Terug naar vorige pagina
Dagblad van het Noorden, 14 februari 2000
Bron: Dagblad van het Noorden
Turkse blamage door ontkenning Armeense genocide
Door Gerdt van Hofslot
Consul-generaal O. Ertugruloglu van het Turkse consulaat-generaal in Deventer heeft in opdracht van zijn regering de Asser burgemeester D. van As opheldering gevraagd. De verbolgen consul ontkent eveneens het bestaan van de genocide en beschuldigt Armeense organisaties in Nederland van een lastercampagne tegen zijn vaderland.
B en W van Assen wilden eigenlijk geen toestemming voor het monument geven, maar konden er door een fout niet meer onderuit. Geschrokken van de consternatie weigert burgemeester Van As een verklaring te geven. Wel heeft Assen inmiddels verklaard dat er geen sprake is van een "genocide-monument", maar van een "gedenksteen" voor de overleden voorouders van enkele Armenen in Assen. De glasharde ontkenning door Turken in ons land van de Armeense genocide komt niet als een verrassing. Ook elders in Europa waar sprake was van Armeense monumenten, voerden Turkse organisaties fel campagne tegen de gedenktekens. Toen het Franse parlement twee jaar geleden een wet aannam waarin de genocide werd erkend, waarschuwde Ankara Parijs voor de gevolgen. Het Franse parlement negeerde de verkapte dreigementen. Frankrijk heeft een Armeense minderheid van ruim 250.000 mensen, de grootste Armeense gemeenschap in Europa. De bekendste van hen is de chansonnier Charles Aznavour.
Houding
De houding van veel Turken is veelzeggend voor de moeizame omgang van Turkije met zijn belaste verleden. In Turkije is een discussie over de moord op tussen de 600.000 en 1,5 miljoen Armeniërs eind 19e eeuw, begin 20e eeuw nog steeds taboe. Slechts enkele Turken hebben zich er in het openbaar over uit durven spreken en de genocide openlijk veroordeeld. In tegenstelling tot wat de Turkse consul in Deventer beweert, is de genocide geen verzinsel maar een wetenschappelijk bewezen feit. Een handjevol van de daders werd zelfs door Turkse rechtbanken veroordeeld en ter dood gebracht. Hoewel de Turkse archieven nog steeds grotendeels gesloten zijn, is er door Westerse diplomaten en historici een overstelpende hoeveelheid materiaal over de moord op de christenen in het Osmaanse rijk ver zameld. Historici discussiëren al lang niet meer over de genocide zelf, maar kijken vooral naar de oorzaken, gevolgen en betekenis.De Armeense genocide wordt alom beschouwd als de eerste moderne poging om een
totale bevolkingsgroep te vernietigen. Hitler trok er lessen uit voor zijn voornemen om het Europese jodendom te elimineren. Aanvankelijk waren de Turken en de Armeniërs geen doodsvijanden. Het Armeense volk heeft meer dan tweeduizend jaar in Anatolië in Oost-Turkije geleefd. In de 16e eeuw slokte de Osmanen het laatste Armeense koninkrijk op. In de nadagen van het eens zo trotse Osmaanse rijk verslechterde de relatie met de Turken. Het vervallen en machteloze imperium brokkelde af en kon slechts voortbestaan doordat de Europese mogendheden en Rusland elkaar de buit niet gunden. Turkije was begin vorige eeuw de "zieke man van de Bosporus". De islamitische Osmanen wantrouwden de christelijke Armeniërs die ze van heulen met de vijand verdachten, net als de Griekse en Servische minderheden overigens. Dezen wisten zich uiteindelijk aan de greep van de Turken te ontworstelen. Bovendien zochten de Turken een zondebok voor de belabberde positie van hun rijk en waren ze uit op
de bezittingen van de vele welvarende Armeniërs. Eind 19e eeuw werd voor het eerst melding gemaakt van grootscheepse moordpartijen op Armeniërs in Turkije.
Mislukking
In de Eerste Wereldoorlog sloot Turkije een verdrag met Duitsland. De oorlog met Rusland en de Britten en de Fransen draaide echter uit op een jammerlijke mislukking. Daardoor werd de positie van het land nog verder ondergraven. Tegen deze achtergrond kwamen de Jongturken onder leiding van Mustafa Kemal (Ataturk) op. Ze wilden een nieuwe, moderne Turkse staat stichten en afrekenen met de oude kliek van incompetente Osmaanse heersers. De groep was fel nationalistisch en gebeten op minderheden zoals de Armeniërs. Die werden er van beschuldigd onder één hoedje met de Russen te spelen en uit te zijn op afsplitsing. Voor hen was er in de visie van de Jongturkse beweging geen plaats in het nieuwe Turkije. Begin 1915 besloot de Turkse regering, mede uit angst voor een Russische opmars in het Turks-Russische grensgebied, alle Armeniërs uit deze streek te deporteren en over te brengen naar de woestijngebieden van Syrië, om hen daar te laten verkommeren.
Tegelijkertijd werd besloten grote aantallen Armeniërs te vermoorden. Onder hen in elk geval vrijwel alle leiders van de Armeense minderheid en de meeste mannen. De Armeniërs die de woestijn in werden gedreven, bestonden dan ook vooral uit vrouwen, kinderen en ouderen. De verhalen over de moordpartijen tijdens deze hongermarsen tarten elke beschrijving en behoren tot de huiveringwekkendste in de recente geschiedenis.
Redenen
Waarom ontkent Turkije de Armeense tragedie? Daar zijn veel redenen voor aangevoerd, variërend van het feit dat veel van de moordenaars later een prominente rol speelden bij de opbouw van de nieuwe Turkse staat, tot de afschuw van veel Turken om het besmette en weinig glorieuze nabije verleden weer op te rakelen en de minachting voor de christelijke slachtoffers, die als verraders werden beschouwd. Toch moet deze vraag eigenlijk door Turkije zelf worden beantwoord. Enkele jaren geleden gaf de gewezen Turkse studentenleider Taner Akcam een voorzet. "Turkije kan nooit een democratie worden als het niet in het reine komt met de geschiedenis. De Turken van vandaag zijn niet schuldig, maar wij hebben een verantwoordelijkheid", zei hij. Akcams houding is heel wat moediger en constructiever dan die van de Turkse consul-generaal uit Deventer. Ontkenning en manipulatie van het verleden lost het probleem namelijk niet op. De gemeente Assen ten slotte geeft evenmin blijkt van historisch besef.
Eerst onderschat men de betekenis van een Armeens monument, vervolgens wordt doodleuk ontkend dat de steen is bedoeld als monument voor alle omgebrachte Armeniërs. De weigering van burgemeester Van As om over de zaak te praten, doet vermoeden dat Assen hevig met de kwestie in zijn maag zit.
Gerdt van Hofslot is redacteur van het Nieuwsblad van het Noorden en historicus, gespecialiseerd in genocidevraagstukken.