeense literatuur uit 1915 leest dan blijkt daaruit steeds dat mensen ten einde raad waren en bereid de Turken op alle manieren ter wille te zijn. Armeniërs deden alles om provocatie te vermijden omdat ze wisten dat ze nooit tegen het Turkse leger opkonden. Maar zij werden zelf voortdurend geprovoceerd.

Het is bekend dat enkele Armeniërs, ik zeg nadrukkelijk in geisoleerde gevallen, hebben gesaboteerd, telegraaflijnen hebben doorgeknipt in de omgeving van de stad Van en sommigen hebben geprobeerd informatie aan de Russen door te spelen, maar het waren uitzonderingen. Het is ook een feit dat tussen december 1917 en maart 1918 toen het Russische leger ingestort was na de revolutie, Armeense vrijwilligers in het Russische leger de steden Erzurum en Ersincan hebben overgenomen. Velen van hen hadden familieleden verloren tijdens de massamoorden en hebben zich toen gewroken. Volgens de toenmalige Oostenrijkse ambassadeur in Turkije zijn daarbij ca. 6000 Turken omgekomen. Armeniërs zelf vinden het soms moeilijk dit toe te geven en onder ogen te zien dat Armeniërs en Turken wat fanatisme betreft niet voor elkaar onderdoen. Maar de uitbarstingen van wraak staan in geen verhouding tot wat de Armeniërs is aangedaan.

Ik nodig Turkse historici beleefd uit om het verslag van het Turkse Militaire Tribunaal in 1919 te lezen, met name de hoofdaanklacht. Het bevat 42 officieel gewaarmerkte documenten die duidelijk bewijs bevatten, dat de massamoorden centraal georganiseerd waren, onder het mom van deportatie werden uitgevoerd, dat er geen wezenlijk plan voor herhuisvesting bestond en dat het enige doel de vernietiging van de slachtoffers was. Ik nodig de Turken ook uit om de Takvimi Vekayi, de officiële gazet van de Ottomaanse regering, met bijlagen en al vrij te geven en te lezen. Waarom is het zo moeilijk om ook maar één exemplaar daarvan in te zien? Ik stel voor ze te vertalen en ze te publiceren opdat de hele wereld ze kan lezen."

"Er was in Turkije een kleine minderheid die zich tegen de massamoorden verzette, onder andere enkele moslim geestelijken en een paar provincie-gouverneurs; zij werden onmiddelijk uit hun funktie ontheven. Maar de bevolking heeft ook meegewerkt. Niet uit politieke of religieuze motieven, maar economische. De bezittingen van de slachtoffers te bemachtigen daar ging het om; de boerderijen, het goud, de meubels.."

Richard Hovanissian heeft een ander beeld: "Ik denk dat er in Californië nauwelijks Armeniërs zouden leven als er geen Turken waren geweest die hen hadden helpen ontkomen. Ik ben net klaar met een publicatie over wat ik noem the good Turc."

Dadrian blijft benadrukken dat het om een kleine minderheid ging:" Dat kwam ook omdat de bevelhebber van het 3e leger, generaal Kamil Pasha, die over de zes Armeense provincies ging, het bevel gaf dat iedere moslim – hij zei niet: Turk – die onderdak gaf aan een Armeniër, voor zijn huis terechtgesteld zou worden, waarna zijn huis in brand zou worden gestoken. Ik denk dat er zonder dit bevel heel wat meer Armeniërs in leven zouden zijn gebleven."

Dadrian vervolgt: "Jongeren in Turkije die over de gebeurtenissen in 1915 willen lezen, merken dat dat onmogelijk is, de Armeense massamoorden zijn taboe. Erover publiceren betekent een groot risico. Alleen het weekblad Ikibine Dogru (Naar 2000) doet het wel eens en krijgt regelmatig verschijningsverboden opgelegd. Andere bladen nemen liever geen risico. Ook in schoolboeken is het taboe, totale ontkenning. Een schizofrene toestand.

De enige prijs die Turkije hiervoor indirekt betaald is dat de Europese landen van tijd tot tijd blijven aandringen op erkenning van de genocide als bewijs van democratie. Turkije wil graag bij het westen horen en misschien dat de Turkse autoriteiten daarom geleidelijk de voordelen van objectiviteit ten aanzien van historische feiten zullen inzien. Maar ik ben niet optimistisch, het zal een heel langzaam proces zijn. Armeniërs richten nu hun hoop op de jonge Turkse generatie in Europa. Er begint een klein groepje Turkse intellectuelen op te staan, die aandringt op bestudering van de Armeense genocide zoals die gebeurd is en niet zoals die door de autoriteiten is gereconstrueerd."

Een bericht in Trouw op 25 februari 1992: een 28-jarige Turk in Amsterdam, belijdend moslim en aktief CDA-lid, woont de herdenking van de Februaristaking bij. "Een volk dat voor een ander volk opkomt, zoals de Nederlanders voor de Joden, is uniek. En dat ook nog in zo'n moeilijke situatie, tijdens de bezetting. Sindsdien, ik dacht vanaf 1985, ga ik elk jaar naar de herdenking, alleen. Dat doe ik mede omdat het vervelende van de historie is, dat die altijd terugkeert. Een Turks gezegde luidt: "Geschiedenis betekent herhaling". Er gebeurt op dit moment zoveel in de wereld, dat zoiets als de Februaristaking best ook nu weer nodig zou kunnen zijn."

Misschien is het een goed idee om volgend jaar een Turks/Armeense herdenkingsbijeenkomst te organiseren ter nagedachtenis aan de Turken die met gevaar voor eigen leven Armeniërs voor deportatie hebben behoed.

Het zou tevens een gelegenheid kunnen zijn om weer eens voorzichtig in gesprek te raken.