Terug naar vorige pagina
Elsevier, 1 oktober 2005
Bron: Elsevier
Turkije: Een superieur ras
Door Jacqueline de Gier
Met het toenemende nationalisme in Turkije groeit ook de weerzin tegen de Europese Unie. Overal is het woord vatan, vaderland, te horen: op tv, in popliedjes, in roddelrubrieken. Op zoek naar de wortels van het Turks nationaal bewustzijn in de stad Erzurum, waar de nationalistische mythologie nog springlevend is.
In een clubhuis aan de Cumhuriyet Caddesi, de Republiekstraat, in het Oost-Turkse Erzurum, wordt druk geschoven met tafels en stoelen. Er komt een spreker uit Ankara, die zal praten over de toekomst. Het zaaltje zal afgeladen vol zijn.
"We hebben lang niet genoeg stoelen," zegt scholier Bülent özden (18). "Mensen zullen moeten staan."
De "toekomst" is een populair onderwerp in Turkse kranten en op televisie. Maar vanavond gaat het niet over de toetredingsgesprekken met de Europese Unie, die waarschijnlijk op 3 oktober beginnen, en ook niet over de sterk groeiende economie of de vooruitgang die Turkije reeds heeft geboekt met de door Brussel verlangde hervormingen. De man uit Ankara komt praten over de "toekomst van de Turk".
Het clubhuis is van de ülkücüler (de idealisten), de officiële naam van de Grijze Wolven. De ultranationalistische en fascistische Grijze Wolven bestaan officieel niet meer, maar in de praktijk zijn ze springlevend, assertief en invloedrijk. Leden van de ülkücüler doen vaak net of ze niets meer zijn dan een padvindersbeweging, maar in Istanbul plak je een ülkücü-sticker op je autoruit om parkeerbonnen te ontlopen. De politie staat daar op straat te boek als "fascistisch".
Zwijnen en joden
"De Turken zijn een superieur ras," zegt Bülent. "We tolereren geen vervuiling door Koerden, Armeense zwijnen en joden." De scholier zet vriendelijk lachend cake en frisdrank klaar. Hij laat een poster zien met het symbool van de ülkücüler: een grijze wolf met drie rode halve maantjes. "Het is een mooi verhaal," zegt hij. De Grijze Wolven zijn vernoemd naar Börteçine, de legendarische zij-wolf, uit de pre-islamitische Turkse mythologie, die de gevangen Turken uit Eurazië naar hun vrijheid leidde.
Haar menselijke luitenanten van de ülkücü Hareket, de Idealistische Beweging, hebben precies dezelfde ambitie, maar dan wat extremer. Hun slogan is "Ya Tam Susturacagiz Ya Kan Kusturacagiz", wat zoiets betekent als: "We zullen ze allemaal het zwijgen opleggen of ze bloed laten spugen."
Het is zeven uur en het zaaltje loopt al aardig vol. Tienerjongens met nat, gekamd haar, meisjes in spijkerbroek en pastelkleurige T-shirts met glittertekstjes, mannen met de typische Turkse walrussnor. Iedereen staat op en na het zingen van het Turkse volkslied – met de rechterhand op het hart – gaat de spreker uit Ankara los met een stem vol leed en ontroering.
De Turk, zegt hij, heeft een belangrijke missie. Hij moet niet alleen vatan, het vaderland, dienen en beschermen "tot in de dood", maar hij moet ook strijden voor Turan, het mythische pan-Turkse Rijk, de hereniging van alle Turkse volken in Centraal-Azië en waar ze ook maar mogen zijn. "Er zijn Turken in Berlijn, in Londen, in Mongolië," roept hij. "Overal waar de Turk komt laat hij beschaving achter." En toetreding tot de Europese Unie zal die trots en glorie "afpakken" en "vernietigen". De EU, huilt hij nu bijna, werkt aan een complot om de trotse Turk te krenken en te kleineren. Er volgt luid applaus.
In liberale, intellectuele kringen in Istanbul en Ankara wordt soms wat lacherig gedaan over de ultranationalisten. Turan, het geïdealiseerde "Turkse" rijk uit de vroege Middeleeuwen, bestaat tenslotte niet. Het behoort, in de taal van de Koran, tot de "wereld van het ongeziene". Turan is onzichtbaar. Je kunt er niet naartoe met de auto of het vliegtuig. Het bestaat alleen in de verbeelding. Maar dat wil niet zeggen dat het dood is. Turan is een populaire jongensnaam onder nationalistische families. Tijdens een ander clubavondje, in Trabzon, aan de Zwarte Zee, was er een prijs voor degene die kon raden hoeveel Turans aanwezig waren. Eenvijfde van de jongens bleek Turan te heten.
Fanatiek nationalisme
Maar terwijl de Grijze Wolven voor het gemak worden afgeschreven als "krankzinnige extremisten" – zij het met "nauwe contacten" met de staatsveiligheidsdiensten – baart de opkomst van fanatiek nationalisme in het algemeen wel degelijk zorgen.
Overal is het woord vatan te horen, op tv, in popliedjes, in roddelrubrieken. Een coalitie van ultranationalistische groeperingen, de "Rode Appel", laat van zich horen: tegen de Europese Unie, de Koerden en natuurlijk de Armeniërs. En hun invloed op de publieke opinie is niet gering. Opiniepeilingen in de media geven aan dat een meerderheid van de Turken tegen EU-lidmaatschap is als dat zou inhouden dat Turkije de Armeense genocide officieel erkent.
Sommige commentatoren voorzien etnische conflicten. Het afdwingen door Europa van specifieke rechten voor Koerden, is afgeschilderd als een EU-complot dat verband zou houden met het bestaan van een autonome Koerdische zone in Noord-Irak en de grootspraak van sommige Koerdische leiders.
Patriottisme en Turkije gaan hand in hand. Scholieren zingen elke ochtend het volkslied en het beschimpen van de Turkse vlag is taboe, wat Britse en Nederlandse voetbalsupporters hardhandig ondervonden toen ze dronken hun blote kont naar die vlag toekeerden. Maar lelijke stemmen vervuilen die nobele trots op land en cultuur. In de media duiken steeds meer artikelen op waarin joden het doelwit zijn. Niet alleen joden in het algemeen, maar vooral Turkse joden. Met name in Istanbul en langs de kust wonen nog altijd joden. Rijke industriële families, die "Turkije uitbuiten", zijn als eerste de klos. Istanbul wordt door veel van deze stemmen sowieso gezien als een "joods wespennest", maar verfoeid zijn de zogenoemde donme, de bekeerde joden, die zich tijdens de laatste dagen van het Ottomaanse Rijk bekeerden tot de islam. In het clubhuis in Erzurum winden ze daar geen doekjes om, maar je hoort die geluiden ook in de gewone media en op straat.
Erzurum is de thuishaven van de Grijze Wolven, maar ook van Koerdische nationalisten. Hier bepaalde Mustafa Kemal Atatürk, de stichter van de republiek, de grenzen van de nieuwe staat. Na Erzurum is er honderden kilometers "niets", zoals de Turken uit West-Turkije graag zeggen. De beige, dorre hoogvlaktes strekken zich uit tot een zoom van grillige bergen, met daarachter Georgië en Iran. Erzurum ligt op 2.000 meter hoogte en is daarmee de hoogstgelegen stad van Turkije. Het is er bitter koud in de winter en verstikkend heet in de zomer. Het leven is er hard, hetgeen van de gezichten van de vrouwen in plaatselijke dracht – een lange robe met een capuchon – valt af te lezen. Maar hier duikt ook de zwarte chador al op, een teken dat achter de bergen Iran ligt.
De Turkse nationale identiteit is een bizar fenomeen. Het is pure mythologie, maar heeft zich wel in de collectieve psyche vastgebeten. Volgens de "historische thesis" – een pan-Turkse doctrine die in 1932 werd opgesteld – dwongen droogte en honger de Turken het "moederland van alle Turken" in Centraal-Azië te verlaten en naar China, het Nabije Oosten en Europa te gaan, waar ze grote beschavingen stichtten. De Sumeriërs (Mesopotamië en het spijkerschrift) en de Hittieten werden opgevoerd als proto-Turken. Het "bewees" onder meer dat Anatolië altijd Turks was geweest.
De Nederlandse Turkoloog Erik Zürcher schrijft in Een geschiedenis van het moderne Turkije: "Het is geen toeval dat de twee belangrijkste staatsbanken in de jaren dertig Sumerbank (Sumerische Bank) en Etibank (Hittitische Bank) werden genoemd." Atilla de Hun en Dzjengis Khan werden zo gezien als beschavers. Geen toeval dat Cengiz nog altijd een populaire jongensnaam is.
De "historische thesis" werd hartstochtelijk ondersteund door Atatürk. Het was een manier om een Turkse identiteit te creëren en deed dienst als de kwast van het Turkse ultranationalisme. De vraag was niet: wie zijn de Turken, maar: wie of wat zouden ze kunnen worden? Het wordt er op scholen nog steeds ingestampt.
Hotel Dilaver
Murat Gesgosmanoglu (37) draagt zijn verlies in een spelletje trik-trak tegen een vrouw als een echte man; hij steekt een Cubaanse sigaar op en bestelt een whisky met ijs, "zonder water". De ober in Hotel Dilaver, in het centrum van Erzurum, rent bijna met zijn dienblad.
Murat is de jongste zoon van de familie Gesgosmanoglu, een prominente Grijze Wolven-familie in de regio van Erzurum. Zijn vader was de rechterhand van kolonel Alparslan Türkes – de stichter van de Grijze Wolven – en de lange, stevig gebouwde Murat moet even lachen als hij vertelt over diens begrafenis. Zijn Koerdische moeder was erbij en brak uit in een Koerdische rouwritueel, met veel extravert geween. "Ze spreekt geen Turks. Je had sommige gezichten moeten zien."
De fel anti-Koerdische Grijze Wolven hebben heel wat Koerdische leden – maar allen van de Zaza-stam. "Thuis spraken we alleen Koerdisch. Ik heb mijn hele leven de wet gebroken." Tot voor kort was Koerdisch verboden.
Opgewonden tieners komen voor een cola het hotel binnen. Ze zien hun held en vormen met hun vingers een wolvensnuitje.
Murat lijkt zich weinig bezig te houden met Turan. Hij woont in Istanbul, waar hij de familiebranche in de metropool overziet en reist veel naar Duitsland en België voor "zaken". Alle vijf de broers zijn bij het familieconcern betrokken, hoewel een van hen in de gevangenis zit voor drugshandel en afpersing. Het criminele imago van de Grijze Wolven deert hem niet. "Ik ben een patriot, een Turk, moet ik me daarvoor schamen?"
Maar hoe zit het met de traditionele Koerdenhaat? Hij lacht. "Het ligt eraan wat voor Koerden het zijn."