Terug naar vorige pagina
Algemeen Dagblad, 6 mei 1997
Bron: Algemeen Dagblad
Waskin viel pas na vierde bom op in Jeruzalem; "Wie herinnert zich nu nog de massamoord op de Armeniers?"
Door onze correspondent Joop Meijers
Jeruzalem - Waskin Kabalnian is een 23-jarige Arabier van Armeense afkomst. Volgens zijn Israelische agenda was het eergisteren Jom Hazikaron, de jaarlijkse nationale herdenkingsdag voor de zes miljoen joden die door de Nazi's zijn vermoord.
Voor Waskin was de dag evenwel een aanleiding om een brandbom te maken. Hij reed naar het Turkse consulaat in Oost-Jeruzalem en gooide het projectiel naar de dienstauto van de consul.
De "aanslag" van Waskin, een van de 1500 in Jeruzalem overgebleven Armenen, was een wanhoopsdaad, uit frustratie over het negeren door Israel en de wereldgemeenschap van de massamoord door de Ottomaanse Turken op het Armeense volk in de Eerste Wereldoorlog. Tussen 1916 en 1918 werden in het Ottomaanse rijk naar schatting 1,5 miljoen Armenen omgebracht.
Dat 24 april de dag is waarop de Armeniers jaarlijks hun Holocaust herdenken staat in geen enkele Israelische agenda. Niet een krant stond er bij stil. Toch is er een verband tussen de uitroeiing van de Armenen en de Shoa. Aan een van de muren in het Holocaustmuseum in Washington hangt een uitspraak van Adolf Hitler: "Wie herinnert zich nu nog de massamoord op de Armeniers?"
Hitlers bedoeling was duidelijk: zoals de "beschaafde wereld" de moord op het Armeense volk was vergeten, zo zou zij ook de moord op de joden snel van zich af schudden.
Twee weken geleden, op de herdenkingsdag voor zijn eigen Armeense volk, had Waskin al drie brandbommen gegooid naar het Turkse consulaat. Maar niemand had dat opgemerkt, de politie niet, het personeel niet, en de media niet, zoals ook de Armeense Holocaust-herdenking onopgemerkt bleef. Waskins tweede poging, op de dag voor de herdenking van de joodse Holocaust, had meer succes. Nu trok hij wel de aandacht en hij werd gearresteerd.
Ook bij Waskins tweede actie was er weinig personeel in het consultaat. Nota bene op de herdenkingsdag voor de Holocaust begon de onderbevelhebber van het Turkse leger, Cevic Bir, een bezoek aan Israel om de militaire samenwerking tussen beide landen te versterken. De Turkse diplomaten waren op het vliegveld om hem te begroeten.
Het negeren van de herdenking van de Armeense genocide in Israel is ook ingegeven door de angst voor Turkse kritiek. Ankara heeft jarenlang druk uitgeoefend op Israel en westerse landen om zo min mogelijk aandacht te besteden aan de moord op het Armeense volk.
Hoewel het moderne Turkije niets van doen heeft met de moord in 1916 vreesden achtereenvolgende Turkse regimes dat acceptatie van historische verantwoordelijkheid zou kunnen leiden tot een oplevend Armeens nationalisme. Ook zou het de roep om de terugkeer van Armeniers naar Turkije kracht bijzetten.
Pas de laatste twee jaar begint Israel zich enigszins los te maken van de angst voor Turkse druk. Voor het eerst besteedde de Israelische staatstelevisie kort geleden aandacht aan de Armeense massamoord. Het ministerie van Onderwijs heeft opdracht gegeven een tiendelig lesprogramma samen te stellen over de geschiedenis van het Armeense volk.
De prille aandacht voor de moord op het Armeense volk betekent dat Israel psychologisch rijp wordt voor het besef dat ook andere volken het slachtoffer zijn geworden en kunnen worden van volkerenmoord. De Israelische schrijver Amos Elon citeert in zijn boek "Jeruzalem - Stad van Spiegels", een Armeense woordvoerder tijdens de herdenking: "Als de Armeense Holocaust niet was genegeerd, was er misschien nooit een Auschwitz geweest."