Terug naar vorige pagina 

Dagblad voor Amersfoort, 19 januari 1957
Bron: Archief Eemland

Verdoolde gezinnen vonden hier woning en arbeid
Van een onzer verslaggevers

Vrijdag in alle vroegte – achtenzeventig minuten na middernacht, als u 't dan precies wilt weten – is in de Cabralstraat no. 7 Simon Yessayan geboren. Daar willen we wel even bij stilstaan, want van deze Simon geldt in zeker opzicht, wat de vader van Dik Trom van zijn spruit getuigde: "Hij is een bijzonder kind, en dat is ie." 't Bijzondere van de pas geboren Simon zit overigens voorlopig nog meer in zijn ouders, dan in hem zelf. De heer Yessayan nl. komt uit verre landen: hij woont met zijn gezin sedert augustus van 't vorige jaar in onze stad, waar de gemeente voor hem en voor nog een viertal andere gezinnen van ontheemde vreemdelingen een woning ter beschikking heeft gesteld.

Want al zijn ze in de strikt technische zin van 't woord geen "vluchtelingen", ontheemden – mensen zonder vaderland – kan men de Yessayans toch wel degelijk noemen. De heer Yessayan is zelf te Brussa in Turkije geboren, waar zijn vader was beland als slachtoffer van de eerste wereldoorlog van 1914-'18, als gevolg waarvan zijn vaderland Armenië ophield een zelfstandig bestaan te leiden en duizenden bewoners van dit Klein-Aziatische gebied her en der over de wereld – in de eerste plaats uiteraard de roezige, gistende wereld van de Balkan – verdoold geraakten.

"Grieken" zijn geen Grieken
De Cabralstraat-bewoners kennen Yessayan – en zijn landgenoot en buurman Essayan, die in diezelfde straat op no. 3 een onderdak gevonden heeft – als "de Grieken". Dat komt, doordat beide gezinnen uiteindelijk uit Griekenland herwaarts zijn gekomen, maar naar geboorte zijn de beide mannen feitelijk Armeniërs en politiek-technisch zou men hen "staatlozen" moeten noemen. Yessayan, de gelukkige vader van de kleine Simon, heeft tot zijn tweeëntwintigste jaar in Turkije gewoond, maar nam toen met de zijnen de wijk naar Griekenland, aangezien de houding van de Turkse bevolking jegens de uit Armenië uitgewekenen niet bepaald vriendschappelijk genoemd kon worden en 't hem praktisch onmogelijk werd, daar in zijn levensonderhoud te voorzien. Onder de Grieken (in Saloniki en Athene) heeft hij 't beter gehad: zij waren vriendelijk en goed voor hem, vertelt hij en hij kon er wel min of meer een bestaantje bij elkaar scharrelen.

"Land van Rembrandt"
Maar toch niet zó, dat hij niet, toen hem door de bemiddeling van het Internationale Rode Kruis de gelegenheid geboden werd, naar Nederland te komen, dankbaar die kans heeft aangegrepen. Die gelegenheid kwam in 't raam van het zg. "plan-Van der Dussen", genoemd naar de burgemeester van Dordrecht, die het initiatief nam om een aantal ontheemden en politieke vluchtelingen, geschikt om in de bouwvakken werkzaam te worden gesteld, naar ons land te doen komen. De heer Yessayan ging met graagte; niet alleen omdat Nederland hem perspectieven bood, maar ook, omdat hij over ons land ginds in den vreemde al had gehoord en gelezen: hij kende – zo hoorden wij van hem – Nederland toen reeds als "het land van Rembrandt" en hij wilde er mede daarom gaarne in werkelijkheid kennis mede maken. In Griekenland had hij, toen hij daar een tijd in een sanatorium moest verblijven, ook al wat van onze taal geleerd, wat hem nu natuurlijk uitstekend te pas kwam bij het vinden en uitoefenen van een betrekking.

Rijk en gemeente samen hebben het gezin Yessayan – evenals de andere gezinnen van uitgewekenen, die hierheen zijn gekomen, de nodige hulp geboden en "te paard gezet", zoals men dat zou kunnen noemen. Amersfoort stond een woning af, de rijksvluchtelingencommissie gaf 1200 gulden voor woninginrichting, waar de gemeente nog eens ƒ450 bijvoegde. Verder kregen de "nieuwe landgenoten" hulp in de vorm van kolenverstrekking, kleding en een fiets om naar hun werk te gaan – Yessayan is op 't ogenblik in Spakenburg aan de slag – en verder zorgde de gemeentelijke dienst van sociale zaken, dat er goede Nederlandse buren werden gevonden, bereid om de vreemdelingen in de rol van "mentor" terzijde te staan en hen wegwijs te maken in alles, waar zij in 't begin natuurlijk vreemd tegenover stonden.

Prachtburen
Voor wat de gezinnen Yessayan en Essayan betreft, hebben zij in het echtpaar Van Wageningen, dat tussen hen beiden in woont in de Cabralstraat, een even voortreffelijke als hartelijke steun gevonden. Geen dag gaat er voorbij, dat de Yessayans en de Van Wageningens elkaar niet tenminste een ogenblikje spreken en bij de geboorte van de kleine Simon heeft mevr. Van Wageningen haar "Griekse" buren – zoals ook zij ze steevast pleegt te noemen – met raad en daad terzijde gestaan.

Dat ook de gemeente zich het lot van haar nieuwe ingezetenen blijvend aantrekt, is wel gebleken uit het feit, dat vrijdag burgemeester en mevrouw Molendijk ter ere van de blijde gebeurtenis even een bezoekje in de Cabralstraat kwamen afsteken en de jonge moeder met een welkom geschenk van babykleertjes verblijdden.

Peter en meter?
Nu heeft Yessayan nog één grote wens: dat het burgemeestersechtpaar bij de doop van zijn zoontje als "peter en meter" zal willen optreden.

Behalve de reeds genoemde Essayans heeft elders in de stad nog een Armeens gezin huisvesting en werk gevonden; verder woont in de Houtmanstraat sedert oktober 1956 de Wit-Rus Maslow en heeft een maand later het Zuidslavische gezin Wittminn in de Abel Tasmanstraat zijn intrek kunnen nemen. Ook deze gezinnen zijn op overeenkomstige wijze als de "Grieken" op dreef geholpen en voelen zich nu langzamerhand, dankzij ondervonden officiële en particuliere steun en medeleven, gaandeweg volkomen ingeburgerd in hun nieuwe vaderland en hun Amersfoortse omgeving.