Terug naar vorige pagina 

Algemeen Dagblad, 30 januari 2007
Bron: Algemeen Dagblad

Niet alle Turken zijn Armeniërs
Door Marc Guillet

Het was moeilijk om mijn tranen te bedwingen toen ik neerknielde bij de plek waar de Turks-Armeense journalist Hrant Dink was neergeschoten.

Honderden mensen verdrongen zich om er rozen en anjers neer te leggen; kaarsen te branden en foto's en een laatste handgeschreven groet achter te laten. Gewone burgers. Huisvrouwen. Moeders met kinderen, bejaarden, studenten. Ook zij vochten tegen hun tranen. Meestal tevergeefs.

De schok was groot. Heel Turkije leek verdoofd door de bittere waarheid dat een van hen genadeloos een eind had gemaakt aan het leven van een landgenoot. Toegegeven, Hrant Dink was een controversiele journalist. Tijdens zijn leven kon hij op weinig sympathie of steun rekenen voor zijn pogingen het taboe van de massamoord op de Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog bespreekbaar te maken. Oververhitte Turkse nationalisten scholden hem daarom uit voor een verrader en bedreigden hem met de dood. De 80.000 Armeniers in Turkije vonden hem eveneens een lastpak, die een veel te grote mond had en hun leven door zijn geschrijf er niet gemakkelijker op maakte.

De begrafenis was indrukwekkend. Lopend in de kilometers lange rouwstout zag ik de etnische lappendeken die dit land is: Turken, Armeniërs, Koerden. Zij toonden hun solidariteit door te scanderen "Wij zijn allemaal Armeniërs".

In de euforie van het moment dacht ik: "dit kan een keerpunt worden". Dit zal de politici onder druk zetten om het gewraakte wetsartikel 301 te schrappen dat het "beledigen van de Turkse identiteit" strafbaar maakt. Al snel werd echter duidelijk dat het verzet tegen democratisering en tegen toenadering tot de Armeniërs nog onverminderd groot is. Een ruime meerderheid van de 70 miljoen Turkse moslims is conservatief en zeer chauvinistisch. Bovendien is dit een verkiezingsjaar en ik verwacht niet dat politici de moed hebben om in te gaan tegen het aanzwellende nationalisme.

Conservatieve media, politici en aanklagers blijven onverdraagzaamheid en de bekrompen ingenomenheid met alles wat Turks is, voeden. "Iedereen die niet trots is Turk te zijn dient op te rotten" schreef de rechtse krant Tercüman na de begrafenis. Onderwijzers blijven leerlingen hersenspoelen met de slogan "de enige vriend van een Turk is een Turk".

Meer vrijheid van meningsuiting ligt in het verschiet, al zal het een taaie strijd worden. Twee dagen na de begrafenis van Hrant Dink veroordeelde een rechtbank de pro-Koerdische politicus Ibrahim Güclü tot een celstraf van 18 maanden wegens het "beledigen van de Turkse identiteit". Zijn misdrijf? Bij een recente herdenking van de gewelddadige dood van 33 Koerdische burgers in 1943 had hij de staat een moordenaar genoemd.